artikel

Geregelder leven dankzij de eierbal

Horeca

Wat de vlaai is voor Limburg, dat is de eierbal voor Groningen en omstreken. ‘Je kunt in de Noordelijke provincies geen cafetaria beginnen als je geen eierbal in je assortiment hebt’, zegt Bert Ploeg. Maar om nou een goedlopende cafetaria op te geven, om producent van eierballen te worden, gaat wel heel ver. Bert Ploeg deed het.

Het is druk in het huis van Ploeg. Vier kinderen, drie honden en de partner van Bert zijn allen aanwezig tijdens het gesprek. Familie is erg belangrijk voor Ploeg. Zijn snackproductiebedrijf is naar de kinderen genoemd. M & EEE’s staat voor Mirjan, Eddie, Ellen en Eliza. 1 januari is Bert Ploeg begonnen met zijn bedrijf. Volgens Ploeg gaan de zaken goed. Hij heeft het druk. ‘Natuurlijk is het soms aanpoten, maar ik heb nu meer tijd voor mijn gezin dan toen ik nog een cafetaria had. Als cafetariahouder ga je ’s morgens het huis uit als de kinderen nog slapen. En als ze op bed liggen, kom je weer thuis.’

Puur toevallig is Ploeg in de snackproductie gerold. ‘Ik heb elf jaar gereden met een kruidenierswagen. Een soort SRV-man, alleen was ik niet aangesloten bij die club. Ik kreeg echter steeds meer last van mijn rug, waardoor ik dat werk niet kon blijven doen. Zeven jaar geleden zagen we een cafetaria aan het Hoornse Meer bij Groningen te koop staan. Dat leek ons wel wat.’

De cafetaria werd gekocht. Er hoorde ook een kleine snackproductie bij. ‘Die was van eigenaar op eigenaar gegaan. De productie omvatte vooral eierballen, maar ook hamburgers en kroketten. Daarvoor hadden we iemand in vaste dienst. In de loop der tijd werd het steeds drukker, niet alleen in de cafetaria maar vooral ook in de productiekeuken. De productiemedewerker kon dat niet meer alleen aan. Ik rende van hot naar her. Tel daarbij op het probleem om goed personeel te vinden en je snapt dat de situatie wat onwerkbaar werd. Jonge medewerkers van wie ik dacht dat ze juist in schoolvakanties meer konden werken, namen zo zes weken vrij.’

Ploeg kreeg zodoende minder plezier in zijn werk. ‘Ik kwam handen te kort. Voor en achter, het was altijd druk. De klanten merkten dat ook. Zoiets straal je uit: je bent minder vriendelijk, druk en gestresst. Ik had toen een goede bedrijfsleider die aangaf dat ze best een eigen zaak wilde. Maar alles was vernieuwd in de zaak, ook de apparatuur. En de cafetaria draaide een goede omzet. Anderzijds wilde ik met mijn snackproducten ook altijd dezelfde, goede kwaliteit leveren. Het werd daarom tijd om een keuze te maken. Sindsdien is het bedrijfspand aan mijn voormalige bedrijfsleider verhuurd.’

Andere bedrijfslocatie
In oktober 2001 kon Ploeg een bedrijfspand huren in een bedrijfsverzamelgebouw in Roden. Een locatie voor startende ondernemers. ‘Ik kan me nu volledig concentreren op de snackproductie. Ik werk lekker alleen, zonder personeel. Een paar keer per week maak ik de snacks, en op andere dagen bezorg ik aan cafetaria’s en aan twee groothandels in de regio, waaronder de Hanos.’

De eierballen worden ambachtelijk geproduceerd. Het gekookte ei in een laagje eigengemaakte ragout met daaromheen paneermeel. ‘Ik durf wel te beweren dat mijn eierbal de beste is’, zegt Ploeg. ‘Het overgenomen recept was al goed, maar ik heb het product naar mijn mening nog iets verbeterd. Ik gebruik bijvoorbeeld geen vlees in mijn ragout. Dat vind ik onzinnig, het maakt naar mijn idee een eierbal veel te machtig.’

De eierballen van M & EEE’s zijn een week houdbaar. ‘Ik moet dan ook meerdere keren per week produceren en afleveren. Voor diverse cafetariahouders schat ik zelf in hoeveel er moet worden geleverd. Als de ondernemer dan tekort heeft, is het geheel terecht mijn schuld.’

Superhamburger
Het tweede product dat M & EEE’s produceert is een langwerpige superhamburger: 2 ons en 18 centimeter lang. ‘Die maten zijn gemiddeld hè’, zegt Ploeg. ‘Het zijn ambachtelijke hamburgers en kunnen daarom qua grootte iets van elkaar verschillen. Je kunt ze frituren of op de bakplaat bakken. Veel cafetaria’s laten door hun bakker extra grote broodjes bakken, zodat ze die megaburger er in één keer op kunnen leggen.’ Ook maakt Ploeg nog kroketten. ‘Van oudsher heb ik daar nog een paar klanten voor. Maar daar wil ik niet al te veel ruchtbaarheid aangeven, omdat ik daar niet veel meer klanten voor bij kan hebben.’

Achteraf heeft Ploeg nooit spijt gehad van de overstap van cafetariahouder naar snackproducent. ‘Nee, zeker niet. Ik heb nu een beter leven. Echt goede cafetariahouders zijn vaak dag en nacht druk. Mijn gezin is ook belangrijk. Ik kan mijn eigen tijd beter indelen en ben nu vrij op zaterdag en zondag. Alleen bij grote drukte bezorg ik nog wel eens op zaterdag of zondag. Ik sluit echter niet uit dat ik toch nog eens zal uitbreiden, want de vraag naar mijn producten is groot. Er is al een wachtlijst van cafetaria’s. Ik heb nu weer een stagiaire, die wellicht blijft. En er komt nog een tweede bij. Ik ben nu ook bezig met de ontwikkeling van een nieuwe snack. Als ik de productie daarvan er niet bij kan hebben, verdwijnt dat idee gewoon nog even in de la.’