artikel

Eigen inbreng bedrijven steeds belangrijker

Horeca

Op 1 juli treedt de nieuwe Arbo-wet in werking. Bedrijven gaan dan zelf beslissen hoe ze preventie en begeleiding van ziekteverzuim gaan regelen. De themadag van de VHVG over dit onderwerp spitste zich toe op de instellingskeuken, maar de regels zijn van toepassing op alle (catering)bedrijven. ‘De grootste risico’s zijn de fysieke belasting, de gladde vloeren en werken in koude ruimtes.

‘De regelgeving wordt minder, de eigen inbreng groter.’ John Jongenelen, ergononoom en adviseur bij VHP ergonomie is er op de studiedag van de Vereniging voor Food & Hospitality Management VHVG duidelijk over: werkgevers en werknemers krijgen steeds meer eigen verantwoordelijkheid als gevolg van de Europese regelgeving. Daarin is vastgelegd dat elke werkgever zich moet laten bijstaan door een of meer deskundige medewerkers belast met preventietaken. Feitelijk moet de Arbo vanaf 1 juli dus in huis geregeld worden. Grootste verandering: voorheen ging de Arbo-wet gepaard met vooral officiële regelgeving en een klein vrijwillig deel. Die regelgeving wordt sterk teruggebracht, ten gunste van, aldus Jongenelen, het bedrijfsbelang. ‘Interne Arbodiensten boeken bovendien betere resultaten dan externe.’Een Arbodienst geeft onder meer vorm aan het verzuimbeleid, regelt de uitvoering van de Wet Poortwachter, houdt spreekuur voor de medewerkers, verzorgt gezondheidskundig onderzoek en de risicoinventarisatie (RI&E) en goedkeuring.
Jongenelen constateert dat veel instellingen op dit moment niet tevreden zijn over de Arbodiensten. Met de veranderingen in de Arbowet, die op 1 juli ingaan krijgen ze meer greep op de uitvoering van het Arbobeleid.

Preventiemedewerkers
Een andere belangrijke verandering in de nieuwe Arbowet is de toetsing van die risico-inventarisatie: die wordt aangepast aan het formaat van het bedrijf. Grof gezegd komt dat neer op: hoe kleiner het bedrijf, hoe minder regelgeving en controle. Voor bedrijven met minder dan tien werknemers vervalt bijvoorbeeld de toetsing.
Ook de uitvoering van de toetsing wordt aangepast aan het formaat van het bedrijf. Bij een bedrijf met minder dan vijftien medewerkers kan de werkgever zelf de preventiemedewerker(s) (PMW’s) aanwijzen.
De overheid wil dat ieder bedrijf een preventiemedewerker aanstelt. Dit is het gevolg van een arrest van het Europese Hof, waarin wordt gesteld dat eigen deskundigheid voorrang verdient boven extern ingehuurde ondersteuning.
De preventiemedewerker heeft formeel zowel beleidsmatige als uitvoerende taken. Naast het leveren van een bijdrage aan het RI&E en het jaarlijkse plan van aanpak worden voorlichting en onderricht over veilig en gezond werken expliciet genoemd als taken.Het aantal PMW’s en hun deskundigheid wordt bepaald door de risico-inventarisatie in een bedrijf. Zo zal een klein bedrijf met veel veiligheidsrisico’s toch meerdere PMW’s in huis moeten hebben.

In de gezondheidszorg zijn de belangrijkste Arbo-risico’s: psychische belasting, fysieke belasting en huidaandoeningen. Voor de keukens zijn vooral de fysieke belasting en de huidaandoeningen aan de orde, meent Jongenelen.
Op dit moment heeft al 91 procent van de bedrijven met meer dan vijftig werknemers een arbo-coördinator. Mits goed geschoold, kan deze zich PMW-er noemen, aldus Jongenelen. Praktijkvoorbeeld van een PMW-er is de ergocoach, drie jaar geleden ingesteld door de overheid. Deze heeft als apart aandachtspunt de fysieke belasting van werknemers. Inmiddels is gebleken dat de aanwezigheid van een ergocoach een positieve invloed heeft op het ziekteverzuim. Dat komt vooral doordat de afstand tot deze coach klein is, aldus Jongenelen. Het gaat om een speciaal geschoolde collega.