artikel

Winterberg über alles

Horeca

Die Holländer klauen unsere Gäste weg’. Scheve gezichten bij de horeca van Winterberg als in 1985 de eerste Nederlandse collega’s zich in het Duitse skidorp vestigen. Van jaloezie is inmiddels geen sprake meer. Want die Holländer zorgen er wel mooi voor dat ook in moeilijke tijden de kassa blijft rinkelen. ‘Wij verkopen het perfecte vakantiegevoel.

Winterberg über alles

Vraag een Nederlandse horecaondernemer naar het grootste ongemak van wonen en werken in Sauerland en je krijgt het volgende antwoord: ‘Dat ze af en toe je rijbewijs afpakken.’

Direktionsassistent Roy Swartjes van Golden Tulip Winterberg laat zich noodgedwongen door een collega naar de fotosessie met Misset Horeca rijden. Een paar weken geleden hield de politie hem aan toen hij met 160 kilometer per uur over de Bundesstrasse jakkerde. Een rijverbod voor twee maanden. En niet voor het eerst, bekent Swartjes. ‘Ik heb het geluk dat de politie hier tamelijk mild is, in Nederland hadden ze me voor veel langer van de weg gehaald.’

Vrijdagochtend in winters Winterberg. Het vakantiedorp op drie uur rijden van Arnhem schittert in een halve meter verse sneeuw. De zon brandt fel vanuit een strakblauwe hemel. Ideale condities voor een paar uur skiën, rodelen of snowboarden. Ook vandaag zullen de Nederlanders met honderden tegelijk van de hellingen glijden. De eerste bussen met scholieren, personeelsverenigingen en vriendenclubjes zijn al gearriveerd. In de Skihütte, het biercafé van de grote parkeerplaats aan de rand van het dorp, gaat de tap open en de muziek aan: ‘Alice, Alice, Who The Fuck Is Alice’.

Even verderop wordt de keuken van hotel Der Brabander bevoorraad. Door Hanos. Twee keer per week stuurt de vestiging in Venlo een vrachtwagen vol versproducten naar Winterberg. Het is een eindje rijden, maar dat heeft Hanos graag over voor een klant die op jaarbasis voor 300.000 euro inkoopt.

Eigenaar-directeur Rob Meurs van Der Brabander laat de spullen voor bar en buffetrestaurant niet voor niets uit Nederland komen. Het overgrote deel van de gasten is Nederlander, en Nederlanders – zeker de Winterberggangers – willen nou eenmaal Nederlandse producten. ‘De mensen zijn weg van huis, maar moeten zich wel thuisvoelen.’

Kaas, vlees, en ook het Duits klinkende, maar oer-Hollandse wintersportdrankje Flügel (30 dozen gaan er per week doorheen) laat Meurs vanuit Venlo aanrukken. ‘Eigenlijk kopen we alleen brood lokaal in, en bier niet te vergeten. Met drie grote brouwerijen (Krombacher, Warsteiner en Veltins) direct in de buurt zouden we wel gek zijn om dat van ver te halen.’

Avontuur
Min of meer per toeval zijn Rob en Marja Meurs in Winterberg terechtgekomen. In 1985, tijdens een korte vakantie, zien ze aan de voet van de ski-piste een hotel te koop staan. Rob, die op dat moment samen met zijn vader en broer de Jumbo-supermarkt in Tilburg runt, heeft wel oren naar een horeca-avontuur over de grens.De rust en ruimte van Sauerland spreken hem aan. In een paar dagen is de koop rond.

De start is bescheiden, met één gebouw van enkele tientallen hotelkamers. Al vrij snel krijgt Meurs de smaak te pakken, en zodra hij de kans schoon ziet koopt hij een aangrenzend gebouw. Een paar jaar later nog een, en nog een. Meest recente uitbreiding: het tankstation naast het hotel, waar een biercafé en een bedrijf voor ski-verhuur zijn ondergebracht.

Alles bij elkaar een gigantisch complex, de blikvanger van Winterberg: 73 hotelkamers (samen goed voor 200 bedden), een restaurant, bar, zwembad, fitnessruimte, skischool en nog wat appartementen aan de achterzijde. Het is hard gegaan, moet ook Meurs bekennen. ‘Ik kwam hier vijftien jaar geleden met 15.000 euro spaargeld; nu leid ik een bedrijf met 45 man – hoofdzakelijk Nederlands – personeel. Vorig jaar zaten we op ruim drie miljoen euro omzet.’

Met 35.000 van de in totaal één miljoen toeristische overnachtingen mag je Der Brabander gerust het meest succesvolle vakantiehotel van Hoch Sauerland noemen. Een Nederlander die met kop en schouders boven zijn Duitse collega’s uitsteekt, zet dat geen kwaad bloed? Meurs: ‘In het begin wel. Die Holländer klauen unsere Gäste weg, zag je ze denken. Inmiddels is de situatie anders. De Duitsers zien heel goed in dat ze ons nodig hebben. Wat zij niet kunnen, kunnen wij wel: Nederlandse toeristen aantrekken en ze het perfecte een vakantiegevoel verkopen. De lokale middenstand profiteert er volop van mee. Men is zich intussen zeer bewust van de voordelen van onze aanwezigheid.’

