artikel

(Commentaar) Het vak

Horeca

Johan Cruyff is er heel duidelijk over. Wil je trainer worden van een topelftal, dan zul je zelf op het hoogste niveau moeten hebben gespeeld. Studeerkamertrainers snappen het spel minder en zien de belangrijke technische details over het hoofd. Praktijkervaring is daarom heilig, de theorie aanvullend. Jonge voetballers moeten veel voetballen. Liefst op straat, want […]

Johan Cruyff is er heel duidelijk over. Wil je trainer worden van een topelftal, dan zul je zelf op het hoogste niveau moeten hebben gespeeld. Studeerkamertrainers snappen het spel minder en zien de belangrijke technische details over het hoofd.
Praktijkervaring is daarom heilig, de theorie aanvullend. Jonge voetballers moeten veel voetballen. Liefst op straat, want daar leren ze niet te vallen omdat het pijn doet. Je moet hun voetbalintuïtie niet ontmantelen door ze dood te gooien met tactiek.
Talentvolle voetballers zijn jongens die eerst doen en dan denken. Hun intelligentie zit in de motoriek: uit hun beweging spreekt een gedachte zonder woorden. Ze kiezen – sneller dan taal zich kan vormen – de oplossing voor het probleem dat zich op het veld voordoet. Vaak kunnen ze niet navertellen wat ze doen. Dat maakt ze niet dom. Het is een ander soort intelligentie.Topclubs hebben een eigen opleiding. Tijdens de opleiding wordt heel veel gevoetbald. Spelers worden vlak voor de wedstrijd, tijdens de rust en vlak na de wedstrijd, gewezen op hun fouten. De jonge spelers hoeven niet iets te leren over de geschiedenis van de UEFA of de wrijvingscoëfficiënt van het gras. Daar gaan ze niet beter van voetballen.

Dit klinkt logisch, toch? Zo logisch dat je je afvraagt waarom dit praktische onderwijsmodel niet leidend is voor alle ambachtelijke beroepen. Dat je jongens en meiden wier talent is samengebald in de handen, een vak wil leren door het vak veel te beoefenen?Hoe anders is het bij het ambacht van de kok.
De leerlingen die van het nieuwe vmbo komen en werkend gaan leren in het restaurant, bezitten te weinig warenkennis. Ze weten niet hoe verse spinazie eruit ziet, laat staan een hele zalm. Topchefs constateren en zeggen dit al jaren.
De brede theoretische vorming is voor grote groepen jonge mensen op het vmbo te belastend. Wil de aansluiting tussen onderwijs en werkvloer goed worden, dan moeten jonge mensen op school meer praktijkervaring en productkennis opdoen.
Laat ze in godsnaam veel ‘voetballen’. Laat ze voelen, ruiken, proeven, snijden, bakken, koken, braden, pocheren: laat ze met zo veel mogelijk bewegingen van het metier kennismaken.