artikel

Grootschalige horeca heeft de toekomst

Horeca

Het grootste café van Nederland.’ Niet de meest bescheiden kwalificatie die je jezelf kunt toedichten. Maar wie de vierkante meters gaat tellen van Vergane Glorie XL in Doetinchem zal niet snel een café met een grotere oppervlakte vinden. Vijf cafés in één pand. Stuk voor stuk met hun eigen sfeer. Het megacafé geeft de hoofdplaats van de Achterhoek een fikse stapimpuls.

Grootschalige horeca heeft de toekomst

‘En het nu vasthouden. Ja, dat weet ik ook wel.’ Roel de Boer reageert een beetje kribbig op de opmerking die hem de afgelopen weken al vaker voor de voeten is geworpen. Met 22.000 bezoekers in de eerste vijf weken na de opening spreekt hij van een droomstart. ‘Kijk, je kunt dynamisch of opbouwend starten. Maar volk zoekt volk. Dus ben ik dynamisch gestart. En dat ik het moet zien vast te houden, dat heb ik inmiddels al zo vaak gehoord. Maar voorlopig zitten we iedere vrijdag en zaterdag helemaal vol. Zelfs in de vakantie. Zijn er toch 1200 mensen binnen. Je ziet nu een stukje koude sanering in de horeca, maar er blijft altijd ruimte voor vernieuwende bedrijven. Nergens anders dan hier kun je in één gebouw zo’n kroegentocht houden.’

Met de genoemde bezoekersaantallen lijkt De Boer zijn sceptici de mond te snoeren. Al kan het nauwelijks een verrassing voor hem zijn dat zijn ‘project’ vanaf het begin kritisch wordt gevolgd. Wie al in een pril stadium verkondigt uitgerekend in het 48.000 inwoners tellende Doetinchem het grootste café van Nederland neer te gaan zetten roept dat een beetje over zich af. Buurtbewoners vreesden overlast en probeerden de bouwplannen te verhinderen. Gemeente en brandweer waren extra alert en zorgden met hun aanvullende eisen op het gebied van vluchtwegen en geluidswering voor een kostenoverschrijding van twintig procent. Extra dikke ramen moesten er komen. En via zestien uitgangen is het pand in een noodsituatie snel leeg. De aanpassingen brachten de totale investering op 1,2 miljoen euro. ‘Dat was wel een uitdaging’, klinkt het. ‘Je komt op een gegeven moment ook in een situatie terecht dat je niet meer terug kunt.’

Geen eten
Vergane Glorie is geen onbekende naam in caféland. Tot twee jaar geleden exploiteerde De Boer aan de Arnhemse Korenmarkt een gelijknamig bedrijf. En ook in Zwolle was er een VG. Beide zaken werden verkocht. In Zwolle ging het bedrijf verder onder dezelfde naam, in Arnhem werd door de nieuwe eigenaren de complete formule omgegooid en kwam er Aspen Valley op de gevel. Een ski-hut annex feestcafé. ‘Dat vind ik nog steeds onbegrijpelijk. Er is voor de VG in Arnhem echt veel geld betaald. Aspen Valley loopt hartstikke goed, maar ik kan alleen maar zeggen dat het veel sleutelgeld is geweest voor een bedrijf waarvan het concept zich bewezen heeft.’

De suggestie dat de conceptuele wijziging wellicht was ingegeven omdat de sleet op de Vergane Glorie-formule zou zitten ontkent De Boer dan ook ten stelligste. ‘Nee, de formule heeft zich bewezen en is zeker niet gedateerd. Toen ik voor het eerst dit pand ging bekijken wist ik dat juist de schaalgrootte bepalend was voor het succes. Discotheken, daar geloof ik minder in. Grootschalige horeca heeft de toekomst al zal het bruine café altijd blijven bestaan. Wel heb ik natuurlijk geleerd van het verleden. Daarom is het hier in Doetinchem allemaal wat ruimer opgezet.

