artikel

Nieuwe CAO regelt alleen minimale voorwaarden

Horeca

KHN heeft per 1 juli een nieuwe CAO afgesloten met vakbond De Unie. Het grote verschil met de vorige CAO is dat van werknemers meer flexibiliteit verlangd mag worden tegen versoberde arbeidsvoorwaarden. KHN-directeur Jeu Claes en voorzitter Hajé de Jager spreken van een doorbraak: ‘Het is een moderne CAO die inspeelt op maatschappelijke veranderingen.

Het is een nieuwe stap in de afbouw van onnodige regels en onnodige kosten, vinden de twee voormannen van KHN. Het is een werkbare CAO die recht doet aan het feit dat slechts 25 procent van de werknemers een carrière zoekt in de horeca en driekwart een baan in deze bedrijfstak ziet als tussenstation.

De nieuwe overeenkomst staat ook in het teken van de beëindiging van afgedwongen solidariteit. De verplichte heffing aan de Sociale Fondsen wordt stapsgewijs omlaag gebracht. In 2008 wordt het Sociaal Fonds wat KHN betreft helemaal afgeschaft. Het doel van deze nieuwe koers is volgens de ondernemersvereniging: bedrijven helpen kosten te beheersen en ondernemers en werknemers uit het korset van gedetailleerde arbeidsvoorwaarden te helpen.

Claes en de Jager: ‘We hebben minimumafspraken gemaakt. Daar moeten bedrijven minimaal aan voldoen. Willen bedrijven meer bieden – we kunnen ons goed voorstellen dat dit vanuit concurrentieoverwegingen gewenst is – dan is dat iets tussen werknemer en werkgever.’De twee voormannen zijn blij met het onderhandelingsresultaat. Met vakbond De Unie blijkt de organisatie betere afspraken te kunnen maken dan met de Horecabond FNV. De laatste wijst het CAO-akkoord van de hand.

Claes: ‘Dat vinden wij jammer. We hebben ze uitgenodigd. We hopen dat ze ook inzien dat er grote maatschappelijke veranderingen gaande zijn waarop deze CAO een realistisch antwoord geeft. Ze mogen wat ons betreft nog steeds aansluiten.’

Op welke veranderingen is deze CAO een antwoord?
Claes: ‘De individualisering grijpt om zich heen, de overheid trekt zich terug. Er wordt kritischer gekeken naar de noodzaak van het instandhouden van Sociale Fondsen. De administratieve lasten moeten naar beneden, want er ligt te veel op het bordje van de bedrijven. Je krijgt steeds beter geschoolde ondernemers en werknemers die liever samen de arbeidsvoorwaarden bespreken. Vandaar deze simpele en begrijpelijke CAO.’

Wat zijn de verschillen met de vorige CAO?
De Jager: ‘Dit is een basis-CAO met minimumafspraken over arbeidsvoorwaarden. Kenmerk is dat we zoveel mogelijk belemmerende en belerende regels geprobeerd hebben te schrappen om meer vrijheid te bieden aan werkgever en werknemer. We zijn in staat om dit hele verhaal op een paar A4-tjes aan onze leden uit te leggen. Dat vinden we belangrijk.’

Maar het betekent ook lagere jeugdlonen, geen nachttoeslag, minder loon bij ziekte. Vreest u niet het beeld dat de horeca minder aantrekkelijk wordt om in te werken?
Claes: ‘In de CAO hebben we een basisregeling afgesproken. Dat hebben we gedaan omdat horecabedrijven enorm van elkaar verschillen. Een hotel in de stad is iets anders dan een restaurant of café op het platteland. Het is aan de bedrijven en werknemers om de arbeidsvoorwaarden verder in te vullen. Dat is het spel van vraag en aanbod. Vergeet ook de fooi niet die werknemers ontvangen. De horeca zal daarom niet inboeten op aantrekkelijkheid. We zullen concurrerend blijven met andere bedrijfstakken.’

Minder regels, een groter beroep op eigen verantwoordelijkheid van ondernemer en werknemers. Gaat dat lukken met elkaar?
De Jager: ‘Dat is toch in ieders belang. In de nieuwe CAO staat bijvoorbeeld dat 1 procent van de loonsom besteed moet voor ontwikkeling van medewerkers. Dat gaan we niet controleren. We doen een beroep op de verantwoordelijkheid en moraliteit van onze leden. Als je als bedrijf niet goed omgaat met je mensen, komt je concurrentiepositie in gevaar. En als er echt problemen zijn, dan kan een werknemer een geschil voorleggen bij het Landelijke Commissie voor het Horecabedrijf (LBC) die bindende adviezen kan geven.’

