artikel

Citaten Wieger de Visser

Horeca

‘Mijn opa en oma van moederskant zaten in de horeca. Ze hadden een hotelrestaurant Oostergoo in Grou. Ik liep daar als kleine jongen rond en ben toen met het horecavirus geïnfecteerd: mensen gelukkig maken en een leuk avondje uit bezorgen.’ ‘Zestien jaar zestien uur werken voor een baas is mooi, maar zestien uur voor jezelf […]

‘Mijn opa en oma van moederskant zaten in de horeca. Ze hadden een hotelrestaurant Oostergoo in Grou. Ik liep daar als kleine jongen rond en ben toen met het horecavirus geïnfecteerd: mensen gelukkig maken en een leuk avondje uit bezorgen.’

‘Zestien jaar zestien uur werken voor een baas is mooi, maar zestien uur voor jezelf werken is veel mooier. Op een gegeven moment ging het kriebelen, en wilde ik wat voor mezelf beginnen.’

‘Het mooie van een eigen bedrijf is dat ik mijn eigen beslissingen neem, Ik kan naamsbekendheid opbouwen, ik ben nog geen bekende kok. Ik ga er hard tegenaan, maar ik doe het samen met mijn koks.’

‘Gasten waarderen het dat ik dingen zelf maak; ik zit elke dag vol, dat zegt genoeg. Ik ben een perfectionist. Ik probeer borden strak op te maken, maar met niet te veel tierlantijnen. Als gerechten megamooi zijn, krijgen gasten zin om erin te happen. De opmaak is belangrijk maar de smaak nog meer.’

‘In mijn keuken is het behalen van een Michelin-ster geen gesprekthema. Ik streef ernaar dat het restaurant elke dag vol zit en dat de gasten tevreden naar huis gaan. Als daar iemand van Michelin tussen zit en mij hun waardering geeft, is dat goed. Maar ik ben er absoluut niet mee bezig. Er zijn gasten die zeggen dat ik een ster verdien. Dat is prachtig om te horen.’

‘Ik kan slecht tegen kritiek. Ik trek me dat erg aan.’