artikel

Brandpreventie is geen ‘ondernemertje pesten

Horeca

Vraag als ondernemer zélf een brandpreventieofficier van de lokale brandweer om advies. Controleer samen de genomen veiligheidsmaatregelen. Op deze wijze te werk gaan bespaart tijd en geld. De brandweer doet aanbevelingen en maakt een rapport op waarin staat welke maatregelen moeten worden genomen om aan de brandveiligheidseisen eisen te voldoen

‘Veel ondernemers staan wantrouwig ten opzichte van controles door brandpreventiemedewerkers van de brandweer’, vertelt Richard de Wit, werkzaam als adviseur bij Ajax Brandbeveiliging in Amsterdam. ‘Zij zien een controleur als boeman die ondernemertje komt pesten. Het is volgens hem beter de controleur als ‘partner in veiligheid’ te zien. ‘Hij geeft advies en doet aanbevelingen wat er moet gebeuren in de cafetaria. Niet te veel en niet te weinig.’

In zo’n rapport staat waar de noodverlichting, nooduitgangen en aanduidingen daarvoor moeten komen. Maar ook welke en de hoeveelheid blusmiddelen die nodig zijn en waar ze geplaatst moeten worden. Ook wordt gekeken of vluchtwegen vrij van obstakels zijn. Bovendien wordt de inrichting op brandveiligheid gecontroleerd. Zo moeten plafonds aan bepaalde brandveiligheidseisen voldoen. Dit geldt ook voor de zogenoemde overige aankleding en versiering zoals kunstplanten en gordijnen en dergelijke. ‘Die zaken moeten veelal geïmpregneerd worden met een brandvertragend middel. Dit geldt ook voor een droogboeketje of kerstversiering.

Met het rapport in de hand is het makkelijker praten met een preventiebedrijf vindt De Wit. ‘Er worden precies die maatregelen genomen die de brandweer in die plaats nodig vindt. ‘Het bespaart daardoor geld, tijd en bij een vervolgcontrole heen en weer gepraat met de controleur.’

Het is soms zelfs aan te raden om zelf contact op te nemen met de brandweer. ‘Zij kunnen de aanbevelingen die gedaan zijn door een preventiebedrijf controleren. Laat de werkzaamheden pas dan uitvoeren als de brandweer akkoord is. Dan doe je als ondernemer niet te veel en ben je ingedekt.’

Laat werkzaamheden door een erkend bedrijf uitvoeren. Een kerststukje is nog wel zelf te behandelen met een spuitbus van de bouwmarkt. Voor het impregneren van bijvoorbeeld gordijnen moet een gecertificeerd bedrijf komen. ‘Een rekening van een bouwmarkt voor een paar spuitbussen voldoet niet bij een controle, een certificaat van een erkend bedrijf wel.’

Frituren
In een ruimte waar gefrituurd wordt, moet minimaal een blusdeken en een brandblusser aanwezig zijn. Er is een ruime keuze aan brandblussers die toegelaten zijn in een cafetaria. De Wit raadt aan voor een sproeischuimblusser te kiezen. ‘Die is geschikt voor het blussen van vloeistoffen en vaste stoffen. Je kunt en mag er zelfs een persoon die in brand staat mee blussen. Dat is beter dan het gebruik van een blusdeken. Daarmee doof je wel de vlammen maar de warmte blijft opgesloten. Terwijl koelen zo belangrijk is bij brandwonden.’

Hij raadt het gebruik van een poederblusser af. ‘Die veroorzaakt bij gebruik veel nevenschade. Elektronica zoals kassa’s, computers en geluidsapparatuur raken door corrosie onherstelbaar beschadigd. Bovendien moet bijvoorbeeld de bakwand helemaal uit elkaar worden geschroefd om gereinigd te worden. ‘De nevenschade is vaak groter dan de brandschade. Er is een tendens bij verzekeringsmaatschappijen deze nevenschade uit te sluiten in de algemene voorwaarden.’

Branden in frituurovens.
Zet bij brand in een vetpot de afzuigkap uit als dit niet automatisch gebeurt. Door de afzuiging laaien de vlammen hoog op. Brandend frituurvet kan wel 320 graden Celcius zijn. Probeer nooit een brandende oven te blussen met water. Water zakt naar de bodem in de ketel en neemt door verdamping een paar honderd keer het originele volume aan. Daardoor komt de hete olie explosief uit de pot vliegen.

Met een blusdeken worden wel de vlammen gedoofd. Echter, de temperatuur van het vet blijft hoog en kan weer spontaan ontbranden. Specifiek ontwikkeld voor vetbranden is sinds kort een speciale brandblusser (F-klasse) op de markt. Deze bevat een nat blusmiddel waardoor de olie verzeept en een vaste vorm aanneemt. De brand wordt geblust en de temperatuur gaat omlaag. Bovendien kan er geen zuurstof meer bijkomen dus de olie vliegt niet opnieuw in de brand. Deze blusser is overigens niet verplicht.