artikel

In Baarlo is alles kunst, ook de horeca

Horeca

Peter Wilms is kunstdrukker en kunsthandelaar. Straks is hij ook horeca-ondernemer. In het Limburgse dorpje Baarlo, bekend van de kastelen en de stockcar-races, verbouwt Wilms voor een kapitaal een voormalig nonnenklooster tot poepsjiek hotel-restaurant annex kunstbolwerk. Menig ondernemer fronst de wenkbrauwen bij het horen van de plannen. Tussen kunst en quatsch?

In Baarlo is alles kunst, ook de horeca

Het International Art Center De Raay, zoals Peter Wilms het project heeft gedoopt, omvat naast een kunstgalerie, beeldentuin, offsetdrukkerij, meubelwerkplaats, foto-atelier en uitgeverij, ook nog een hotel van vijftig kamers en een toprestaurant. Het project is van een allure die in Nederland zelden te aanschouwen is. En hoewel Wilms niet over geld wil praten, zullen de kosten ergens tussen de 5 en 10 miljoen euro liggen, en dat is dan alleen voor het horeca-gedeelte.

Alsof dat niet gedurfd genoeg is, moet het van Wilms allemaal anders. In zijn vorige leven als kunsthandelaar heeft hij veel buiten de deur gegeten en dat hangt hem nu – bijna letterlijk – de keel uit. Volgens de kunstdrukker, zelf zonder horeca-achtergrond, is de gastvrijheidsbusiness vrijwel overal hetzelfde. Van de vele etentjes die hij heeft genoten in de vaderlandse en buitenlandse gastronomie herinnert hij zich weinig. Alleen de vette rekeningen staan hem nog helder voor de geest.

Dus krijgen de vijftig hotelkamers die Wilms bouwt een door kunstenaars ontworpen en ingericht interieur, en komt het restaurant in een beeldentuin onder glas. En de Duitse chef-kok Thorsten Huckschlag krijgt volledig ‘carte blanche’ om nieuwe recepten te ontwikkelen. Alles moet anders. Nee, niet om het anders zijn, zegt hij getergd. ‘Maar omdat de horeca daardoor leuker wordt.’

Gasputjes
Wilms maakt z’n ‘tour de force’ compleet door de verbouwing van het voormalige klooster zelf te leiden. Hoewel er een hoofdaannemer is, wordt het meeste werk niet onder aanneming uitgevoerd. Want net als in de gastronomie is de bouwwereld, volgens de kunstdrukker, een wereld zonder fantasie waar te weinig wordt geëxperimenteerd. ‘Drukken en bouwen, alles is kunst. Door met kunst bezig te zijn, ga je anders naar structuren kijken’, doceert hij. Ontwerpen en bouwtekeningen maakt hij zelf, samen met zijn eigen kunstenaars en vaklui. Bouwvergaderingen zijn er niet. Alles wordt op de bouw geregeld. Het gevolg is dat Wilms een wandelende schakelkast is.

Tijdens de up-tempo rondleiding die Misset Horeca krijgt, wordt hem voortdurend om beslissingen gevraagd. ‘Peter, waar moeten die gasputjes komen? Peter, wat doen we met de menukaarten? Peter, tot hoever moeten we bestraten?’ Wilms switched voortdurend, en je vraagt je af hoe hij het volhoudt. Maar het resultaat van deze onorthodoxe aanpak is indrukwekkend. De galeriehouder leidt het mega-project met groot oog voor detail en stijl.

Het middeleeuwse kasteel, dat in de vorige eeuw heeft dienstgedaan als nonnenklooster, is nu een prachtige twee-eenheid van historisch en modern design. Illustratief daarvoor is het restaurant, gevestigd tussen het middeleeuwse hoofd- en bijgebouw. De eetgelegenheid is volledig uit staal opgetrokken. Wanden en dak zijn van zogenaamd IQ-glas, zeg maar glas met ingebouwde elektrische verwarming. Het dak heeft een hoogte van drie tot zes meter, zodat gasten zich straks in de open lucht wanen. In het restaurant komen manshoge kunstobjecten te staan.

Als contrast met dit moderne design komen in het hoofdgebouw twee stijlkamers, ingericht volgens de stijl van medio 19e eeuw. Servies, vloer, meubilair, kroonluchters: alles ademt de sfeer van 1850 of stamt echt uit die tijd. Nog zo’n detail: de massieve deuren van de toiletten zijn van middeleeuws eikenhout dat afkomstig is uit het kasteel. Het hout is in de eigen meubelmakerij bewerkt.

Brood
Nu zijn er in het verleden wel vaker prestigieuze horecaprojecten geweest, en niet allemaal met evenveel succes. Maar Wilms reageert vol ongeloof op sceptische vragen. Hij is ervan overtuigd dat het publiek toe is aan nieuwe dingen. Als kunstdrukker heeft hij de top gehaald – kunstenaars als Corneille, Brood en Claus lieten bij Wilms hun zeefdrukken maken – dus zal de horeca ook wel lukken. ‘Op drukgebied staan we op hoog niveau. En de criteria die voor drukkwaliteit gelden, gelden ook voor de horeca’ zo redeneert hij letterlijk.

Hij mikt op kunstminnende en bemiddelde gasten, die een bezoek aan de galerie combineren met een bezoek aan het hotel en restaurant. Het publiek van het International Art Center moet toestromen vanuit heel Nederland, maar ook vanuit België en Duitsland.

De vergelijking met Emmanuel Mertens, die in het nabijgelegen Weert jammerlijk mislukte met zijn Auberge, gaat volgens Wilms niet op. ‘Weert is vanuit Duitsland veel moeilijker bereikbaar dan Baarlo.’ Er zijn meer parallellen met Mertens. Privé-investeerders financieren het International Art Center (IAC). En net als bij Mertens is de belangrijkste investeerder afkomstig uit de bouwwereld. In Baarlo is dat projectontwikkelaar Frank van Berlo, die voor 50 procent eigenaar is van het IAC.

Maar anders dan Mertens in Weert, wil het IAC ook de lokale bevolking binnenhalen. Een driegangenmenu inclusief wijnarrangement moet rond de €35,- kosten, en dat is volgens Wilms ‘niet duur’. Nee, zijn grootste zorg is dat zijn zorgvuldig verzamelde kunstcollectie te snel uitverkocht raakt. Dan moet hij nieuwe publiekstrekkers zien te vinden.