artikel

Lokale helden, nieuwe troubadours

Horeca

De nieuwe troubadours luisteren naar namen als The Happymaker, Sherman en Theo de King. Troubadour betekent volgens de Dikke van Dale: rondtrekkende liedjeszanger die zichzelf begeleidt. Dat klopt helemaal, maar dít trio doet nog meer. Tot groot vermaak van het publiek.

Populair in dorp en provincie. Schnabbels buiten de eigen streek. Landelijke bekendheid. In die volgorde hebben Sherman, Theo de King en The Happymaker dezelfde wens. Het zijn zij die vroeger bij oom Bert en tante Jannie uitblonken tussen de schuifdeuren. Of het nou was met een oude goocheldoos of mopjes tappend. Maar zang kwam er op een gegeven moment zeker aan te pas.

Het is de aandacht die hen drijft. Applausjunkies zijn het. Of het publiek nou smalend lacht of niet. Zíj staan in de picture en zíj laten het publiek doen wat zíj willen. The Happymaker, echte naam Peter (‘noem m’n achternaam maar niet vanwege de belasting’), doet het met een assistent. Voorheen was dat een vrouw inclusief wit poedeltje, maar ‘haar vond ik niet leuk meer’. Het keffertje kon overigens ook vertrekken.

Peter is een man van weinig woorden, maar maakt tijdens de optredens wel grapjes. ‘Het eerste biertje smaakt me nooit, dus die gooi ik weg.’ De assistent blijft monddood. Die tikt soms op een triangel of rammelt met de koebel. Een andere blikvanger is de ‘lichtshow’. Een lichtgevend koffertje met in plakletters Peter’s artiestennaam.

The Happymaker heeft niet de looks van een Robbie Williams. Ook ontbreekt een zuiver en solide stemgeluid als van een Lee Towers. De Nijmegenaar zingt regelmatig zelfs uitgesproken vals. Een bekende song als The lion sleeps tonight met hoge uithalen, wordt door Peter gewoon verkracht. Maar zie, het publiek waardeert het kraaiengezang hard lachend. En op ’t Was aan de Costa del Sol zingt iedereen ‘Tingelingeling’ mee. Op commando van Peter. De wereld op z’n kop. De niet serieus genomen troubadour bepaalt wat de schimpscheutende meute doet.

Kamp
Bij Sherman geen smalende glimlachen of spottende opmerkingen. Daarvoor is de uitstraling en de stem van Herman van Dooren gewoon te goed. Ook híj wordt begeleid. Altijd door zijn lieftallige assistente Gerda. Niet geheel toevallig ook z’n vrouw en de moeder van hun kinderen. De volkszanger uit Apeldoorn treedt zo’n drie keer per week op, maar hij heeft altijd oppas. ‘Ik woon namelijk op het woonwagenkamp hier. Er is altijd wel familie die op de kleintjes let’, zegt Sherman voor buurtkroeg The Champ in Apeldoorn.

‘Frans Bauer is een achterneef van me en Grad Damen en JJ Bauer ook. Allemaal jongens van het kamp. Als ik een goede tekstschrijver zou vinden dan kom ik ook met een plaatje in de Top-50. Promotie, dat heb je nodig. Frans kostte tien jaar geleden ook nog maar 400 gulden. Hij is altijd bezig geweest om zichzelf te promoten.’

Sherman was eerder vertegenwoordiger in huishoudartikelen. Zingt alweer vier jaar professioneel. ‘Onder meer op dinershows, op campings en bij mensen thuis. Hoe duur ik ben? Vanaf 250 euro. Ik verdien een groter publiek. Daar ben ik niet bang voor.’ Hij maalt er ook niet om als de publieke belangstelling wat minder is, want hij zet het gezellige The Champ op stelten. Laat mensen meezingen, start een polonaise en flirt met de vrouwelijke bezoekers. Zijn acts, Anton aus Tirol en Elvis, slaan enorm aan. En ‘Ich bin so schön, ich bin so toll, ich bin die Anton aus Tirol’ komt er net zo helder uit als ‘Are you lonesome tonight’. De bijbehorende outfits maken het af.

De helden van geheelonthouder Sherman zijn Engelbert Humperdinck, Tom Jones maar toch vooral The King of Rock ’n Roll. ‘Ik treedt ook op bij welgestelde mensen. Als ik m’n Elvispak aan heb, hangen ze aan mijn benen. Wij zijn de lokale helden, maar onbekend maakt onbemind.’ Daar moet z’n artiestenbureau een eind aan maken.

Theo‘
Na al duizenden optredens in heel het land te hebben verzorgd, zingt Theo nog steeds vol passie en overgave. Het einde is nog niet in zicht…’, meldden de managers van Theo de King, Bettine Pluut en Merijn Korsten. Echte managers voor de 59-jarige Brabander, echte naam Theo van de Sande. Gebitloos, maar mét kleurrijke outfit en onafscheidelijke gitaar en hondje al jaren een opvallende verschijning in partyland. Niet alleen beneden de rivieren. Theo was al te zien op tv in de Pats Boem Show, Taxi (met Maarten Spanjer) en bij André van Duin. Een echte doorbraak bleef echter uit.

De zoon van het voormalig hoofd van de school in ‘hometown’ Schijndel zong lange tijd in koren. In 1987 vond hij het echter tijd voor een solocarrière. Eerst op de fiets naar optredens, later werd hij gebracht en opgehaald. Theo doet ongeveer twintig nummers in een half uur. Erg korte versies van meestal Nederlandse liedjes. Met aangepaste tekst, andere ritmes, waarmee hij het publiek vaak compleet in de war brengt.

The King begeleidt zich op ludieke wijze op gitaar en verder zingt hij mee met twee eigen singletjes. ´Worst, worst, worst`, was een regionaal carnavalshitje. Dé kraker is echter ´Balabamba´, een Schijndelse remake van La Bamba van Ritchie Valens en Los Lobos. Theo herhaalt ‘Balabamba’ zo vaak dat hij het publiek een gevoelsmix bezorgt van afgrijzen, verbazing, lachstuipen en medelijden. ‘Verwacht van Theo geen serieuze, hoogstaande muzikale performance’, aldus manager Merijn Korsten.
De kracht van de lokale helden c.q. troubadours zit in hun onmetelijke en altijddurende enthousiasme. Van BN’er worden blijven ze dromen.

Meer info:
The Happymaker, alias Peter: 024-3770815 (s.v.p. na 18.00 uur)
Sherman, alias Herman van Dooren: 055-5333013
Theo de King, alias Theo van de Sande: 06-14799936 (Merijn Korsten)