artikel

Albron en Essent ‘ontzorgen’ in modern bedrijfsrestaurant

Horeca

essentEssent zorgt goed voor haar werknemers. Om hun dagelijkse werkzaamheden zo prettig mogelijk te laten verlopen heeft de energiemaatschappij zelfs een eigen afdeling hospitality services. Die neemt, samen met Albron, de zorg op zich van het bedrijfsrestaurant in het nieuwe Bossche kantoor.

De cateraar uit De Meern ziet het sinds januari dit jaar geopend restaurant in het Essent-kantoor in ’s-Hertogenbosch als haar vlaggenschip binnen de Essentlocaties.Terecht, want het is onderdeel van het aan het oude pand gekoppelde en door de bekende architect Pi de Bruijn ontworpen nieuwe en indrukwekkende gebouw. Het letterlijk hoogtepunt aan het Bossche Willemsplein is het enorme glazen dak. Dat ligt tussen de bekende torentjes.

De restauratieve ruimtes zijn modern vormgegeven. Albron verwelkomt er dagelijks zo’n 1000 (!) lunchgebruikers. Bij binnenkomst in het bedrijfsrestaurant vallen direct de gespiegelde buffetten op. Aan weerszijden koelwanden met dezelfde inhoud op het gebied van onder andere zuivel, beleg en sappen. In het midden een grote open counter die voor het cateringteam tevens dienst doet als ‘keuken’.

Coffee & more
Het 25 man tellend team onder leiding van locatiemanager Erik Metzer verzorgt ook ’s avonds warme maaltijden (vooral vanwege de callcenter-medewerkers), de ruim 30 pantry’s, zo’n 60 vergaderingen per dag, een gebaksservice en zelfs diners voor de Essent-directie. Op de eerste etage runt Albron (van 8.00 tot 16.00 uur) ook nog haar Coffee & More concept. Daar komen dagelijks al zo’n 300 bezoekers voor een sapje, een snack of een naar keuze belegd broodje.

Essent zelf houdt zich middels de eigen afdeling Hospitality Services bezig met het welzijn van de werknemers. Zo is er in het Bossche kantoor ook een fitnesszaal. Het bedrijfsrestaurant en de fitnessruimte zorgt voor ontzorging, luidt het credo van Essent en Albron. concepten en bedrijfsrestaurants.

;
Een van de restauratieve ruimtes van het in januari geopende kantoor van Essent in het centrum van ‘s-Hertogenbosch. Ontwerper is de bekende architect Pi de Bruijn. Hij zorgde voor een mooie integratie van nieuwe in oude stijl.
Districtmanager Gerrit Kloosterboer (links) en locatiemanager Erik Metzer op de binnenplaats met het indrukwekkende glazen dak boven hen. ‘Dit restaurant is het vlaggenschip van Essent.’
Een andere restauratieve ruimte. Albron heeft alle zitplaatsen nodig, want in het kantoor werken ruim 1800 medewerkers. Per dag verwelkomt de cateraar zo’n 1000 lunchgebruikers.
Broodjes worden afgebakken in de open keuken van het bedrijfsrestaurant. Vanwege het ontbreken van een ‘warme’ keuken achter de schermen. Links en rechts van de open keuken staan gespiegelde koelwanden.
Van achter diezelfde counter worden door een speciaal daarvoor aangetrokken kok ook dagelijkse twee warme menu’s klaargemaakt. De wokgerechten blijken favoriet. ’s Avonds verzorgt Albron tot 70 warme gerechten voor de callcenter-medewerkers.
Op de eerste etage is het frisse Coffee & More gesitueerd. Hier kunnen de Essent-medewerkers tussen 8.00 en 16.00 uur terecht.
Het aanbod bestaat uit vers belegde broodjes, luxe koffies en sappen. Bijna alles is take-away. Albron denkt over aanvullende producten en artikelen zodat er een echte winkel ontstaat. De cateraar heeft al ervaring met een dergelijk concept in de zorg.
In het pand zijn ruim 30 pantry’s geplaatst. Essent wilde daar voor haar werknemers perse uitstekende koffie (van gemalen bonen) en zelfs servies van glas en servies. In de aanpalende ruimtes worden dagelijks tot 60 vergaderingen gecaterd.
Afrekenen in het bedrijfsrestaurant kan bij één van de vijf kassapunten en zelfs nog bij een caissière. ‘Over een half jaar staan er alleen nog chipknip-kassa’s.’
Nuttige ruimtebenutting. Nog voor het bedrijfsrestaurant is een terras gemaakt. Aan het bargedeelte kan gewerkt worden, er zijn (internet)aansluitingen.
Arbo-verantwoord. Elektrische karren helpen het 25-man sterke cateringteam bij diverse opruim- en aanvulklussen.

Tekst: Hans Schmeinck
Foto’s: Henk Riswick