Wat gebeurt er met het Sociaal Fonds?
Claes: ‘Ons streven is om de afdrachten naar 0 terug te brengen. Daar is KHN heel duidelijk in, altijd geweest. De overheid kijkt steeds kritischer naar deze verplichte collectieve regelingen. We kunnen hierop geen beleid voeren. De komende jaren gaan we de premie afbouwen. In 2008 hoeven werkgevers en werknemers niets meer te betalen’

Dit gaat behoorlijke gevolgen hebben. KHN en de vakbonden krijgen jaarlijks miljoenen euro’s uit dit fonds voor taken die zij uitvoeren.
Claes: ‘Wat de vakbonden gaan doen, is niet aan ons.Wij gaan de komende jaren in ieder geval bezuinigen op onze eigen organisatie: 3,2 miljoen euro om precies te zijn. Zodat we over een paar jaar klaar zijn als het Sociaal Fonds niet meer bestaat. We schrappen activiteiten, kijken of we meer opbrengsten kunnen krijgen uit bijvoorbeeld advertenties en gaan een contributieverhoging doorvoeren. Nee, de leden gaan daardoor niet op achteruit. Ze gaan er zelfs op vooruit, zo hebben we berekend. Alles grijpt zo in elkaar samen.’

De kinderopvang en de subsidie voor leerbedrijven worden ook betaald uit de premies van het Sociaal Fonds. Wat gebeurt daarmee?
Claes: ‘De kinderopvang zal door werkgevers en werknemers onderling geregeld moeten worden. Daar komen geen collectieve gelden meer voor beschikbaar. Leerbedrijven gaan er niet op achteruit in onze voorstellen. In de nieuwe CAO zijn de jeugdlonen namelijk verlaagd. Ook besparen bedrijven door het korten op de premies voor het Sociaal Fonds. We hebben onze leden een brief gestuurd met rekenvoorbeelden waaruit blijkt dat gevolgen voor vrijwel alle leerbedrijven kostenneutraal zijn. Enige voorwaarde is dat het leerbedrijf winst maakt. In september beslist de ledenraad over het afschaffen van de leerplaatssubsidie.’

Wat zal de uitslag van de stemming zijn?
Claes: ‘Hoewel de reacties verdeeld zijn, hebben we tot nu toe weinig weerstand ontmoet. We hebben er vertrouwen in dat we onze leden kunnen overtuigen. Zo klopt het verhaal niet dat leerbedrijven 2000 euro subsidie per jaar uit het Sociaal Fonds zouden krijgen. Als je alles doorrekent gaat het om 500 tot 1200 euro. Daar hebben we zoals gezegd compensaties voor gevonden. Uit raadplegingen blijkt er in de branche minder draagvlak te zijn voor leerplaatssubsidies. Veel bedrijven zijn geen leerbedrijf, maar moeten verplicht meebetalen. Die solidariteit verdwijnt.’

Vreest KHN niet dat het leerlingstelsel zijn langste tijd gehad heeft als de subsidies wegvallen?
De Jager: ‘Er is geen gevaar voor het voortbestaan van het leerlingstelsel. Ook het instituut leermeester blijft bestaan. Ook in 2006 blijf ik in mijn bedrijven opleiden. Omdat het leuk is en je je managers en leermeester scherp houdt. Ik ben geen leerbedrijf vanwege de subsidie.Verder is het zo dat leerlingen ook zonder subsidie relatief goedkope arbeidskrachten zijn. En we hebben de roulatieplicht voor leerlingen afgeschaft, waardoor leerlingen langer in een leerbedrijf kunnen blijven als de school daar mee instemt. De productiviteit voor het leerbedrijf wordt dan hoger.’

Is het afschaffen van het Sociaal Fonds het definitieve einde van het poldermodel?
Claes: ‘Als u het zo wilt noemen, ja. Maar het is ook een begin van iets nieuws. Wij vinden het een uitdaging om als vereniging onze meerwaarde te moeten bewijzen aan de markt. Net als bedrijven doen. U krijgt toch ook geen subsidie voor het maken van uw blad. De vakbonden moeten zich ook maar eens bewijzen. Van 15.000 naar 50.000 vakbondsleden, zouden we willen zeggen.’Acht opvallende verschillen

‘De Unie is vóór innovatie’

Horecabond FNV wijst CAO af