Schnitzels
Het verhaal van Rob Meurs is het verhaal van de meeste Nederlanders die iets proberen op te bouwen in de horeca in Winterberg. Ook van Ton Mulders van het Park Hotel (27 kamers, 500.000 euro omzet), schuin tegenover Der Brabander. Mulders stuitte op jaloezie onder Duitse collega’s toen hij acht jaar geleden naar Sauerland kwam. De Voorburger kon en kan er niet wakker van liggen. ‘Ik trek m’n eigen plan, probeer gewoon een mooie zaak op te bouwen en geld te verdienen.’

Vooral door keihard te werken. In de drukke maanden van het winterseizoen, eind december tot half maart (in het voor- en najaar dobbert hij met zijn jacht voor de kust van Florida), staat Mulder eigenhandig in de keuken zigeunerschnitzels te bakken voor z’n gasten. De bediening, ook in het Park Hotel overwegend Nederlanders, rent avond aan avond heen en weer met vleesschotels en grote glazen bier voor – ook hier – overwegend Nederlandse gasten.

Om die Nederlanders naar zijn hotel te krijgen geeft Mulders een vermogen uit. Advertenties in dagbladen, op SBS-teletekst, noem maar op. Weerman John Bernard van RTL wilde in het verleden nog wel eens gratis en voor niks de sneeuwcondities voor Winterberg doorgeven aan de kijkers. Mulders: ‘Betere promotie kun je je niet wensen. Ik heb Piet Paulusma van SBS gevraagd of hij misschien iets voor ons kon betekenen, maar dat paste niet in de formule van Hart van Nederland. Het zij zo.’

GT Winterberg
De meest recente uitbreiding op de Winterbergse hotelmarkt, het Golden Tulip hotel in een voormalige kuurkliniek even buiten het dorp, heeft het succes vooral te danken aan z’n naam. GT Winterberg is pas drie maanden open, en in die korte periode is de bezetting niet onder de 75 procent gedoken. In de weekends en de vakanties, zoals nu weer met de krokus en carnaval, zit het hotel helemaal vol.

Roy Swartjes is Direktionsassistent van GT Winterberg, wat in de praktijk betekent dat hij de general manager vervangt die al sinds de opening ziek thuis zit. Na een middelbare horecaopleiding in Nederland en een jaartje Bosnië, runde Swartjes met zijn broer een paar jaar een hotel op een half uur rijden van Winterberg. Eind vorig jaar werd hij gevraagd bij Golden Tulip te komen werken. Vanwege de ziekte van z’n baas stond Swartjes er direct al alleen voor. ‘Het gaat best goed, ik heb met name de personeelskosten fors teruggebracht, maar we zijn er nog lang niet. En ik red het ook niet in m’n eentje. Gelukkig komt er binnenkort managementversterking uit Nederland. Er moet zóveel gebeuren om het bedrijf in de markt te zetten. Met een dik pak sneeuw voor de deur komen de mensen vanzelf, maar ik vraag me af hoe het straks gaat als de sneeuw gesmolten is.’

Aan weekendarrangementen voor mountainbikers en andere outdooractiviteiten wordt hard gewerkt, en verder moet het hotel het vooral hebben van z’n conferentiefunctie. Swartjes ziet met name op dat punt nog problemen. ‘De Duitse vergadermarkt ligt op z’n gat, en vanuit Nederland hoeven we in het huidige economische klimaat ook niet veel te verwachten.’

Diefstal
Rob Meurs van hotel Der Brabander is om die reden blij niets van doen te hebben met zakelijke gasten. In Der Brabander komen de mensen uitsluitend om vakantie te vieren. Niet dat Meurs geen tegenslagen kent, integendeel. Ook de short break-toerist heeft de laatste maanden duidelijk minder te verteren, dus de inkomsten van het hotel lopen iets terug. En dan zijn er nog problemen van geheel andere aard: de laatste weken wordt er van de kamers gejat. Meurs heeft een camerasysteem laten installeren in de hoop de dieven te pakken.

Het zijn de minder leuke kanten van het ondernemerschap in Winterberg. Van stoppen of teruggaan naar Nederland moet Meurs niets weten. ‘Los van het feit dat dit bedrijf moeilijk te verkopen is, ben ik nog lang niet klaar.’ Nóg groter worden? Misschien wel. Onlangs kocht hij van een failliete projectontwikkelaar een zestal ruime appartementen achter het hotel, die in het hoogseizoen voor 1000 euro in de verhuur gaan. Blijft er nog iets te wensen over? Ja, sneeuwkanonnen, dat wordt het eerstvolgende grote project. Sneeuwkanonnen op de piste achter het hotel . Een investering van 145.000 euro. Maar wel een noodzakelijke investering. ‘Mijn gasten willen ook kunnen skiën als er eens een jaartje geen sneeuw valt.’