artikel

Barossa wonderboy: ‘no wood, no good

Horeca

De Australische wijnmaker Wolf Blass heeft voor zijn wijnen meer dan 3000 nationale en internationale onderscheidingen ontvangen. Kroon op het werk was de Maurice O’Shea Award voor zijn voortreffelijke bijdrage aan de Australische wijnproductie. Als onderdeel van een promotietour door Europa, bezocht Blass op 23 april restaurant L’Hermitage in Rijsoord. Sommeliers, restaurateurs en pers kregen tijdens een wijnproeverij en lunch alle kans om met de Australische wonderboy van gedachten te wisselen.

Barossa wonderboy: ‘no wood, no good

Wijnauteur Lucette Faber heette de genodigden welkom namens InterCaves, Koopmans & Bruinier, Nederlands wijnagent van Wolf Blass. ‘De wijnen zijn vandaag secundair, het gaat om de man’, aldus Faber. ‘Wolf doet me steeds denken aan Dagobert Duck, die een dubbeltje vond en vervolgens een fortuin maakte. Toen hij in 1961 naar Australië emigreerde, bevond het land zich op wijngebied nog in de Middeleeuwen. Vanwege het hoge alcoholpercentage werd veel van de wijn verwerkt tot port, sherry of brandy. In die vinologische woestenij kwam Wolf Blass met zijn tomeloze energie. Hij veroorzaakte een evolutie die zijn weerga niet kent.’

Crisistijd
Blass heeft als eerste het rijpen van rode wijn in eikenhouten vaten in Australië geïntroduceerd, onder het motto ‘no wood, no good’. Hij bracht de kwaliteit tot ongekend hoog niveau. Als specialist in het maken van mousserende wijnen heeft de wijnmaker ook op dat gebied veel voor het land betekend. Een bijzondere levensloop voor de man die in 1934 als Wolfgang Franz Otto Blass ter wereld kwam in Oost-Duitsland. De familietak van zijn moeder bezat twee wijnbedrijven die tijdens de oorlogsjaren van het toneel verdwenen. Rond zijn negentiende dronk Blass voor het eerst een glas wijn. ‘Dat was toen ik net na de oorlog op een wijnboerderij werkte. Het was crisistijd en er was niet genoeg te eten. Als je vervolgens op zoek gaat naar werk en eten, kom je uit op een boerderij. Industrie was er niet meer.’ Vanaf die tijd behaalde de jonge Duitser het ene na het andere wijndiploma, waaronder dat van kellermeister en wijnchemicus.
In 1967 begon Blass voor zichzelf in het voornaamste wijngebied Barossa Valley in Zuid-Australië. Hij noemde zijn wijngaard Bilyara, aboriginal voor eaglehawk (adelaarsvalk). Zo legde hij een link naar zijn Duitse vaderland, dat de adelaar als nationaal symbool heeft. Kenmerkend voor de wijnen van Blass is dat ze standaard drie elementen – volle, rijpe fruitsmaken, eik en zachte tannine – bevatten. De wijnen zijn door deze eigenschappen snel geschikt voor consumptie, maar kunnen ook blijven liggen om verder te rijpen.

Genante vertoning
Onnodig interessant doen over wijnen is aan de Australiër niet besteed. Blass: ‘Wijn is er voor entertainment, voor het genieten. Niet voor het hele circus eromheen. Een blindproeverij waarbij de fles in een papieren zak gaat en één iemand moet raden welke wijn het betreft, vind ik een genante vertoning. In Australië kennen we de ‘wine option game’. Dit speel je met 500 man tegelijk. Iedereen staat. Het begint met de vraag of het een rode of witte wijn betreft. De personen die het fout hebben, gaan zitten en zo blijven er steeds minder mensen over tot je een winnaar hebt.’