artikel

KENIA, MAAR DAN ANDERS

Horeca

Incentivetrips naar Kenia. Vorig jaar is daar een grote sprong voorwaarts in gemaakt. Want hoewel de incentivesector nog lang niet uit het dal is opgeklommen, de recessie nog duidelijk niet te boven is, maakt Kenia zich op als dé incentivebestemming to be. Een site-inspectie.

Voordat we aan de trip beginnen eerst de feiten: Kenia heeft meer dan 70 stammen, 5199 meter hoge bergen met gletsjers, 80 verschillende diersoorten, hagelwitte stranden, een ongekend onderwaterleven en vooral fantastische mensen.
Dat het land een mooie reisbestemming is hoeft niemand te betwijfelen, maar Kenia als een heel bijzondere incentivebestemming is misschien niet bij iedereen bekend. De accommodaties zijn prima voor elkaar, het is er veilig op straat en de mensen zijn vriendelijk. De hoofdstad Nairobi is geen mooie stad, maar wie voor stedentrips naar Kenia gaat kan z´n geld beter besteden. De natuur en de wildlife, daar is het om te doen.

Benen buitenboord
De fam-trip die we maken duurt tien dagen. Met een groepje van zes vrouwen en vier mannen, voornamelijk van incentivesbureaus gaan we in een moordend tempo met busjes, vliegtuigen en vliegtuigjes door dit mooie land.
Te beginnen bij het Jomo Kenyatta International Airport van Nairobi. De culture shock. Weg uit het drukke prestatiegerichte leven in Nederland moet je je hier snel aan zien te passen aan de relaxte atmosfeer. En vooral de zeer vriendelijke mensen.
Eenmaal is Nairobi zelf, waar we ons in een busje naar het eerste hotel verplaatsen, verandert dat relaxte beeld. In deze stad heerst drukte, bedrijvigheid en chaos. Het verkeer? Je houdt je hart vast hoe ze hier met die propvolle busjes, zogenaamde matata´s, rondrijden. Matata´s waar ze met de benen buitenboord hangen en busjes waarvan de open schuifdeuren aan de zijkant openstaan om maar meer ruimte (buiten de wagen) te creëren.
En niet alleen óp de weg is het druk, ook in de bermen. Daar loopt men de stad in of de stad uit, maar in colonnes die niet onderdoen voor de Nijmeegse Vierdaagse. Met dat verschil dat ze het hiér elke dag zo doen. Van ´s morgens heel vroeg tot ´s avonds laat. Kortom: saai is het niet.

Zielige neushoorns
Het Serena Hotel waar we verblijven de eerste nacht is een prima hotel, alles is aanwezig voor de verwende Westerse gast: prachtige tuinen, zwembaden en vergaderzalen, prima opgeleid personeel. Opmerkelijk is wel dat ons duidelijk wordt gemaakt dat het ons ´s avonds min of meer wordt verboden om ons buiten het hotel te begeven. Omwille van de veiligheid, die niet gegarandeerd kan worden. Uitgaan in Nairobi? Het bruisende nachtleven? Bars, clubs, ik weet niet of ze er zijn, wij hebben ze in ieder geval niet mogen zien.
Maar laten we eerlijk wezen, je gaat niet naar Kenia voor de nightlife, je gaat naar Kenia voor, inderdaad, de wildlife. En daarvoor hoeven we niet eens zo heel ver met het busje Nairobi uit te rijden. De stad grenst aan het Nairobi National Parc, wij gaan op die grens naar een opvangcentrum voor jonge weesolifantjes en zielige neushoorns die hulp behoeven. Altijd vertederend. Met liefde en schaarse voorzieningen worden de dieren in leven gehouden. Bezoekuur is om 12.00 uur, dan worden de dieren gevoerd – en zijn ze te zien.
Van de olifantjes naar de giraffes. Rondom The Giraffe Manor, een prachtige landhuis met honderden hectare grasland, bos en velden lopen ze los, de langnekken. Dit is hun paradijs, hier worden ze niet gestoord. In dit prachtige landhuis kunnen groepen tot 8 personen blijven slapen. Geloof maar dat dat niet voor niks gaat, want wakker gemaakt worden door het getik van een Giraffe op je raam maak je niet dagelijks mee. Of, nog gekker, bij slapen met open raam komen ze je vrolijk en ongevaarlijk binnen begroeten. De eerste verdieping is immers bij hen op ooghoogte.

