artikel

Alain `ontmoet’ Bernard Loiseau

Horeca

Ik was aan het koken, boeuf bourguignon, en ineens heel veel smsjes. Bernard Loiseau is dood! Ik schrik, een van ‘s werelds grootste koks, hoe is het mogelijk? Verbijstering, boeuf bourguignon naar de kloten en dan stilte. Hij heeft zich met een jachtgeweer in zijn slaapkamer. Wat is er in godsnaam gebeurd?De volgende dag ga ik naar Parijs met Paul Fagel, Pieter Damen en Will Jansen voor een kookles op de school van Alain Ducasse. Ducasse zelf is niet aanwezig, hij is naar de begrafenis. Loiseaus dood is voorpaginanieuws van alle bladen, belangrijker dan het wereldnieuws en natuurlijk het gesprek van de dag. Dan dringt tot me door hoe groot een kok kan zijn in Frankrijk.

Afgelopen herfst heb ik hem ontmoet. Op zoek naar driesterrenzaken waar je welkom bent met het hele gezin, kwamen we terecht bij Loiseau in de Bourgogne. We hadden aangekondigd dat we zouden komen lunchen met onze baby, onze zoon van 7 en een neefje van 8. Dat vonden ze geen probleem. Bovendien wilde ik bij die gelegenheid Loiseau zelf graag ontmoeten. Dat was lastiger, maar ze zouden hun best doen. I

n de hoop dat dat wel goed zou komen – we moesten immers een verhaal schrijven over uit eten met kinderen in sterrenrestaurants – nemen we plaats in de lobby. We wachten lang en dan schiet hij ineens voorbij, uit de keuken richting de uitgang. Ik houd hem tegen, en er komt een waterval aan excuses uit zijn mond. Hij moet zich snel gaan omkleden, want hij moet een van zijn dochters van school halen en dan zo snel mogelijk naar huis omdat zijn andere dochter ziek is en vervolgens zijn koffer pakken om vroeg in de avond nog bij een van zijn drie restaurants in Parijs te zijn. Kortom, hij heeft geen tijd. En zoef, weg is hij. Ik blijf teleurgesteld achter, neem het hem zelfs kwalijk.

Dat was toen. Maar nu, na wat er is gebeurd, begrijp ik het. Hij was altijd gestresst; elke seconde, elke minuut, elk uur, elke dag, elke week, elke maand, jaar in jaar uit, voor het ontbijt, de lunch en voor het diner. Je moet altijd overal zijn, je mag geen fout maken, er kan altijd een journalist op de loer liggen. Je hebt drie sterren in de Bourgogne, drie zaken in Parijs, een parfumlijn, televisieprogramma’s, je bedrijf is beursgenoteerd en je hebt een schuld tot 2010. En dan is er ook nog een gezin dat je aandacht wilt geven. Het kan je je kop kosten.