artikel

Sloeren

Horeca

Ik sprak laatst een oud-kroegbaas. Die man had echt verstand van horeca. ‘Peter’, zei hij, ‘ik zal je wat vertellen.’ Toen kwam zijn verhaal: ‘Als je in Nederland je vuilniszak overdag op straat zet, dan krijg je een boete’, zo betoogde hij. ‘Als je overdag verkeerd parkeert, krijg je ook een boete’, hield hij me voor. ‘Maar dat is alleen maar van negen tot vijf, als al die mensen werken die de boetes uitdelen. Zet je vuilniszak maar eens ’s avonds buiten. Geen haan die ernaar kraait.

Sloeren

Dat is pas ernstig, vond mijn horecaman. ’s Avonds komt de stad immers pas echt los. Mensen gaan dan – ik citeer het rechttoe rechtaan zonder een oordeel te vellen – ‘zuipen, neuken, sloeren, noem het maar op’. Dat gedrag was nu eenmaal ingebakken in de mensheid en dat kun je als gezag beter accepteren dan bestrijden, aldus mijn mannetje.

‘Dat begrijpen de beleidsmensen en politici tegenwoordig niet meer. Ze willen verbieden.’ Je moest het volgens hem echter accepteren, maar wel in goede banen leiden. ‘Dat doen ze niet. ’s Avonds zie je nooit iemand een bon uitschrijven of je moet het heel bont maken. Snap jij dat nou, Peter? Als de mensen echt gaan leven en de kroegen ingaan, verdwijnt de handhaving uit de stad.’

Eerlijk gezegd wist ik niet meteen of hij een punt had. Ik ben er ook nog steeds niet over uit. Het klinkt aannemelijk, maar het zal ook genuanceerder liggen. Hoe dan ook, mijn horecaman had een verstandige burgemeester. Die burgemeester begreep het meteen. Hij zei tegen mijn horecaman: ‘Als jij dat vindt en als jij dat zo goed weet, neem me dan maar eens mee mijn eigen stad in.’ Dus nam de horecaman de burgemeester mee. Die nam op zijn beurt de driehoek mee, dus ook de politiechef en brandweercommandant. Dat moet een mooi gezicht zijn geweest. De burgemeester, de politiechef en de brandweercommandant in hun burgerkloffie achter mijn horecaman aan. Vier mannen op leeftijd op zoek naar het ‘sloeren’ in de stad door jonge mensen. Geen vier vieze oude mannetjes, maar Het Gezag.

Eerlijk gezegd weet ik niet wat ‘sloeren’ precies betekent en of het echt vies is. Ik kan me er hoogstens vaag een voorstelling van maken. Mijn horecaman ging een stapje verder. Hij ging met de burgemeester niet tegen de jongeren in zijn stad in, maar ze gingen met ze in gesprek op hun tijdstip – de nacht – en op hun terrein. Ze luisterden en maakten daarop samen beleid.

Niet dat in de betreffende stad nu ineens alle problemen zijn opgelost. Verre van dat. Maar mijn grofgebekte horecaman pakte het wel goed aan. Ik wens iedere stad zo’n horecaman en een dito burgemeester, en veel verantwoord ‘sloeren’. Dus als u vier mannetjes ziet lopen, oordeel dan niet te snel.

Peter Garstenveld

Eerder verschenen: