artikel

Seksuele intimidatie

Horeca

Zaterdagochtend om vijf voor tien krijg ik een mailtje. Ik citeer: ‘Beste Peter,
Bijgaand mail ik je een artikel uit het AD en een kopie van een advertentie uit het studentenblad van de Hoge Hotelschool in Maastricht. Als we het hebben over de verloedering van de maatschappij en de neergaande spiraal waarin de Nederlandse gastvrijheid terecht is gekomen, dan gaat het al in de basis verkeerd.

Seksuele intimidatie

De toekomstige managers van onze horeca leren dat het allemaal erbij hoort en het wordt dan ook nog eens als normaal beschouwd.’

Ik bestudeer de reden van deze woede. Boven de advertentie staat de koptekst ‘Even Pauze’. Op de foto staan voor de deur van de personeelsingang een jongen en een meisje van de zwarte brigade hartstochtelijk met elkaar te kussen. Zijn hand wellustig op haar bil. Eronder staat ‘Werken met wie je wil’. Het is een advertentie van een horeca-uitzendbureau.

In het bijgevoegde artikel staat dat ‘seksuele intimidatie door gasten bij 9,3 procent van de ondervraagden in de horeca heeft plaatsgevonden. Daarmee steekt de branche er met kop en schouders bovenuit.’

De mail vol nauwelijks ingehouden woede gaat verder: ‘Waarden en normen zijn steeds verder te zoeken. Deze waarden en normen vormen nou net de basis die nodig is om het vak Hospitality te kunnen uitvoeren, uitdragen en overdragen. Soms lijkt het of heel de wereld gek is geworden, maar dat kan niet. Dan zal ik wel gek zijn!’

Daar sta ik dan. Op zaterdagmorgen met een kop koffie ineens midden in een discussie over seksuele intimidatie en in een discussie of advertenties wel of niet ‘gepast’ zijn.

In fracties van seconden flitsen standpunten door mijn hoofd. Horecapersoneel is jong en experimenteert, (vooral) ook op het gebied van seks. De advertentie is dus aansprekend voor de doelgroep. Het is hun taal.

Maar ja, dan is er de kwestie van smaak. Wat me het meest stoort aan de advertentie, is dat het personeel niet met de gasten bezig is, maar met elkaar. ‘Je komt bij dit uitzendbureau werken zodat je achter de schermen kunt zoenen’, is de onderliggende boodschap.

Nogmaals. Dit speelt zich allemaal in fracties van seconden af. Mijn geconditioneerde brein is zonder dat ik het hem vraag al bezig om een standpunt te bepalen voor een column. Een enorme valkuil opent zich voor mijn voeten. Moet ik in deze column de moraalridder gaan uithangen? Of wil ik de ‘laat maar waaien’-man zijn?

Ik besluit het oordeel deze keer bij de lezer te leggen. Rustig drink ik mijn kop koffie leeg. Het is zaterdagochtend. Ik moet nog boodschappen doen.

Peter Garstenveld

Meer columns: