artikel

Ariba Aruba

Horeca

Ze waren stuk voor stuk uitgekeken op het kille ondernemersklimaat van Nederland. Het avontuur lokte. Het werd Aruba, het benedenwindse eiland vlak voor de kust van Venezuela. Waar het hard werken is. Maar wat geeft dat als de zon 365 dagen per jaar schijnt. Misset Horeca streek neer in Oranjestad en sprak met vijf Nederlandse ondernemers. ‘Wij gaan voorlopig niet terug.

Ariba Aruba

Bij hoge uitzondering verhuist de stamtafel van eetcafé The Paddock naar buiten. Binnen is het te warm. Bovendien wil gastheer Willem Grol bezoek uit Nederland graag tracteren op een Caribbean sunset. Het uitzicht vanaf de kade is niet verkeerd. Het azuurblauwe water van de Caribische Zee, aan de horizon een cruiseschip en een reusachtige catamaran pal voor de deur.Op afstand maakten we al eerder kennis met The Paddock. In 1999 haalde het bedrijf de eindronde van Misset Horeca’s Café van het Jaar verkiezing. Winnen zat er niet in, maar The Paddock kreeg bij de prijsuitreiking in Rosmalen wel een bijzondere vermelding. ‘Er gebeuren mooie dingen in de horeca op Aruba, kom eens langs als je in de buurt bent’, zei Grol bij die gelegenheid.

Happy hour
Bij deze dus. Vijf lokale café-eigenaren hebben zich aangemeld voor een inderhaast belegde Arubaanse editie van De Stamtafel. Behalve Willem Grol zijn daar Cees Sluiter, Jimmy Douglas, Harry Koeman en Jan-Pieter Rijnsaardt. Eén voor één druppelen ze binnen. Geen koffie voor de heren, en ook in dat opzicht is deze Stamtafel anders dan anders. Het is vijf uur in de middag en in de horeca op het ‘Happy Island’ is het happy hour begonnen. Dan maar een ‘brewed on Aruba’ Balashi, of een Polar, het razend populaire biertje dat met scheepsladingen tegelijk vanuit het naburige Venezuela aan land wordt gebracht.
De paalzitwedstrijd is het gesprek van de dag. De bardame die namens The Paddock meedoet, zit al 52 uur aan één stuk en het ziet er naar uit dat ze het record van vorig jaar gaat verbreken. Het zijn niet echt de grote wereldproblemen die de Hollandse horecakolonie op het eiland bezighouden. Nederland en de rest van de wereld zijn ver weg. Zeker als je al wat langer op het eiland woont.

Uitdaging
Willem Grol kan het beamen. Tien jaar geleden kwam hij met echtgenote Diny en hun drie kinderen naar Aruba. Een bewuste keuze. In zijn Nijmeegse lunchroom zat geen uitdaging meer en met name de snelgroeiende loonkosten begonnen hem steeds meer op te breken. ‘Ik wilde naar de Cariben, maar had geen idee naar welk eiland.’ Grol kocht een ticket naar de Antillen om zich te oriënteren. Tien dagen Curaçao, tien dagen Bonaire en tien dagen Aruba. Het werd Aruba. ‘Curaçao vond ik te crimineel en op Bonaire waren de onderwijsmogelijkheden voor de kinderen te beperkt. Op Aruba was het allemaal wat beter geregeld. Bovendien kreeg ik een mooie kans om The Paddock over te nemen.’
Harry Koeman (onder meer café De Plaza) uit Huissen kwam na een horecaopleiding in Zwitserland in 1991 terecht op Aruba. ‘Min of meer op de bonnefooi, op zoek naar avontuur. Ik wist absoluut niet wat het moest worden. Werkte in verschillende bedrijven, voornamelijk achter de bar, en ik heb nu al een tijdje een paar eigen zaken.’ Jan-Pieter Rijnsaardt verruilde de Achterhoek voor een Caribisch avontuur. Stond eerst een paar jaar achter de bar in verschillende bedrijven in Oranjestad, totdat hij twee jaar geleden een eigen zaak opstartte. Amici, een Italiaanse ijs- en koffiebar, op een steenworp afstand van de grote toeristenhotels. Cees Sluiter verdiende tot eind jaren 80 geld in de visserij en runde eerder drie cafés op Texel. Vijf jaar geleden opende hij bruin café Captain’s Corner, iets buiten Oranjestad.

Nachtcafé
De enige horecaman aan tafel met roots op Aruba is Jimmy Douglas. Hij werd er geboren, maar verhuisde al op zeer jonge leeftijd naar Nederland. In Zutphen zat hij dertig jaar lang in de horeca. Tien jaar geleden besloot hij terug te gaan. ‘Ik ben eerst twee keer op vakantie geweest om wat rond te neuzen. De eerste keer heb ik een paar weken feest gevierd. Op de laatste dag van mijn tweede bezoek heb ik een zaak gekocht.’ Nachtcafé Jimmy’s Place moet het voor een belangrijk deel hebben van lokaal horecapersoneel dat na werktijd nog even een afzakkertje gaat nemen. Bij Jimmy kan dat, het bedrijf sluit doorgaans niet voor zes uur in de ochtend, als op Aruba de zon opkomt. De zaak loopt goed, maar er zijn ook de nodige tegenslagen. Met name de groeiende criminaliteit begint steeds meer overlast te veroorzaken. Jimmy’s Place heeft in korte tijd al 24 keer bezoek gehad van inbrekers.
Een ander punt van zorg zijn de dalende inkomsten. Dat geldt dezer dagen voor alle ondernemers aan tafel. De horeca op Aruba is in belangrijke mate afhankelijk van het toerisme. Daarmee ging het tot nu toe buitengewoon goed, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er sinds vorig jaar sprake is van een dipje. Door de hoge dollarkoers neemt de stroom vakantiegangers uit Europa – met name Nederland – flink af, merkt Harry Koeman op. ‘Vorig jaar zomer een terugval van tien procent. Het EK heeft de verliezen nog een beetje kunnen compenseren. Tijdens de wedstrijden die Nederland speelde was de zaak goed gevuld.’Maar de tijd dat het geld vanzelf binnenkwam en de vaste gasten zeiden: ‘jongens, gooi de glazen nog maar eens vol’, behoort tot het verleden.

