artikel

Vier keer Welkom

Horeca

John Vincke, voormalig partner van Robert Kranenborg bij La Rive en Vossius, ging voor ons met de tram van Knokke naar Oostende en voelde zich op vier niveaus zeer welkom. De parttime docent van Het Mondriaan College in Den Haag legt uit waarom.

Vier keer Welkom

1. Het ouderwetse thuisgevoel
Het familiehotel De Hofkamers van Chantal en Didier Pots aan de IJzerstraat tegenover het Leopold Park kent de ouderwetse sfeer van aangename gemoedelijkheid, inclusief de zeer schappelijke prijzen. De ontvangst is alsof je thuis komt, Didier staat in overall te schilderen en Chantal weet niet eens dat ik verwacht ben. Ze is niet helemaal thuis met de computer. Maar geen gedoe, alles kan terug gevonden worden in de paperassen. ’s Avonds in de huisbar, die met drie krukken al goed gevuld is, weet ze alles van gastvrouw zijn. Het hotel is van alle Oostendense attracties op loopafstand verwijderd. Om de hoek is Chez George, befaamd om zijn wafels. Ik kwam er als kind al. Op de avond van ons bezoek aan Ostend Queen, staan we te wachten. Achter de telefoon van het kleine kantoor zit iemand van ons reisgezelschap, want eigenaar Didier is even sigaretten halen. ,,Met Hotel de Hofkamers, goedenavond.’’

2. De professionele familiesfeer
We eten de eerste avond bij Windaue aan de Koningstraat in Oostende. Alweer die familiesfeer, maar dan met professionele inslag. Het is er kwaliteit zonder stropdas. Vroeger huurde de familie Daue een stuk van het koninklijk villa, nu hebben ze hun eigen resto. Alles wordt attent afgewerkt, het menu goed uitgelegd, het eten is op tijd en één keer kijken is genoeg voor aandacht, en dat bij 60 couverts! Vader Jean Marie doet de keuken. Moeder Joanna kust bezoekers en veegt de kruimels van de tafel. De stralende lach van schoondochter Romina is een reden om terug te gaan en de wijnkaart van zoon Stephane is daar ook boeiend genoeg voor. Engelsen naast oude dames met hondjes, iedereen is welkom en de portemonnee vindt alles draaglijk.

3 Gewoon professioneel
Het lunchen bij Channel 16 aan de Werfkaai in Zeebrugge is een aanrader. Wim Vandamme, chef eigenaar, heeft met zijn Maison Vandamme een Michelin-ster. Hij is zeer gedreven met ons in de weer, soms iets te. Je moet je ook kunnen terugtrekken. Zijn uitleg over het eten is zowaar een kookles. Hij krijgt hulp van garnalenpeller Roland, die twee kilo per uur wegwerkt, dat is ruim 600 gram schone garnaal. Channel 16 staat voor een golflengte op zee voor Mayday. De drempel is er laag, lijkt me. Je kunt er ook heen voor een drankje. Het is er modern ingericht met een soort dansvloer, al is men kort na de opening teruggekomen op de combinatie eten en discotheek. Het koken beheerst Vandamme tot in de puntjes, klassiek en vernieuwend, zonder dat je daar diep voor in de geldbuidel moet. Ik vond kwaliteit en presentatie van het eten goed. De bediening was wat stug, maar niet onvriendelijk, eigenlijk zag je ze niet. Gewoon een professioneel draaiende zaak. O, ja, een tip: Voeg bij de beurre blanc op het laatst een eidooier en klop die goed door. Krijg je veel glans op je saus.

4. Een waanzinnige wereldsfeer
Dan dineren in de Ostend Queen, waar zoveel over te doen was in verband met de te snel uitgereikte Bib. Voor mij een boel opwinding voor niks. Ze staan ook niet meer in de herziene versie, en dat vind ik raar. Eigenaar Fernand David is een gedurfd ondernemer die de Kursaal van het Casino nieuw leven inblaast. Om dan nog maar te zwijgen over mijn goede vriend Pierre Wynants, die me hartelijk verwelkomde. Ik ervoer ons bezoek als werelds. Je hebt een fabuleus mooi uitzicht, want het restaurant is op de bovenste verdieping. Roken mag in een lager gedeelte, het restaurant zelf is 100 procent rookvrij. Er kunnen twee keer per dag tweehonderd man eten. De zaal is groot, maar je waant je niet verloren. De ruime banken loungen prima, de grote tv-schermen houden je bezig en je kunt zelf je bestellingen doen op een computerscherm. Dat zicht op zee, de kreeftenbak in de vloer, fantastisch.