artikel

De portier doet het nooit goed

Horeca

Sinds in 1999 het portiersdiploma verplicht werd, is aan de deur het kaf van het koren gescheiden. Wie gewend was eerst te slaan en dan pas vragen te stellen, moest zich aanpassen of kon vertrekken. De portier is een vakman geworden die veel (potentieel) uitgaansgeweld voorkomt. Maar is iemand die voor een handvol euro’s het risico neemt in elkaar te worden geslagen of tegen een kogel aan te lopen, wel helemaal in orde?

De portier doet het nooit goed

Water en vuur is het vaak, nog steeds. De relatie tussen horecaportier en politie. ‘Als een portier eens geweld gebruikt om een ruzie te sussen, dan is daar bij de politie nooit veel begrip voor.’ Hans Donkers, de man die de woorden uitspreekt, stond jarenlang zelf aan de deur. Inmiddels is hij directeur van Network Protection. Zeg maar een soort uitzendbureau voor portiers. Al reageert hij ietwat geprikkeld op deze vergelijking. ‘Wij hebben een beveiligingsbedrijf.’

Helmond is één van de weinige plaatsen in Nederland waar portiers, politie en gemeente hecht samenwerken. Met resultaat. Tegen de trend in steeg het uitgaansgeweld er de afgelopen vijf jaar niet. Sinds 1999 moeten ook in deze Brabantse plaats alle horecaportiers beschikken over een beveiligingsdiploma. De benodigde lesstof is te vinden in het cursusboek ‘horecaportier.’ Geschreven door Arjen Appel, ook aanwezig in Gasterij De Vlinder in Helmond, de locatie waar De Stamtafel plaatsvindt. Donkers prijst het boek, dat voor al zijn 80 personeelsleden verplichte kost was. ‘Vooral het stuk wets- en rechtskennis is heel goed. Ook het deel over gespreksmodellen en sociale vaardigheden. Daar heb je in het vak heel veel aan. Om een voorbeeld te geven: als een portier zegt ‘Je mag er niet in’. Dan is het altijd meteen ‘En waarom niet?’ Dan lok je al iets uit. Je leert om altijd een reden te geven als je iemand weigert. Dan ontstaat er toch iets van begrip.’

Donkers staat pal voor het vak en zijn mensen. ‘Een goede horecabeveiliger is de beste beveiliger die er rondloopt. De horeca wordt vaak geassocieerd met rotzooi en criminaliteit. Terwijl geen sector zoveel aan veiligheid doet als juist deze bedrijfstak. De horeca trekt wel allerlei lieden aan. Seksuele intimidatie, vernieling, drugs, bedreiging. De portier krijgt er allemaal mee te maken.’ Hij voegt daar aan toe: ‘Sinds het diploma verplicht is, is meer zicht ontstaan op wie er aan de deur staan. De mensen zijn gescreend en beter opgeleid. Kennen de basisregels van het spel. Daarmee is de kwaliteit verbeterd. Niet het imago.’

Vak is veranderd
Het zijn niet louter discotheken die portiers aan de deur hebben. Ook veel kroegen die op uitgaansavonden veranderen in een swingcafé, hanteren een deurbeleid. Henk Nijeboer, eigenaar van De Vlinder, trekt met zijn bruin café een wat ouder uitgaanspubliek. ‘Wij willen een goede gastheer zijn voor onze klanten, en dat kan alleen als je een optimale veiligheid waarborgt. De vijf bedrijven hier op het Havenplein hebben allemaal mensen van Network Protection aan de deur. En – ik hoop dat dit geen prijsverhoging uitlokt, ha ha – dat zijn stuk voor stuk jongens die geen agressieve uitstraling hebben, maar juist overkomen als een gastheer. En echt, dat waarderen onze klanten.’

Rini Egelmeers neemt het bedekte compliment glimlachend in ontvangst. Hij is het die in de weekeinden bepaalt wie er wel of niet De Vlinder in mag. Kent het klappen van de zweep. Al twintig jaar staat hij ‘aan de deur’. Het is volgens hem belangrijk om zo veel mogelijk bij hetzelfde bedrijf te werken. ‘Dan weet je goed wat er omgaat in de zaak. Je kent de formule en weet wie er wel en niet bij past.’

De hechte samenwerking met de politie heeft zijn manier van werken veranderd. ‘Je moet je reactie aanpassen op wat de wet voorschrijft. Als iemand een ander een glas in het gezicht slaat, is dat een strafrechtelijke handeling. Dan ga je die persoon aanhouden. Vervolgens bel je de politie. En dat kon vroeger niet. We waren water en vuur. Als je de politie aansprak, dan werd je zelf aangehouden. Wij hadden het altijd gedaan.’

Vervelende bijwerkingen
Met die laatste opmerking legt hij oud zeer bloot. Hans Donkers: ‘Als er ergens een vechtpartij is en de portier gaat daar op af, dan wordt het pas gezien op het moment dat hij iemand buitenzet. Degene die dan buiten staat heeft nooit iets gedaan natuurlijk. En die portier doet het altijd te lomp. Daar komen we echt bij het probleem van de portier. Want in de meeste bedrijven staat hij alleen. En waar gevochten wordt, zijn altijd minimaal twee mensen in het spel. Dus de portier moet meerdere personen tegelijk in de gaten houden. Je moet ook een beetje gek zijn om portier te worden. Want wie wil nou het risico lopen om zich voor vijftien gulden per uur in elkaar te laten slaan, om vervolgens een veroordeling te riskeren?’

