artikel

Altijd vrolijke mensen voor de wagen

Horeca

Het mooiste plekje van Heemstede voor een snackwagen, dat vindt Frans van Maris van zijn standplaats bij speelpark De Linaeushof. Want de gasten zijn bijna altijd vrolijk. ‘Die zijn een leuk dagje uit geweest. En zijn ze eens geïrriteerd door de drukte, dan houden ze zich in want ze hebben kinderen bij zich.

Altijd vrolijke mensen voor de wagen

Van Maris staat zes maanden per jaar met zijn snackwagen De Luifel tegenover het parkeerterrein van de Linaeushof. Zeven dagen in de week. Dat doet hij al alle dertig jaar dat hij een verkoopwagen heeft. Dan gaat de wagen in de mottenballen tot een volgend seizoen. Hij noemt zichzelf een seizoenswerker. ‘In de wintermaanden werk ik op invalbasis als brugwachter in Amsterdam. Dat is ook mooi werk, maar ik ben blij als het zomerseizoen weer begint.’

Het is volgens Van Maris zaak de wagen ‘s ochtends al vroeg open te hebben. ‘Op zich is dat niet lonend. Maar op die manier bewerkstellig ik een hogere middagomzet. De bezoekers die van het parkeerterrein naar de speeltuin lopen en langs mijn wagen komen, zien dat ik open ben. Daar houden ze rekening mee als ze weer vertrekken. Ze halen dan nog wat bij mij voordat ze in de auto stappen.’ Tijdens deze pieken wordt Van Maris meestal geassisteerd door zijn vrouw. ‘We zijn op elkaar ingespeeld. Ik sta dan continu te bakken en zij handelt de bestellingen af.’

Begin jaren zeventig reed Van Maris nog rond met zijn verkoopwagen. ‘Ik had een ventvergunning en mocht niet al te lang op een plaats staan.’ In die tijd reed hij langs bouwplaatsen en scholen. Schooldirecteuren zagen de wagen liever gaan dan komen. ‘Het gebeurde zelfs een keer dat zo’n kerel met zijn armen gespreid voor de wagen ging staan om de toestromende leerlingen tegen te houden. Hij zei dat hij iedereen die iets kocht van school zou sturen.’ Andere schoolleiders belden de politie als de snackwagen naar hun zin te lang bleef staan.

‘Dan kwam de wijkagent om te zeggen dat ik me aan de ventvergunning moest houden en door moest rijden.’ Datzelfde gebeurde ook regelmatig bij het parkeerterrein van de Linaeushof. ‘Omdat hij er schoon genoeg van kreeg dat hij de hele tijd achter mij aan moest rijden heeft die wijkagent er voor gezorgd dat ik deze vaste standplaats kreeg’, lacht Van Maris.

Van Maris staat zes maanden per jaar met zijn snackwagen De Luifel tegenover het parkeerterrein van de Linaeushof. Zeven dagen in de week. Dat doet hij al alle dertig jaar dat hij een verkoopwagen heeft. Dan gaat de wagen in de mottenballen tot een volgend seizoen. Hij noemt zichzelf een seizoenswerker. ‘In de wintermaanden werk ik op invalbasis als brugwachter in Amsterdam. Dat is ook mooi werk, maar ik ben blij als het zomerseizoen weer begint.’

Het is volgens Van Maris zaak de wagen ‘s ochtends al vroeg open te hebben. ‘Op zich is dat niet lonend. Maar op die manier bewerkstellig ik een hogere middagomzet. De bezoekers die van het parkeerterrein naar de speeltuin lopen en langs mijn wagen komen, zien dat ik open ben. Daar houden ze rekening mee als ze weer vertrekken. Ze halen dan nog wat bij mij voordat ze in de auto stappen.’ Tijdens deze pieken wordt Van Maris meestal geassisteerd door zijn vrouw. ‘We zijn op elkaar ingespeeld. Ik sta dan continu te bakken en zij handelt de bestellingen af.’

Begin jaren zeventig reed Van Maris nog rond met zijn verkoopwagen. ‘Ik had een ventvergunning en mocht niet al te lang op een plaats staan.’ In die tijd reed hij langs bouwplaatsen en scholen. Schooldirecteuren zagen de wagen liever gaan dan komen. ‘Het gebeurde zelfs een keer dat zo’n kerel met zijn armen gespreid voor de wagen ging staan om de toestromende leerlingen tegen te houden. Hij zei dat hij iedereen die iets kocht van school zou sturen.’ Andere schoolleiders belden de politie als de snackwagen naar hun zin te lang bleef staan.

‘Dan kwam de wijkagent om te zeggen dat ik me aan de ventvergunning moest houden en door moest rijden.’ Datzelfde gebeurde ook regelmatig bij het parkeerterrein van de Linaeushof. ‘Omdat hij er schoon genoeg van kreeg dat hij de hele tijd achter mij aan moest rijden heeft die wijkagent er voor gezorgd dat ik deze vaste standplaats kreeg’, lacht Van Maris.