artikel

De praktijk

Horeca

Hoe vaak komt de Kenwerk-adviseur bij mij op bezoek en wat komt hij/zij doen? De adviseur komt ten minste een keer per jaar bij uw bedrijf om te kijken hoe het gaat en of er zaken zijn waar u tegenaan loopt. U kunt natuurlijk ook zelf contact opnemen met de adviseur en aanvullende afspraken maken. […]

leerbedrijfHoe vaak komt de Kenwerk-adviseur bij mij op bezoek en wat komt hij/zij doen?

De adviseur komt ten minste een keer per jaar bij uw bedrijf om te kijken hoe het gaat en of er zaken zijn waar u tegenaan loopt. U kunt natuurlijk ook zelf contact opnemen met de adviseur en aanvullende afspraken maken. De adviseur kan altijd advies op maat geven. Dat is in de meeste gevallen kosteloos.

Wat is het verschil bij het opleiden van leerlingen in de praktijk voor het vmbo, mbo of hbo?

Wat een leerling aankan, hangt onder andere af van zijn opleidingsniveau en de leerroute die hij of zij volgt. Leerlingen uit het vmbo bijvoorbeeld oriënteren zich nog op het beroep en hebben weinig specifieke vakkennis. Ze kunnen onder begeleiding prima routinematige klusjes doen. Het zijn voornamelijk zogenaamde snuffelstages, een korte periode om aan het vak te ruiken.

Mbo-leerlingen hebben al gekozen voor het beroep en lopen stage om praktische vaardigheden te oefenen en werkervaring op te doen. Een deel van de mbo’ers kiest voor werkend leren: hun opleiding vindt grotendeels plaats in het bedrijf, vier dagen werken, een dag naar school.Hbo-studenten tot slot worden opgeleid voor managementfuncties. Zij kunnen tijdens hun stage vrij zelfstandig aan het werk en kunnen praktijkopdrachten uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een klanttevredenheidsonderzoek.

Er wordt veel gesproken over competentiegericht beroepsonderwijs. Wat is dat?
Het onderwijs maakt een omslag naar een nieuwe manier van opleiden. Scholen dragen niet meer alleen kennis over, maar willen leerlingen ook respect, discipline en beleefdheid bijbrengen. De leerling krijgt bovendien steeds meer onderwijs op maat. Dit vraagt om een nieuwe organisatie van het onderwijs. Daarom verruilt het onderwijs in augustus 2008 de huidige kwalificatiestructuur voor de (nieuwe) competentiegerichte structuur.In de competentiegerichte kwalificatiestructuur staat het functioneren in de praktijk centraal. De opleiding is gericht op het verwerven van beroepscompetenties (vakkennis), burgerschapscompetenties (gepaste houding en gedrag) en leercompetenties (vermogen om in verschillende opleidingssituaties te leren).

Wat betekenen die veranderingen voor een leerbedrijf?

Wat verandert is dat de nadruk nog meer op de praktijk wordt gelegd. De leerling staat centraal en de leermeester heeft een begeleidende rol. In de huidige situatie is dit overigens vaak ook al het geval. In het competentiegericht onderwijs wordt niet alleen gelet op het eindresultaat, maar ook op de ontwikkeling van de leerling tijdens het leerproces. Die wordt gemeten met tussentijdse beoordelingen.

Naast het aanleren van vaktechnieken is de houding en ontwikkeling van de leerling ook belangrijk. Hij moet zich leren gedragen als een goede collega en betrouwbare werknemer. Onderwijs en bedrijfsleven moeten daarom bij competentiegericht beroepsonderwijs nog meer samenwerken. Beide hebben een grote verantwoordelijkheid. Allebei kunnen ze initiatieven nemen om de leerling zo goed mogelijk te ondersteunen. De onderwijsinstelling kan in kaart brengen wat een leerling weet en wat hij nog moet leren, het leerbedrijf kan inventariseren wat in het bedrijf kan worden geleerd. Zo weet iedereen waar hij aan toe is. De Kenwerk-adviseur kan hierbij helpen. De adviseur kan het leerbedrijf ook in contact brengen met de juiste mensen binnen een ROC. De adviseur vormt de verbindingschakel tussen ROC en leerbedrijf.

Competentiegericht onderwijs prima, maar hoe beoordeel je dan de leerlingen?

Het beoordelen van de competenties verschilt in die zin van het oude systeem dat de ontwikkeling van de leerling nu meer wordt gevolgd dan in het verleden, toen alleen het eindresultaat telde. Alle beroepsvaardigheden komen aan bod, maar er wordt aan de leermeester meer gevraagd om te beoordelen hoe de deelnemer zich heeft ontwikkeld. Er wordt niet alleen getoetst of de lamsbout goed gegaard is, maar ook of leerling blijk geeft van het besef welke plaats het garen van de lamsbout inneemt in de bedrijfsvoering: van inkoop, voorbereiding en bijdrage aan de bedrijfsvoering tot en met de verwerking en productie ervan. De onderwijsadviseur helpt leermeester en leerling bij dit beoordelingsproces.

In hoeverre blijft het vakmanschap bestaan?

Leermeesters maken zich grote zorgen over dit onderwerp. Zal het competentiegericht onderwijs nu bijdragen aan het behoud van het vakmanschap of gaat het juist teloor? Uitgangspunt is in ieder geval dat de manier van kijken naar de vorderingen van de deelnemers verandert, maar niet de werkzaamheden. Het idee achter competentiegericht opleiden is dat het vakmanschap met name in het bedrijf wordt ontwikkeld. Dit zou dan ook goed moeten aansluiten op de wensen van het bedrijfsleven. De voorbereiding op de beroepspraktijk en de randvoorwaarden komen op school aan bod. Maar tussen theorie en praktijk gaapt nog een kloof. Scholen en organisaties als Kenwerk dienen de dialoog met leerbedrijven de komende tijd sterk te verbeteren. Een goed voornemen is dat docenten vaker stages gaan lopen in leerbedrijven en dat vakmensen vaker gastcolleges gaan geven op school.

Lees ook: Horecabranche meer op één lijn over beroepsonderwijs