Arjen Appel: ‘Een agent heeft in een maand minder risicomomenten dan een portier op één avond. Bijna iedere portier die de cursus volgt zegt na afloop: ‘Nu ik weet wat noodweer betekent, realiseer ik mij dat het toepassen van geweld altijd slecht uitpakt’. Wil je dus portier blijven, je papiertje behouden, dan moet je het van andere vaardigheden hebben. Sociale vaardigheden, houding, professionaliteit. Daarmee moet je voorkomen in een nadelige situatie te geraken. Dat is het verschil tussen de portier oude en nieuwe stijl. Vroeger werd gewoon tegen iemand gezegd: ‘Je gaat wieberen. Naar huis toe. En niet goedschiks, dan maar kwaadschiks’. Laat het helder zijn, de politie heeft het geweldsmonopolie. Maar dan is het belangrijk dat de politie ingrijpt als het nodig is. Anders loop je toch het risico dat een portier een keer de fout ingaat.’

Donkers rept in dit verband over een vervelende bijwerking. ‘Hoe meer kennis ze wordt bijgebracht, en des te ervarener ze zijn, hoe minder bang ze zijn. Een gevolg is dat de gemiddelde agent dan ook maar gelijk álles aan die portier overlaat. Op mijn kantoor hangen veel dankbetuigingen van politiekorpsen voor het bedwingen van massale vechtpartijen door portiers, toen de politie het zelf niet aankon. Wij proberen het Ministerie van Justitie nu zover te krijgen dat portier een beperkte opsporingsbevoegdheid krijgt. Dan heeft hij rechten.’ Appel: ‘Portiers willen geen uitbreiding van het geweldmonopolie, maar ze willen een status die hoger is dan de gemiddelde burger.’

Problemen
Dat laatste lijkt hard nodig in een uitgaanscircuit waar stappers soms zeer onvoorspelbaar en onhandelbaar gedrag vertonen. ‘Met dank’ aan de pillen die voor velen noodzakelijk lijken om in de stemming te komen. Ze maken het werk er voor de portier niet gemakkelijker op. Hans Huisman staat aan het hoofd van het beveiligingteam in één van ’s lands grootste discotheken, Time Out in Gemert. ‘Als ik iemand controleer op drugs, en die vind ik, dan ben ik al aan het opsporen. Sommige horecazaken gooien alle gevonden drugs simpelweg in een ton met water. Wij nemen het in beslag. Vullen formulieren in en geven die aan de politie. In onze zaak werken we met een registratiesysteem. Daarin vermelden we dit soort zaken, zodat je iemand een volgende keer kunt weigeren.’

Het is om die reden dat ook Jos Wijnen present is. De eigenaar van discotheek Plaza in Helmond werkt sinds kort met een eigen registratiesysteem. ‘Ik krijg wel eens hockeyteams in mijn zaak die in Helmond een toernooi hebben. Die mensen komen uit heel Nederland. Die herken je niet als ze een jaar later weer komen. Maar in de computer kun je invoeren of iemand zich misdragen heeft, en er dus niet meer in mag. Op een gegeven moment zou je met andere ondernemers gegevens kunnen uitwisselen, om zo notoire rotzooitrappers te herkennen.’

Techniek kan een hulpmiddel zijn; het portiersvak blijft mensenwerk. Hans Donkers: ‘Het moeilijke is dat de portier binnen een paar seconden moet inschatten of iemand naar binnen mag of niet. Past hij bij de zaak? Bij de andere bezoekers? Wat kan ik verwachten als er problemen komen? En als er dan toch problemen zijn, moet andermaal in een fractie van een seconde worden beslist: wat gebeurt er? Als ik die persoon verwijder, vindt de baas het dan goed? Misschien is het wel een vaste klant. Vinden de andere gasten het goed? Vindt de politie het goed? En als de portier iemand weigert, dan kan dat ook verkeerd uitpakken. Misschien is het wel ‘onze Piet’ die nooit iets doet. Hij doet het nooit goed!’

Toch wel leuk?
Met name de grote uitgaansgelegenheden vergen het uiterste van de portiers. De aanwezigheid van grote groepen jongeren met een allochtone achtergrond brengt bovendien extra risico’s met zich mee. Hans Huisman: ‘Wij hebben veel Marokkaanse jongeren in de zaak. Die gaan vaak bij elkaar staan en beschouwen dat gedeelte als ‘hun’ gebied. Wie erlangs wil wordt weggeduwd en geprovoceerd. Het komt nog regelmatig voor dat als een meisje weigert te dansen met één van die jongens, er een fles op haar hoofd wordt stukgeslagen. Er is eens geprobeerd de problemen wat te stoomlijnen door een imam in dienst te nemen. Die liep rond op de parkeerplaats en sprak de jongeren aan. Het werkte averechts. Er kwamen ineens nog veel meer Marokkaanse jongeren. Allemaal wilden ze die imam begroeten.’

Volgens Hans Donkers zal een horecabedrijf nimmer mensen weigeren op grond van huidskleur of afkomst. Dat mag ook niet. ‘Het is wel mogelijk te weigeren op groepsgedrag. Hierbij is registratie van incidenten in het verleden erg belangrijk. Dan heb je bewijs in handen als die personen de horecaondernemer beschuldigen van discriminatie. En dan hebben we het niet alleen over Marokkaanse jongeren; het geldt net zo goed voor vrijgezellenfeesten. Die groepen worden ook vaak op deze gronden geweigerd.’

De complexiteit van het vak verhult niet dat portier zijn ook leuke kanten heeft. Rini Egelmeers. ‘De omgang met mensen. Je stáát voor je vak en neemt het serieus. Je wilt mensen een leuke avond bezorgen. Want als wij er niet staan, is de kans groot dat het binnen escaleert.’