Creatieve oplossingen
Willem Grol: ‘Je wordt min of meer gedwongen tot creatieve oplossingen. Ik merkte dat het happy hour op een gegeven moment terugliep. Dan moet je iets anders bedenken. Zeker in het toeristisch laagseizoen, waarin je voor een belangrijk deel afhankelijk bent van mensen die op het eiland wonen.’ Grol deed een slimme zet. Via een lokale importeur wist hij 50 tv-toestellen op de kop te tikken. Elke zondagavond wordt er ééntje onder de gasten verloot. Een gouden greep, zo bleek. ‘De zondag was de laatste tijd heel slap, maar nu loopt het weer als een trein.’ Jan-Pieter Rijnsaardt drijft de prijzen van zijn Italiaanse ijsjes bewust niet te veel op. Hij zou het makkelijk kunnen doen. De Amerikanen met hun zakken vol dollars betalen toch wel. ‘Je zou zo wel veel lokale klanten verliezen en dat wil ik niet.’
Ondernemen op een eiland heeft z’n eigen logistieke problemen. Bijna alles moet over zee of door de lucht worden aangevoerd. En juist daarbij gaat nog wel eens wat mis. Het onderwerp maakt de tongen los bij de heren. Jimmy Douglas schetst de verschillen met Nederland: ‘In Zutphen belde ik één keer per week een bestelling door aan één en dezelfde leverancier. Op Aruba heb ik te maken met zes en soms wel tien bedrijven. En je weet nooit zeker of ze je spullen wel in huis hebben. Geen red label? Ach, doe dan maar black label. Zo gaat het dan.’ Harry Koeman heeft met drie bedrijven minder last van schaarste. ‘Als bepaalde producten niet meer te krijgen zijn, kunnen we onderling wat schuiven.’

Niets meer te krijgen
En dan is er nog het probleem van de containers die om wat voor reden dan ook worden vastgehouden in de haven of van het schip zijn gevallen. Jan-Pieter Rijnsaardt haakt direct in: ‘Laatst was een container met saucijzenbroodjes en appelflappen in een zware storm van boord gedonderd. Dan heb ik een groot probleem. Ik moest improviseren en het spul veel duurder bij een ander importeur inkopen.’ Ook glaswerk en bierviltjes willen nog wel eens schaars zijn op het eiland, weten zowel Cees Sluiter als Jimmy Douglas. ‘Het komt geregeld voor dat er niets meer te krijgen is. Maar je vindt altijd wel weer een oplossing hoor. Het hoort er beetje bij.’
Na een paar vervelende ervaringen wil Willem Grol niet langer voor verrassingen komen te staan. Hij zorgt min of meer voor z’n eigen bevoorrading. Een paar maanden geleden waren ze in The Paddock bijna door de bierpullen heen. Toevallig stond Grol op het punt voor familiebezoek af te reizen naar Nederland. ‘Op de terugreis naar Aruba zaten er 18 pullen in m’n handbagage.’ Grol haalt veel meer eigenhandig uit Nederland. Eén keer per jaar doet hij inkopen bij de groothandel. Een container vol glaswerk, bestek, terrasstoelen, zilveruitjes, pennen, notitieblokken, mayonaise, gloeilampen en heel veel andere spullen gaat dan vanuit Rotterdam per vrachtboot naar Aruba. De garage bij zijn woning is omgedoopt tot een magazijn waar menige horecacollega op het eiland jaloers op zou zijn. Er staat zelfs een reserve-geluidsinstallatie voor het geval de apparatuur in The Paddock het ineens zou begeven. ‘Drank en versproducten zijn de enige dingen die ik lokaal inkoop.’

Personeel
Hoe zit het met het personeel? Grol: ‘Ik ben eigenlijk altijd wel op zoek naar nieuwe mensen. Als ik in Nederland ben, plan ik steevast een paar sollicitatiegesprekken. Mijn ervaring is dat niet iedereen geschikt is om ver van huis een jaartje of twee achter de bar te staan. Ik heb twee keer meegemaakt dat ze na een paar weken gillend van heimwee teruggaan. Ik wil dus alleen serieuze mensen. Ze moeten hun ticket zelf betalen. Hebben ze hier een jaar gewerkt, dan krijgen ze de helft terug.’
Cees Sluiter van Captain’s Corner heeft op dit moment grote moeite om aan medewerkers te komen. ‘We hebben iemand nodig voor de keuken, maar daar is moeilijk aan te komen. Mijn vrouw kookt nu maar.’ Jimmy Douglas gaat nooit actief op zoek naar personeel. ‘Ze komen gewoon binnenwandelen op zoek naar een baantje. Vaak zijn het jongens die een tijdje door Zuid-Amerika hebben gereisd en een paar maanden wat geld willen verdienen.’