artikel

Bier brouwen valt niet mee

Horeca

Het is een droom van menig fanatieke kastelein. Zelf een biertje brouwen naar eigen receptuur en dat vervolgens voorzetten aan je gasten. Piet, Mikel en Orson de Jongh van café De Beyerd in Breda gaan die droom realiseren. Eind dit jaar opent het café zijn eigen huisbrouwerij waar het fameuze Bredase biermerk ‘De Drie Hoefijzers’ zal worden gebrouwen.

Bier brouwen valt niet mee

De familie De Jongh hoort tot de uitzonderingen, want het valt niet mee om zelf te brouwen. Dat bleek uit de discussie in café De Beyerd van het Beyerd Biergilde Breda over de toekomstkansen van de mini-brouwerij in Nederland. Deelnemers aan het panel waren twee kleine brouwers, Herm Hegger, directeur van Brouwerij de Hemel in Nijmegen en Frans Schamp van de Maasland brouwerij in Oss. Theo Flissebaalje, bestuurslid van PINT, Marlies Boink van de biergroothandel De Bierlijn en Jan Laurijssen, pr-manager van Interbrew completeerden het panel.

Het werd een levendige discussie. Allereerst over het bier brouwen zelf. Dat is een moeilijk en zwaar onderschat vak, vindt Herm Heggers. Er zijn zoveel factoren waar je rekening mee moet houden, dat je echt deskundig moet zijn. ‘Amateurs moeten hun bier in ieder geval niet verkopen’, was zijn advies.

Wie het brouwen onder de knie heeft en een bier maakt van enigszins constante kwaliteit is al een hele piet. De volgende net zo lastige opgave is om het bier aan de man te brengen. Frans Schamp heeft een brouwerij zonder horeca. ‘Door creatief te zijn, zoals te brouwen voor relatiegeschenken, lukt het me rendabel te zijn’, zei hij. Volgens hem heeft een horecabedrijf met brouwerij ook goede kansen. Mits er goed gebrouwen wordt.

Marlies Boink heeft een bedrijfje dat de bieren van de kleinste brouwers bezorgt bij cafés. Het bedrijf bestaat uit een bestelauto en twee mensen. Ze is een echte liefhebster die met veel inzet en niet al te veel verdiensten de biercultuur in Nederland wil ontwikkelen. Zij ziet de toekomst zonnig in: ‘De kleine brouwerijen durven en moeten andere smaken brouwen dan de grote jongens. Steeds meer klanten staan daar voor open.’

Jan Laurijssen van het grote Interbrew vindt alle initiatieven van kleine brouwerijen absoluut geen bedreiging. ‘Hoe breder de belangstelling voor bier, hoe beter het is voor onze brouwerij. Wij zijn groot in onze diversiteit.’

Bierliefhebber Theo Flissebaalje juicht de oprichting van het Kleine Brouwerijen Collectief (KBC) toe. Bij deze organisatie zijn circa 30 kleine brouwerijen aangesloten. Een stuk of zes daarvan zijn in staat het hoofd boven water te houden, zo werd tijdens de discussie duidelijk. Flissebaalje vindt dat de kleine brouwers eerst hard moeten werken aan kwaliteitsverbetering. ‘Eerst goed brouwen, dan pas verkopen, en niet andersom’, was zijn advies.

De familie De Jongh hoort tot de uitzonderingen, want het valt niet mee om zelf te brouwen. Dat bleek uit de discussie in café De Beyerd van het Beyerd Biergilde Breda over de toekomstkansen van de mini-brouwerij in Nederland. Deelnemers aan het panel waren twee kleine brouwers, Herm Hegger, directeur van Brouwerij de Hemel in Nijmegen en Frans Schamp van de Maasland brouwerij in Oss. Theo Flissebaalje, bestuurslid van PINT, Marlies Boink van de biergroothandel De Bierlijn en Jan Laurijssen, pr-manager van Interbrew completeerden het panel.

Het werd een levendige discussie. Allereerst over het bier brouwen zelf. Dat is een moeilijk en zwaar onderschat vak, vindt Herm Heggers. Er zijn zoveel factoren waar je rekening mee moet houden, dat je echt deskundig moet zijn. ‘Amateurs moeten hun bier in ieder geval niet verkopen’, was zijn advies.

Wie het brouwen onder de knie heeft en een bier maakt van enigszins constante kwaliteit is al een hele piet. De volgende net zo lastige opgave is om het bier aan de man te brengen. Frans Schamp heeft een brouwerij zonder horeca. ‘Door creatief te zijn, zoals te brouwen voor relatiegeschenken, lukt het me rendabel te zijn’, zei hij. Volgens hem heeft een horecabedrijf met brouwerij ook goede kansen. Mits er goed gebrouwen wordt.

Marlies Boink heeft een bedrijfje dat de bieren van de kleinste brouwers bezorgt bij cafés. Het bedrijf bestaat uit een bestelauto en twee mensen. Ze is een echte liefhebster die met veel inzet en niet al te veel verdiensten de biercultuur in Nederland wil ontwikkelen. Zij ziet de toekomst zonnig in: ‘De kleine brouwerijen durven en moeten andere smaken brouwen dan de grote jongens. Steeds meer klanten staan daar voor open.’

Jan Laurijssen van het grote Interbrew vindt alle initiatieven van kleine brouwerijen absoluut geen bedreiging. ‘Hoe breder de belangstelling voor bier, hoe beter het is voor onze brouwerij. Wij zijn groot in onze diversiteit.’

Bierliefhebber Theo Flissebaalje juicht de oprichting van het Kleine Brouwerijen Collectief (KBC) toe. Bij deze organisatie zijn circa 30 kleine brouwerijen aangesloten. Een stuk of zes daarvan zijn in staat het hoofd boven water te houden, zo werd tijdens de discussie duidelijk. Flissebaalje vindt dat de kleine brouwers eerst hard moeten werken aan kwaliteitsverbetering. ‘Eerst goed brouwen, dan pas verkopen, en niet andersom’, was zijn advies.