artikel

Snackfabrikant in plaats van cafetariaondernemer

Horeca

Een carrière als snackfabrikant was niet het eerste waaraan Harold Swinkels dacht toen hij de Middelbare Hotelschool verliet. Het lag immers in de lijn der verwachting dat hij ooit de twee cafetaria’s van zijn vader zou overnemen. Het liep anders en inmiddels verlaten wekelijks enkele tienduizenden snacks het fabriekje van Swinkels Food in Helmond.

Snackfabrikant in plaats van cafetariaondernemer

Na zijn opleiding wilde Swinkels eerst elders in de branche ervaring opdoen voordat hij de cafetaria’s van zijn ouders over zou nemen. Hij ging aan de slag bij de Belgische hamburgerketen Quick waar hij nauw was betrokken bij de poging de Nederlandse markt te veroveren. Deze poging slaagde uiteindelijk niet.

Nadat het Belgisch avontuur ging Swinkels bij zijn vader aan de slag. ‘Hij kampte met een personeelsprobleem omdat er twee bedrijfsleiders tegelijkertijd vertrokken. Daar kon ik hem niet mee laten zitten.Na twee jaar bij zijn vader gewerkt te hebben, realiseerde Swinkels zich dat het niet verstandig zou zijn de cafetaria’s over te nemen. ‘Ik zou bepaalde dingen in het bedrijf anders doen dan mijn vader. Als ik de cafetaria’s overnam, zou hij zich er daardoor nooit los van kunnen maken.’

Van oudsher werden in het bedrijf al zelf nasi- en bamiballen gemaakt. In 1999 nam Swinkels de snackproductie als zelfstandig bedrijf over. ‘Het leek me wel wat om dat avontuur aan te gaan.’ Hij startte met het maken van nasi- en bamiballen naar het minstens 25 jaar oude recept van zijn vader. Aanvankelijk beleverde Swinkels de cafetaria’s van zijn vader en een aantal in de omgeving geworven klanten. ‘Ik ging in de avonduren cafetaria’s langs om klanten te werven. Ook kreeg ik wat tips van een horecagroothandel hier in Helmond. Bovendien hebben zij monsters voor mij uitgezet en ben ik voor hen een goulashkroket onder private label gaan maken.’

Op dit moment nemen ongeveer 60 cafetaria’s de diepgevroren snacks van de dertigjarige producent af. Het zijn volgens Swinkels ‘de betere’ cafetaria’s die zijn bami- en nasiballen verkopen. ‘Het is geen standaardproduct maar heeft een echt ambachtelijke uitstraling. Een cafetariaondernemer kan zich er mee onderscheiden van de concurrentie. Het valt me ook op dat het merendeel van deze cafetariahouders ook zelf zijn frites voorbakt. Het zijn ondernemers die echt met hun bedrijf bezig zijn.’

Inmiddels levert de snackfabrikant niet meer alleen aan cafetaria’s en horecagroothandels. Het zijn nog wel zijn belangrijkste klanten maar productie voor het winkelkanaal neemt een steeds grotere plaats in. ‘Die worden onder private label door een supermarktorganisatie verkocht.’ De voor derden geproduceerde producten hebben een afwijkende receptuur en vorm van de cafetariaproducten, vertelt de ondernemer. ‘De samenstelling wordt in overleg met de afnemer bepaald. Ik experimenteer net zo lang tot de klant tevreden is.’

Samen met twee medewerkers worden op dit moment wekelijks zo’n 30.000 snacks geproduceerd. Door een nieuw afgesloten contract stijgt dat aantal in het tweede kwartaal van dit nieuwe jaar naar 100.000 stuks. ‘Daarvoor moet ik de productiecapaciteit flink uitbreiden. Er komen binnenkort een nieuwe snacklijn, shockvriezer en kookketels en dergelijke.’

De opbouw van een eigen, landelijk bekende merknaam acht Swinkels vrijwel onmogelijk. ‘Dat kost te veel aan marketing en reclame. De toekomst ligt voor mij in de productie voor derden. Het geeft me een kick als mijn snacks ooit bij een landelijk werkende groothandel als private label in de vriezer liggen.’