The races
Het Karen Blixen Museum moet je ook even aandoen, hoewel dit eigenlijk onder de verplichte Kenia-kost valt. Heel bijzonder is het niet, maar natuurlijk, ken je het verhaal van Karen Blixen en heb je de film Out of Africa gezien dan is het wel leuk om je even in dat Kenia van toen te verplaatsen. Nogmaals, je moet er van houden.
Waar het spannender aan toe gaat is op de Ngong Racecourse, een paardenracecourse. Paardenraces is Kenia? Jazeker, dit land is immers in de pre-Karen Blixen jaren opgevoed met Engelse gebruiken en dus ook sporten. Cricket, golf, polo, rugby, je kunt het er allemaal tegenkomen. Hoewel deze sporten natuurlijk nog steeds zijn voorbehouden voor de tiny upperclass van de Keniaanse bevolking. Een aanrader om even langs te gaan, een lunch te doen in een soort Engelse Polo Clubhuis met overdekte veranda en tribunes ervoor. En om eventueel geld te verdienen on the racetrack door op paarden te wedden die je toch niet kent.

Half zes
In de volgende dagen gaan we met de busjes naar de plekken waar het echte wilde leven is mee te maken. We zijn in Samburu, een groot national parc ten noorden van Nairobi. Zet hier je mobiele telefoon maar uit, je hebt hier écht geen ontvangst. We gaan op safari. Vroeg uit de veren – half zes aan de koffie – om maar niets te missen van het wakker worden van de Keniaanse natuur.
Vogels, krokodillen, leeuwen, olifanten, giraffes, ze zijn er allemaal vroeg bij. En dat weten ook de toeristen. (Ook wij dus.) Met onze karakteristieke busjes met opklapdak en open jeeps is de jacht begonnen op de wilde dieren. Gewapend met camera´s met zoomlenzen, een enkeling nog met een verrekijker stuiteren we staand in de wagens over de oneffen paden. Het resultaat mag er zijn: wij zien voor onze neus (samen met veertien andere busjes vol zoomlenzen en Duitsers – vooraan) hoe een luipaard met veel geweld twee cheetah´s verjaagt om vervolgens in alle rust hún gescoorde maaltje te verorberen. Lekker makkelijk.

Logge jongens
Slapen is een belevenis op zich. Slapen doe je in luxe tenten. Om helemaal het safarigevoel te krijgen. Je moet niet raar opkijken als je wat voetstappen in de nacht hoort voorbijtrekken. Gewoon stil blijven liggen, dat zijn nijlpaarden. Die worden door de bewakers dag en nacht bewaakt tegen mensen – dit is immers ook hún reservaat – en begeleid op hun tochten door de safarikampen die dit reservaat doorkruizen.
Trek overigens wel altijd de tent en het muskietennet goed dicht, want de veel kleinere vliegende beestjes binnen in de tent zijn vaker nog gevaarlijker dan die logge jongens buiten. En van malaria wordt niemand vrolijk. Overigens wordt aanbevolen om voorafgaand aan de Keniatrip langs de GGD te gaan voor de nodige prikken en pilletjes.

