artikel

Zijn Nederlandse chefs wedstrijdmoe?

Horeca

Het wedstrijdseizoen is weer begonnen. Een golf aan culinaire competities overspoelt horeca Nederland. Ondertussen daalt de animo bij chef-koks. Zijn ze wedstrijdmoe? Bianca Roemaat, culinair journaliste van Misset Horeca, vroeg het aantal vooraanstaande chefs.

Zijn Nederlandse chefs wedstrijdmoe?

Roger Rassn:
‘Als leerling heb ik wel meegedaan aan wedstrijden. Het levert veel contacten op met andere koks en het is leerzaam. Om goed deel te nemen, is een goede voorbereiding nodig. Momenteel heb ik geen tijd voor wedstrijden. Mijn prioriteit ligt bij mijn werk als chef-kok en thuis als vader van een gezin. Daarin steek ik mijn tijd. Dat heeft niet te maken met wedstrijdmoe zijn, maar meer met waar mijn belangen liggen.’

Chef-kok bij restaurant Cordial in hotel De Weverij in Oss.

Margo Reuten:
‘Er is geen sprake van wedstrijdmoeheid, maar de huidige generatie chef-koks (waarvan ik er één ben) maakt plaats voor de jonge garde. Het is nu aan hen om mee te doen. Zo ging het vroeger ook. Ik heb bijvoorbeeld deelgenomen aan de Zilveren Koksmuts. Ik won de tweede prijs en dat was een plezierige ervaring. Ik keek toen op tegen chefs als Cas Spijkers. Nu zit ik zelf in de jury van bijvoorbeeld de Zilveren Champignon en sta ik aan de andere kant.’

Chef-kok en mede-eigenaar van restaurant Da Vinci in Maasbracht.

Peter Zandboer:
‘Koks reageren altijd later. Als ze bestellingen moeten plaatsen voor de volgende dag, doen ze dat pas na het service. Datzelfde geldt voor het inschrijven voor wedstrijden: dat gebeurt op het laatste moment. Dat heeft niks met wedstrijdmoeheid te maken. Of en dat grote chefs niet meedoen aan wedstrijden omdat ze bang zijn voor gezichtsverlies, laat ik in het midden, maar de chef staat wel achter zijn souschef, als die deelneemt. Bij een wedstrijd gaat het trouwens om de kwaliteit van de deelnemers en niet om de hoeveelheid. Het is een goede manier om het vak te promoten.’

Eigenaar van Huys van Voskens in Tilburg en drijvende kracht achter de Zilveren Champignon.

Gert-Jan Cieremans:
‘Wedstrijdmoe? Ik weet niet of dat zo is. Ik ben zelf niet zo’n wedstrijdkok. Ik verwen graag onze gasten, daar ligt mijn prioriteit. Ik heb meegedaan aan de Copa Jerez toen ik daarvoor benaderd werd. Uiteindelijk won ik in Nederland en werd tweede in Europa. Misschien heeft het te maken met faalangst, dat chefs met een goede naam niet meedoen. Je laat toch een stukje van jezelf zien en je steekt je nek uit. Maar volgens mij heeft het vooral te maken met tijdgebrek, chef-koks hebben het te druk met hun werk. Souschefs hebben de gelegenheid extra uren te maken om zich voor te bereiden op de wedstrijd.’

Chef-kok van restaurant Seinpost in Scheveningen.

Bert van Manen:
‘Nederland is beslist niet wedstrijdmoe. Er zijn inderdaad veel competities, maar wedstrijden zijn leerzaam. Een uitdaging voor jong en oud. Jonge deelnemers kunnen bijvoorbeeld doorgroeien naar het nationale team. Daarmee nemen ze deel aan landelijke competities en zetten ze Nederland internationaal op de kaart. De oudere generatie chefs moet de jongere motiveren: als hij meedoet, draagt hij zijn enthousiasme over op zijn chef de partie.’

Chef Banqueting van restaurant Kandinsky in het Kurhaus-hotel in Scheveningen en chef van het Nationale Team

En uzelf? Bent u wedstrijdmoe? Laat het ons weten.