artikel

Discorevival is stayin’alive

Horeca

De discorevival begon zestien jaar geleden al, met de verzamelalbums Dance Classics. Jaren later volgde de kledinggekte, soulpijpen, puntblouses en plateauschoenen en de campy Wipneus en Pim. Eind jaren negentig rukten de in seventies én eighties gespecialiseerde horecazaken op, als Liquid aangevuld door Boogie Wonderland en Get Back. De trend is stayin’ alive.

In de Rotterdamse Get Back is de paarse, gele en bruine verf nog maar nét opgedroogd. De openingsparty is inmiddels achter de rug en ook de eerste exploitatiedagen. Eigenaren Chiel Jongejan en Martin van Woensel zijn dik tevreden over hun retrozaak. Die naast hun Après Skihut zit. Inderdaad het grote feestcafé dat veel navolging kreeg en het après-ski-virus over de Nederlandse horeca verspreidde. Jongejan en Van Woensel lijken nu ook de seventies en eighties tot een horecablijver en –navolger te maken. Stayin’ alive, om met de BeeGees te spreken.

‘Ik denk dat het een trend én een blijvertje is’, aldus Van Woensel. ‘Een trend omdat het gros van de mensen weinig meer moet hebben van het geknal op muziekgebied. Voor hen liever herkenbare muziek. En een blijver omdat de rage al erg lang duurt. Ik hoop dat wij met Get Back net als met de Après Skihut weer de trend in horecaland kunnen zetten.’

Aan het Rotterdamse Stadhuisplein zat vóór Get Back eerst het Stadscafé, de ombouw was een metamorfose maar duurde maar 4,5 week. Van Woensel zegt nog in geen andere vergelijkbare zaak te zijn geweest. ‘Omdat we zelf genoeg verstand hebben hoe iets eruit moet komen te zien. Maar ook omdat er niet zo’n zaak als de onze is.’ Wat overbleef van het Stadscafé waren veel vaste gasten, maar ook de eetfunctie, die rond 22.00 uur plaats maakt voor het funky feestgedruis.

Bloempotjes
Wat dat betreft heeft Boogie Wonderland (vanaf oktober 2002) in Tilburg meer een caféuitstraling, zeker gezien de grootte. Al is er wel een dansvloertje aanwezig. Qua inrichting gaat de door mede-eigenaar Antoine Holtmaat ontworpen retrozaak wel heel erg ver. Tot authentieke plastic formica tafeltjes, bruine stoffen draaistoelen, Ad Visser op de deur en een vloeistofprojector. De van die jaren zo bekende lulligheid (in positieve zin) druipt er vanaf. ‘Ja, het had misschien wel wat minder gekund’, lacht compagnon Rien van Linschoten. ‘Maar zeg nou zelf, het is toch fantastisch dat zelfs de bloempotjes seventies zijn?!’

Get Back is voorzien van een speciaal uit Amerika overgevlogen dansvloer, bubbelpijpen, leren banken, leer aan de muren en een vloeistofprojector. Creatieve geest hier, ook één van de eigenaren, Jongejan.

Wat betreft muziek lopen de zaken uiteen. In Boogie Wonderland is geen U2 of Simple Minds te horen, toch iconen uit de eighties. Van Linschoten: ‘Dat spreekt het grote publiek niet aan, we draaien bijna alleen disco. Met jingles als ‘Herinnert u zich deze nog, nog, nog, nog’ als gimmicks er door heen. En de dj praat de plaatjes soms aan elkaar.’ In Get Back is zelfs new wave muziek te horen. De maatschappijkritische muzieksoort zoals bijvoorbeeld Human League of The Cure die maakte.

‘Ook die muziek maakte deel uit van die tijd’, vindt Van Woensel. ‘Speciaal daarvoor hebben we oudere dj’s aangetrokken.’ In zowel zijn Get Back als Boogie Wonderland draaien de diskjockeys hun muziek vanaf cd-spelers of zelfs computer. Het vroeger zo gebruikelijke en geliefde vinyl wordt maar zeer sporadisch gebruikt, al zijn de draaitafels, eh sorry pick-ups, er wel.Get Back trekt het entertainment nog even door, want er zijn ook (oudere) zangers en muzikanten aangetrokken die live muziek uit de seventies en eighties brengen.

Tijdloos
Het voordeel van een zaak als Get Back ligt volgens Van Woensel voor de hand. Gezien de doelgroep, dichter bij 30 als bij 20 jaar, ligt het bestedingspatroon wat hoger. ‘Die doelgroep was er ook en bovendien was het erg druk tijdens de openingsweek, maar pas over een half jaar weten we waar we staan. Een ander voordeel is dat deze muziek altijd populair zal blijven. Onze inrichting zal over vijf jaar ook nog zo zijn.’

Van Linschoten: ‘We hebben constant een rij voor de deur, als eerste en als laatste hier in de buurt, dan doe je het wel goed. Hét voordeel van dit concept is de leuke sfeer, mensen worden gewoon vrolijk van de muziek. Lijkt een beetje op je eerste vakantie. Tenminste, alles wat ik me herinner van mijn jeugd is leuk.’ Volgens de Boogie Wonderland-eigenaar zijn de seventies en eighties een trend, maar dan wel een die lang duurt. ‘Het is echter niet tijdloos. Ik denk dat het er over zeven jaar misschien nog wel is, maar over vijftien jaar niet meer.’ We horen Tavares al klagen: ‘Don’t take away the music’.

