artikel

Alders eist actie

Horeca

Een meldpunt waar consumenten klachten over de brandveiligheid in de horeca kwijt kunnen en publicatie op internet van tekortkomingen na controle. Deze en andere actiepunten kunnen volgens de Commissie Alders, die de cafébrand in Volendam onderzocht, bijdragen aan het voorkomen van vergelijkbare rampen. De bedrijven zelf moeten aan de slag met rampenplannen; branche-organisaties dienen in het voorlichtingstraject de puntjes op de i te zetten.

De Commissie Alders kwam vorige week met een uitgebreid pakket aanbevelingen en actiepunten naar aanleiding van de brand die in de nieuwjaarsnacht woedde in café De Hemel in Volendam. De ramp kostte dertien mensen het leven en er vielen honderden gewonden.Het document (2000 pagina’s, ruim acht kilo zwaar) waarin het falen van de gemeente en de betrokken horecaondernemer ondubbelzinnig uit de doeken wordt gedaan, moet voldoende aanknopingspunten bieden om een vergelijkbare ramp in de toekomst te voorkomen.

Certificaat
In het rapport spreekt de commissie gemeenten, andere overheden, de horeca en burgers aan op hun verantwoordelijkheden. Gemeenten worden gesommeerd een inhaalslag te maken bij het verlenen van gebruiksvergunningen. Zo’n vergunning is voor horecaondernemers verplicht. Verder moet er een certificaat komen voor horecabedrijven die aan alle brandveiligheidseisen voldoen. Een onafhankelijke organisatie doet de brandveiligheidscontroles en verleent het certificaat dat recht geeft op een verbruiksvergunning.
De commissie vindt ook dat er een eind moet komen aan tegenstrijdigheden in de regelgeving waardoor brandveiligheids- en andere eisen op gespannen voet met elkaar staan. Gemeenten zullen voorts duidelijker moeten handhaven door aan te geven na hoeveel controles er sancties volgen, of bij constatering van gebreken direct een boete op te leggen.
De commissie verwacht bovendien meer effect als risicopanden – panden waar overtredingen zijn geconstateerd en panden die worden verbouwd – vaker controle krijgen. De controleurs zouden daarnaast onmiddellijk moeten uitrukken na klachten over de brandveiligheid.
Kortom, gedogen zoals in Volendam is voortaan taboe. Minimaal één controle per jaar vergroot de geloofwaardigheid van de lokale overheid als controleur. De gemeenten zouden een meldpunt handhaving in het leven kunnen roepen. Daar kunnen burgers klachten deponeren over de brandveiligheid in horeca en openbare gebouwen.

Ontruimen
Voor de horeca is het zaak de brandveiligheid te optimaliseren. Afgezien van de fysieke maatregelen (impregneren, nooduitgangen), dringt de commissie aan op een goed geoefende bedrijfshulpverlening (BHV). Hulpverlening die is afgestemd op de hoeveelheid gasten in het bedrijf. Dat betekent dat personeel is voorbereid op het begeleiden van gasten in noodsituaties. In bedrijven waar veel mensen komen, eist de gebruiksvergunning nu al een ‘ontruimingsorganisatie.’ De commissie stelt dat de betrokkenen daar wél het nut van in moeten zien en beveelt het regelmatig oefenen met een ontruimingsplan aan. Horeca-eigenaars dienen vaste personeelsleden als bedrijfsleiders aan te wijzen als BHV’ers. Over wie de eindverantwoordelijke is bij een brand, mag geen onduidelijkheid bestaan.
Uit een bij de rapportage gevoegd Nipo-onderzoek blijkt overigens dat personeel dat is opgeleid tot horecamedewerker in het algemeen weinig sjoege heeft van brandveiligheid. En: ‘Vooral parttimers, oproepmedewerkers en seizoenskrachten missen nogal eens essentiële brandveiligheidskennis.’

Keurmerk
De commissie voelt wel wat voor een vrijwillig keurmerk voor horecabedrijven die aan de brandveiligheidseisen voldoen. Voor winkelcentra en bedrijfsterreinen bestaat zo’n keurmerk al. In het Nipo-onderzoek geven de ondervraagden echter aan niets voor zo’n keurmerk te voelen. Het zou averechts werken en de consument ongerust maken. De opvatting is dat er domweg geen brandgevaarlijke bedrijven mogen bestaan, dus een onderscheid door middel van een keurmerk voor het ene bedrijf en voor het andere niet, is onwenselijk. Van de kant van de horecaondernemers kwam wel de suggestie om gemeenten of gemeentelijke brandweerkorpsen een keurmerk te geven. Een keurmerk dat staat voor een optimale samenwerking tussen overheid en horeca als het om de brandpreventie gaat.
Evenals uit een enquête van Misset Horeca (nummer 7, 16 februari 2001) blijkt uit het Nipo-onderzoek dat de meeste horecaondernemers stellen dat ze aan alle brandveiligheidseisen voldoen. Dat de horeca nogal eens laconiek overkomt in z’n brandveiligheidsgedrag, komt volgens de ondervraagde ondernemers omdat de sector voor een deel uit niet-professionele bedrijven bestaat. 10 tot 15 procent van de ondernemers in de sector zou ‘met zwartwerkers het hoofd boven water proberen te houden.’ Juist deze groep zou niet investeren in de brandveiligheid. Een aantal deelnemers aan het onderzoek geeft overigens aan niet aan de gemeentelijke eisen te voldoen, maar de brandveiligheid in de eigen zaak voldoende te vinden.Om exploitanten te bewegen tot meer aandacht voor de brandveiligheid, stelt de commissie voor dat gemeenten de resultaten van controles in horecazaken op internet of via de lokale media publiceren.
De Commissie Alders breekt in de rapportage ook een lans voor één loket voor alle horeca-aangelegenheden, zodat ondernemers niet voor elke vraag op zoek moeten naar de betreffende ambtenaar.
Het onderzoek toont nog eens dat horecaondernemers verstrikt raken in de wirwar van gemeentelijke regels, waar ze niets meer van begrijpen. ‘We zien een soort moedeloosheid bij horeca-ondernemers zodra de regelgeving van de gemeente ter sprake komt’, rapporteert de commissie. En: ‘Naast het opzetten van één loket voor regelgeving en vergunningen, zien ondernemers mogelijkheden in een toolkit waarin alle eisen staan waaraan de horecaondernemer moet voldoen.’