En hebben we hier geen eten. In Arnhem was dat belangrijk om het disco-image te voorkomen. Voor die tijd was het een ongebruikelijke combinatie. Eten en vanaf tien uur ’s avonds feest. Eten heb ik hier ook nooit overwogen. De kwaliteit van de horeca in Doetinchem is super. Maar het zijn heel veel combinaties van eten en drinken. Er zijn hier maar weinig echte cafés. Door de schaalgrootte van Vergane Glorie zullen er nog meer mensen uit de regio naar deze stad komen. Daarom denk ik met mijn bedrijf echt iets aan de stad toe te voegen.’

Regiofunctie
Het megacafé in Doetinchem heeft daarom wel de trekjes van de ‘oude’ Vergane Glorie, de verschillen zijn, alleen al door de omvang, legio. Hoewel interieurontwerper Max Middelbosch ook nu weer heeft gezorgd voor de inrichting, is de nieuwe zaak beduidend ruimer van opzet dan in Arnhem het geval was. Op de begane grond van het pand bevinden zich drie gedeelten, het grand café, een klein bruin barretje en een door veel hout gedomineerd deel dat qua opzet het meeste aan de ‘oude’ Vergane Glorie doet denken.

Opvallend detail zijn hier de aan de binnenzijde van de ronde bar geplaatste tapkranen. Getapt wordt er met de rug naar het publiek. ‘Het personeel speelt een belangrijke rol bij het entertainen van de gasten. Als je de bar vol met kranen en spoelbakken zet hebben ze die ruimte niet. Dit is nadrukkelijk geen feestcafé, maar een café waar je feest kan vieren. In mijn ogen een belangrijk verschil. Feestcafés worden te veel geassocieerd met een ski-hut. En dat ben ik duidelijk niet.’ Volgens De Boer bevindt zijn kerndoelgroep zich in de leeftijdscategorie tussen 20 en 30 jaar. ‘Al zie ik tot nu toe een relatief groot aanbod van mensen boven de dertig.’

De eerste verdieping, die alleen in de weekenden open gaat, herbergt een sfeervol Cubaans café met ruime stoelen en een sigarenbar, terwijl in de zogeheten industriële bar veel ijzeren stangen zichtbaar zijn en waar het interieur dus veel strakker van opzet is. De Boer: ‘Er is bewust geprobeerd het bovengedeelte een ander gezicht te geven. We doen er bijvoorbeeld ook meer cocktails. Terwijl er beneden in het grand café meer keuze is uit diverse speciaalbiertjes en sterke dranken.’ Centraal in de zaak draait de DJ zijn plaatjes. En omdat uitgaan in belangrijke mate draait om zien en gezien worden is er aan doorkijkjes geen gebrek. Het zicht van beneden naar boven en vice versa is optimaal.

Bepaald niveau
Het reilen en zeilen in het bedrijf wordt vanuit het kantoor nauwlettend in de gaten gehouden door de vijftien camera’s die verspreid door het pand zijn opgehangen. De beelden worden digitaal opgeslagen zodat bij eventuele incidenten de boosdoeners snel zijn terug te vinden. In de kelder zijn het juist de toiletten die in het oog springen. Vijftig cent kost het om de in de oude kluis van het bankgebouw gerealiseerde toiletten te bezoeken.

Ook de garderobe is in dit deel van het pand gevestigd. Voor één euro wordt de jas veilig bewaakt. ‘Het lijkt veel geld, maar er zitten wel toiletjuffrouwen die alles schoonhouden. Je zoekt ook een bepaald niveau van bezoekers en die vinden deze bedragen geen probleem’, vertelt De Boer. In een niet voor de bezoekers toegankelijk kelderdeel bevinden zich de biertanks. Zes stuks van 1000 liter, vol met Dommelsch bier.