Beschaving
Terug in de beschaving. Mount Kenya Safari Club. Stop maar met zoeken, hier is het paradijs. Hier wandelt nog steeds de Engelse koloniale beschaving rond de velden. Dit prachtige hotel, want dat is het nu, is een once in a lifetime experience. Als je indruk wilt maken op je golfmaatjes of businesspartners dan doe je dat hier. Op de plek waar je ´s ochtends je croissantjes eet op het noordelijk halfrond en ´s avond dineert op het zuidelijke deel. Hoewel het water andersom schijnt te stromen aan weerszijden van de evenaar blijft je spijsvertering keurig intact. Sterker nog, tijdens een zogeheten bushdiner in het open veld, lekker ruig, wordt aan het eten niets te wensen overgelaten.

Opgeblazen gevoel
Je bent toch in Kenia, dan zou je wel gek zijn om niet naar de Masaï Mara te gaan, het meest bekende wildlife gebied van dit werelddeel. Daar waar nog meer dieren zijn te bewonderen dan in Samburu. Zegt men. In ons geval is dat net andersom. Daar waar de gids in Samburu ons nog adviseerde om foto´s te sparen als we toch nog naar de Masaï Mara zouden gaan (op zich al een opmerkelijke maar sympathieke actie), daar was The Big Five veel lastiger te spotten. The Big Five is overigens een term die je neus uitkomt als je één van de vijf – buffel, leeuw, luipaard, neushoorn of olifant – nog steeds niet hebt gezien.
Nog een aanrader: begin je dag met een ballonvaart. Frisser kan niet. Half zes op het veld waar de twee ballonnen worden ‘opgeblazen’, zes uur in de lucht en om half acht aan het Champagne ontbijt, dat met tafels en al door de catering in grote jeeps wordt nagereden. Je weet nooit hoe de wind staat, maar zeker is dat na een indrukwekkende ballonvaart over de steppen van de Masaï Mara de champagnetafel klaar staat op honderd meter van de gelande ballon.
Als je dan toch gaat, ga dan met de kapitein die luistert naar de naam Robin Batchelor, een ballonvaarder die (zegt) Virgin CEO en vriend Richard Branson de kneepjes van het ballonvak te hebben geleerd. Batchelor, waar Richar Branson trouwens verdomd veel van weg heeft, maakt wel meer grappen. Batchelor maakt eigenlijk alleen maar grappen, Batchelor maakt zoveel grappen dat aangenomen mag worden dat John Cleese bij deze Robin Batchelor in de leer is geweest.

Vergeet Mombasa
In een notendop zijn ze dit wel, de hoogtepunten van de Kenia trip. Eigenlijk een aaneenschakeling van hoogtepunten. Wees blij met het digitale tijdperk, want fotorolletjes zijn niet aan te slepen, zo mooi is dit land. (De keuze voor de foto´s in dit artikel was een onderneming op zich.)
Vergeet Mombasa, de grote havenstad aan de oostkust van Kenia. Hoewel het strand er parelwit is, de koraalriffen adembenemend schoon, Fort Jesus zeker een cultureel bezoek waard is en er heerlijk buiten gegeten kan worden is Mombasa een domper op de schoonheid die het land rond Mombasa te bieden heeft.
Naar Kenia ga je voor de natuur en de wildlife. Als je voor de zoveelste keer een gamedrive hebt gemaakt, The Big Five al vijf keer hebt zien langstrekken en ook de ballonvlucht hebt gemaakt, kortom als je tijd over hebt: dan is het tijd voor Mombasa. Non vegetario
Een gepaste afsluiter van de reis is een bezoek aan het restraurant The Carnivore (Africa’s greatest eating experience ‘Beast of a Feast’). Inderdaad, non vegetario, de vegetariër heeft hier niets te zoeken. Hier wordt aan grote tafels in verschillende rondes enorme spiezen vlees van bord naar bord getild waarlangs het gebraden zebravlees (erg zout), de impalalendenen (kon malser) en de hammen van de gnoe (ook taaiig) worden afgesneden en op het bord geploft. Eten volgens het zo-veel-als-je-kunt principe in optima forma.
Opdat je de catering op de terugvlucht naar Brussel van de overigens inmiddels failliete Belgische maatschappij Sobelair (neem dus een ander) een keer met een goed excuus over kunt slaan.