artikel

Volendam beleeft de rampnacht nog steeds

Horeca

Op nieuwjaarsdag is het precies vijf jaar geleden dat in Volendam veertien jongeren door een brand in café De Hemel om het leven kwamen. Honderden anderen raakten gewond. Vijf jaar na het inferno lijkt het vissersdorp het leven weer te hebben opgepakt. Maar schijn bedriegt, weet Albert Binken van de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam. ‘Dit is iets dat we nooit vergeten.
Lees hier het hele verhaal

Binken was in de bewuste nacht snel ter plaatse. Hij zag tientallen, vaak zwaargewonde jongeren weggevoerd worden en spreekt terugkijkend over ‘horror’. Het leven van talloze Volendammers werd voorgoed op zijn kop gezet.

‘Voor velen stonden de jaren nadien vooral in het teken van bezoek aan en verblijf in ziekenhuizen en revalidatiecentra. Gaandeweg probeer je wat er is gebeurd een plekje te geven en de draad van het leven weer op te pakken, maar dat is moeilijk. Nu nog zijn er mensen die in de periode rond de jaarwisseling even het dorp uitgaan om niet te nadrukkelijk geconfronteerd te worden met het verleden.’

Pastoor J. Berkhout stond na de nieuwjaarsbrand vele nabestaanden en betrokkenen bij. Hij spreekt over een uiterst hectische periode, waarin hij ook veelvuldig door de media werd opgezocht. ‘Ik heb er niet bewust voor gekozen, het overkomt je.’

Berkhout werd in de eerste weken na de ramp een soort icoon, het aanspreekpunt voor iedereen. ‘Ik deed wat een pastoor hoort te doen, mensen bijstaan naar vermogen. Dat neemt niet weg dat het een enorme invloed op mijn leven heeft gehad. Dit soort dingen raakt je diep. De herinneringen komen nog regelmatig terug.’

Berkhout verhuisde later uit gezondheidsoverwegingen naar de parochie in Breezand, maar hield contact met Volendam. ‘Mijn hart ligt in het dorp en ik bezoek de mensen nog steeds. Het lijkt alsof het leven weer is opgepakt, maar er zitten nog zoveel emoties. Zeker rond een herdenking hebben veel mensen het er ontzettend moeilijk mee. Ze willen verder, maar er zijn veel onzekerheden over de toekomst.’

Dit laatste bevestigt Leendert Klein, medewerker van Het Anker, het centrum dat de nazorg regelt. ‘Veel jongeren komen nu pas uit het traject van operaties en revalidatie en worden geconfronteerd met zichzelf. Daarmee komen ook vragen als: hoe nu verder, wat voor toekomst heb ik, wat voor werk kan ik nog doen, ben ik wel aantrekkelijk voor anderen? Het is vijf jaar later, maar de behoefte aan nazorg en begeleiding is nog altijd groot.’

Hoe moeilijk het ook is geweest, de medewerkers van Het Anker hebben volgens Klein toch een gevoel van trots. ‘Omdat de vrijwilligers deze rol op zich hebben genomen uit een soort idealisme en we iets hebben kunnen betekenen voor de slachtoffers en hun omgeving.’

De overheid heeft de nazorg gegarandeerd tot en met 2006. Samen met de gemeente en de belangenvereniging wordt nu gekeken naar voortzetting ervan na die periode. Want dat er nog jaren behoefte aan is, daar zijn alle betrokkenen van overtuigd. Verder wordt bekeken hoe het uitgebrande café een plaats kan krijgen in de toekomst van het dorp. ‘We willen van De Hemel een herdenkingsruimte maken, inclusief een soort museum over de bewuste nacht’, vertelt Klein.

De brand heeft in Volendam tot veel pijn en verdriet geleid, toch heeft het ook iets positiefs voortgebracht. Pastoor Berkhout: ‘Het heeft de solidariteit in het dorp vergroot en ons gelijktijdig geleerd hoe kwetsbaar het leven eigenlijk is. En hoe triest het ook is dat een ramp als deze nodig is, maar het heeft er wel toe geleid dat in heel Nederland veel gedaan is aan het veiliger maken van de horeca”, meent Klein.