Getuige de bezoekersaantallen in de eerste weken na de opening slaat de formule aan. ‘Doetinchem heeft een verzorgingsgebied van in totaal 175.000 mensen. Er zijn de laatste jaren inderdaad veel bedrijven bijgekomen in de stad maar daar zitten maar weinig echte cafés tussen. Maar hoe groot is een regio? Een straal van dertig kilometer? Dan behoort ook Arnhem hier toe. En als een bedrijf maar bijzonder genoeg is komen de mensen vanzelf.’

‘En het nu vasthouden. Ja, dat weet ik ook wel.’ Roel de Boer reageert een beetje kribbig op de opmerking die hem de afgelopen weken al vaker voor de voeten is geworpen. Met 22.000 bezoekers in de eerste vijf weken na de opening spreekt hij van een droomstart. ‘Kijk, je kunt dynamisch of opbouwend starten. Maar volk zoekt volk. Dus ben ik dynamisch gestart. En dat ik het moet zien vast te houden, dat heb ik inmiddels al zo vaak gehoord. Maar voorlopig zitten we iedere vrijdag en zaterdag helemaal vol. Zelfs in de vakantie. Zijn er toch 1200 mensen binnen. Je ziet nu een stukje koude sanering in de horeca, maar er blijft altijd ruimte voor vernieuwende bedrijven. Nergens anders dan hier kun je in één gebouw zo’n kroegentocht houden.’

Met de genoemde bezoekersaantallen lijkt De Boer zijn sceptici de mond te snoeren. Al kan het nauwelijks een verrassing voor hem zijn dat zijn ‘project’ vanaf het begin kritisch wordt gevolgd. Wie al in een pril stadium verkondigt uitgerekend in het 48.000 inwoners tellende Doetinchem het grootste café van Nederland neer te gaan zetten roept dat een beetje over zich af. Buurtbewoners vreesden overlast en probeerden de bouwplannen te verhinderen. Gemeente en brandweer waren extra alert en zorgden met hun aanvullende eisen op het gebied van vluchtwegen en geluidswering voor een kostenoverschrijding van twintig procent. Extra dikke ramen moesten er komen. En via zestien uitgangen is het pand in een noodsituatie snel leeg. De aanpassingen brachten de totale investering op 1,2 miljoen euro. ‘Dat was wel een uitdaging’, klinkt het. ‘Je komt op een gegeven moment ook in een situatie terecht dat je niet meer terug kunt.’

Geen eten
Vergane Glorie is geen onbekende naam in caféland. Tot twee jaar geleden exploiteerde De Boer aan de Arnhemse Korenmarkt een gelijknamig bedrijf. En ook in Zwolle was er een VG. Beide zaken werden verkocht. In Zwolle ging het bedrijf verder onder dezelfde naam, in Arnhem werd door de nieuwe eigenaren de complete formule omgegooid en kwam er Aspen Valley op de gevel. Een ski-hut annex feestcafé. ‘Dat vind ik nog steeds onbegrijpelijk. Er is voor de VG in Arnhem echt veel geld betaald. Aspen Valley loopt hartstikke goed, maar ik kan alleen maar zeggen dat het veel sleutelgeld is geweest voor een bedrijf waarvan het concept zich bewezen heeft.’

De suggestie dat de conceptuele wijziging wellicht was ingegeven omdat de sleet op de Vergane Glorie-formule zou zitten ontkent De Boer dan ook ten stelligste. ‘Nee, de formule heeft zich bewezen en is zeker niet gedateerd. Toen ik voor het eerst dit pand ging bekijken wist ik dat juist de schaalgrootte bepalend was voor het succes. Discotheken, daar geloof ik minder in. Grootschalige horeca heeft de toekomst al zal het bruine café altijd blijven bestaan. Wel heb ik natuurlijk geleerd van het verleden. Daarom is het hier in Doetinchem allemaal wat ruimer opgezet.

En hebben we hier geen eten. In Arnhem was dat belangrijk om het disco-image te voorkomen. Voor die tijd was het een ongebruikelijke combinatie. Eten en vanaf tien uur ’s avonds feest. Eten heb ik hier ook nooit overwogen. De kwaliteit van de horeca in Doetinchem is super. Maar het zijn heel veel combinaties van eten en drinken. Er zijn hier maar weinig echte cafés. Door de schaalgrootte van Vergane Glorie zullen er nog meer mensen uit de regio naar deze stad komen. Daarom denk ik met mijn bedrijf echt iets aan de stad toe te voegen.’

Regiofunctie
Het megacafé in Doetinchem heeft daarom wel de trekjes van de ‘oude’ Vergane Glorie, de verschillen zijn, alleen al door de omvang, legio. Hoewel interieurontwerper Max Middelbosch ook nu weer heeft gezorgd voor de inrichting, is de nieuwe zaak beduidend ruimer van opzet dan in Arnhem het geval was. Op de begane grond van het pand bevinden zich drie gedeelten, het grand café, een klein bruin barretje en een door veel hout gedomineerd deel dat qua opzet het meeste aan de ‘oude’ Vergane Glorie doet denken.

Opvallend detail zijn hier de aan de binnenzijde van de ronde bar geplaatste tapkranen. Getapt wordt er met de rug naar het publiek. ‘Het personeel speelt een belangrijke rol bij het entertainen van de gasten. Als je de bar vol met kranen en spoelbakken zet hebben ze die ruimte niet. Dit is nadrukkelijk geen feestcafé, maar een café waar je feest kan vieren. In mijn ogen een belangrijk verschil. Feestcafés worden te veel geassocieerd met een ski-hut. En dat ben ik duidelijk niet.’ Volgens De Boer bevindt zijn kerndoelgroep zich in de leeftijdscategorie tussen 20 en 30 jaar. ‘Al zie ik tot nu toe een relatief groot aanbod van mensen boven de dertig.’

De eerste verdieping, die alleen in de weekenden open gaat, herbergt een sfeervol Cubaans café met ruime stoelen en een sigarenbar, terwijl in de zogeheten industriële bar veel ijzeren stangen zichtbaar zijn en waar het interieur dus veel strakker van opzet is. De Boer: ‘Er is bewust geprobeerd het bovengedeelte een ander gezicht te geven. We doen er bijvoorbeeld ook meer cocktails. Terwijl er beneden in het grand café meer keuze is uit diverse speciaalbiertjes en sterke dranken.’ Centraal in de zaak draait de DJ zijn plaatjes. En omdat uitgaan in belangrijke mate draait om zien en gezien worden is er aan doorkijkjes geen gebrek. Het zicht van beneden naar boven en vice versa is optimaal.

Bepaald niveau
Het reilen en zeilen in het bedrijf wordt vanuit het kantoor nauwlettend in de gaten gehouden door de vijftien camera’s die verspreid door het pand zijn opgehangen. De beelden worden digitaal opgeslagen zodat bij eventuele incidenten de boosdoeners snel zijn terug te vinden. In de kelder zijn het juist de toiletten die in het oog springen. Vijftig cent kost het om de in de oude kluis van het bankgebouw gerealiseerde toiletten te bezoeken.

Ook de garderobe is in dit deel van het pand gevestigd. Voor één euro wordt de jas veilig bewaakt. ‘Het lijkt veel geld, maar er zitten wel toiletjuffrouwen die alles schoonhouden. Je zoekt ook een bepaald niveau van bezoekers en die vinden deze bedragen geen probleem’, vertelt De Boer. In een niet voor de bezoekers toegankelijk kelderdeel bevinden zich de biertanks. Zes stuks van 1000 liter, vol met Dommelsch bier.

Getuige de bezoekersaantallen in de eerste weken na de opening slaat de formule aan. ‘Doetinchem heeft een verzorgingsgebied van in totaal 175.000 mensen. Er zijn de laatste jaren inderdaad veel bedrijven bijgekomen in de stad maar daar zitten maar weinig echte cafés tussen. Maar hoe groot is een regio? Een straal van dertig kilometer? Dan behoort ook Arnhem hier toe. En als een bedrijf maar bijzonder genoeg is komen de mensen vanzelf.’