artikel

10 Basisopmaakregels

Horeca

1. Maak de salade strak op. 2. Stem de grootte van de schaal af op de hoeveelheid salade. 3. Leg geen sla of garnering op de rand van het bord of de schaal. De rand van de schotel is als omlijsting bedoeld en niet om te vullen. 4. Verdeel de garnering over de schaal en […]

10 Basisopmaakregels

1. Maak de salade strak op.

2. Stem de grootte van de schaal af op de hoeveelheid salade.

3. Leg geen sla of garnering op de rand van het bord of de schaal. De rand van de schotel is als omlijsting bedoeld en niet om te vullen.

4. Verdeel de garnering over de schaal en werk aan iedere kant van de schaal in tegengestelde richting. Hierdoor ontstaat een symmetrische vlakverdeling.

5. Gebruik kleine stukjes sla met de donkere kant boven.

6. Zorg ervoor dat het garnituur uit verschillende vormen en kleuren bestaat. Leg gelijke vormen en kleuren niet naast elkaar.

7. Leg opvallende kleuren als rood en oranje zoveel mogelijk aan de uiteinden van de schaal, zodat deze langer en groter lijkt.

8. Pas de garnering aan bij de aard van het gerecht. Dus goedkope garnering bij een goedkope salade en dure garnering bij een dure salade.

9. Leg op een vleessalade vlees als garnering en op een vissalade vis als garnering. Dus geen vis op vlees of andersom.

10. Zorg altijd voor voldoende garnering per persoon. Op een schaal voor vier personen horen bijvoorbeeld vier waaiertjes augurk.