artikel

De haringquota

Horeca

In een poging te voorkomen dat ongebreidelde visvangst onherstelbare gevolgen heeft voor de verschillende soorten, stelt de EU elk jaar maximale vangsthoevelheden vast. Ook voor de haring wordt een jaarlijks quotum vastgesteld.

In 1998 lag dat op ruim 250.000 ton, de laatste jaren laten steeds een stijging zien. In 2004 was het quotum 460.000 ton. Het gaat dus goed met de haring in de Noordzee. Naar schatting 10 procent van de totale vangst wordt verwerkt tot Hollandse Nieuwe, die geen bedreiging kan vormen voor de huidige stand.

Visverbod

Tussen 1977 en 1984 lag de haringvisserij op de Noordzee stil als gevolg van een internationaal vangstverbod. De ingrijpende maatregel was noodzakelijk om de soort te redden en de stand weer op peil te krijgen. Overbevissing was er de oorzaak van dat het voortbestaan van de haring gevaar liep.

Tot het verbod in 1977 werd uitgevaardigd, was de Noordzee vrij toegankelijk. De toenmalige EG-landen breidden, samen met Noorwegen, hun visserijzones uit. Daarmee werd de Noordzee ‘eigendom’ van de aanliggende kuststaten. Het vangstverbod kon na zes jaar worden opgeheven. De haring was op het nippertje gered.

Noorse, Deense en Schotse haring

De sluiting van de Noordzee voor de haringvisserij in 1977, noopte Nederlandse vissers en handelaren de bakens te verzetten. Een enkeling beproefde zijn geluk in de Ierse Zee, in de hoop er haring aan te treffen die te vergelijken was met die uit de Noordzee.

Denemarken bleek een geschikter alternatief. De Denen visten in het Skagerrak op haring die sterk leek op de ‘Hollandse’ maatjesharing. Een aantal vissers en inkopers van verwerkende bedrijven uit Nederland vestigde zich in het noorden van Jutland.

De Denen wisten weinig tot niets van kaken, zij eten geen Hollandse Nieuwe. Nederlandse bedrijven benutten hun know-how ter plaatse. Zij voerden de kaaktechniek in. Bij één bedrijf in Skagen gebeurt het kaken nog met de hand, elders staan computergestuurde kaakrobots die met grote precies elke haring scannen en machinaal onnavolgbaar snel kaken.

Inmiddels is Noorwegen het belangrijkste aanvoerland. Tachtig procent van de aanvoer is in Noorse handen. Daarnaast hebben Nederlandse bedrijven hun werkterrein in Denemarken en Schotland.