In de Rotterdamse Get Back is de paarse, gele en bruine verf nog maar nét opgedroogd. De openingsparty is inmiddels achter de rug en ook de eerste exploitatiedagen. Eigenaren Chiel Jongejan en Martin van Woensel zijn dik tevreden over hun retrozaak. Die naast hun Après Skihut zit. Inderdaad het grote feestcafé dat veel navolging kreeg en het après-ski-virus over de Nederlandse horeca verspreidde. Jongejan en Van Woensel lijken nu ook de seventies en eighties tot een horecablijver en –navolger te maken. Stayin’ alive, om met de BeeGees te spreken.

‘Ik denk dat het een trend én een blijvertje is’, aldus Van Woensel. ‘Een trend omdat het gros van de mensen weinig meer moet hebben van het geknal op muziekgebied. Voor hen liever herkenbare muziek. En een blijver omdat de rage al erg lang duurt. Ik hoop dat wij met Get Back net als met de Après Skihut weer de trend in horecaland kunnen zetten.’

Aan het Rotterdamse Stadhuisplein zat vóór Get Back eerst het Stadscafé, de ombouw was een metamorfose maar duurde maar 4,5 week. Van Woensel zegt nog in geen andere vergelijkbare zaak te zijn geweest. ‘Omdat we zelf genoeg verstand hebben hoe iets eruit moet komen te zien. Maar ook omdat er niet zo’n zaak als de onze is.’ Wat overbleef van het Stadscafé waren veel vaste gasten, maar ook de eetfunctie, die rond 22.00 uur plaats maakt voor het funky feestgedruis.

Bloempotjes
Wat dat betreft heeft Boogie Wonderland (vanaf oktober 2002) in Tilburg meer een caféuitstraling, zeker gezien de grootte. Al is er wel een dansvloertje aanwezig. Qua inrichting gaat de door mede-eigenaar Antoine Holtmaat ontworpen retrozaak wel heel erg ver. Tot authentieke plastic formica tafeltjes, bruine stoffen draaistoelen, Ad Visser op de deur en een vloeistofprojector. De van die jaren zo bekende lulligheid (in positieve zin) druipt er vanaf. ‘Ja, het had misschien wel wat minder gekund’, lacht compagnon Rien van Linschoten. ‘Maar zeg nou zelf, het is toch fantastisch dat zelfs de bloempotjes seventies zijn?!’

Get Back is voorzien van een speciaal uit Amerika overgevlogen dansvloer, bubbelpijpen, leren banken, leer aan de muren en een vloeistofprojector. Creatieve geest hier, ook één van de eigenaren, Jongejan.

Wat betreft muziek lopen de zaken uiteen. In Boogie Wonderland is geen U2 of Simple Minds te horen, toch iconen uit de eighties. Van Linschoten: ‘Dat spreekt het grote publiek niet aan, we draaien bijna alleen disco. Met jingles als ‘Herinnert u zich deze nog, nog, nog, nog’ als gimmicks er door heen. En de dj praat de plaatjes soms aan elkaar.’ In Get Back is zelfs new wave muziek te horen. De maatschappijkritische muzieksoort zoals bijvoorbeeld Human League of The Cure die maakte.

‘Ook die muziek maakte deel uit van die tijd’, vindt Van Woensel. ‘Speciaal daarvoor hebben we oudere dj’s aangetrokken.’ In zowel zijn Get Back als Boogie Wonderland draaien de diskjockeys hun muziek vanaf cd-spelers of zelfs computer. Het vroeger zo gebruikelijke en geliefde vinyl wordt maar zeer sporadisch gebruikt, al zijn de draaitafels, eh sorry pick-ups, er wel.Get Back trekt het entertainment nog even door, want er zijn ook (oudere) zangers en muzikanten aangetrokken die live muziek uit de seventies en eighties brengen.

Tijdloos
Het voordeel van een zaak als Get Back ligt volgens Van Woensel voor de hand. Gezien de doelgroep, dichter bij 30 als bij 20 jaar, ligt het bestedingspatroon wat hoger. ‘Die doelgroep was er ook en bovendien was het erg druk tijdens de openingsweek, maar pas over een half jaar weten we waar we staan. Een ander voordeel is dat deze muziek altijd populair zal blijven. Onze inrichting zal over vijf jaar ook nog zo zijn.’

Van Linschoten: ‘We hebben constant een rij voor de deur, als eerste en als laatste hier in de buurt, dan doe je het wel goed. Hét voordeel van dit concept is de leuke sfeer, mensen worden gewoon vrolijk van de muziek. Lijkt een beetje op je eerste vakantie. Tenminste, alles wat ik me herinner van mijn jeugd is leuk.’ Volgens de Boogie Wonderland-eigenaar zijn de seventies en eighties een trend, maar dan wel een die lang duurt. ‘Het is echter niet tijdloos. Ik denk dat het er over zeven jaar misschien nog wel is, maar over vijftien jaar niet meer.’ We horen Tavares al klagen: ‘Don’t take away the music’.