artikel

‘Boemel scoort goede winst, maar te lage omzet

Horeca

‘Je brutowinst is goed, maar de omzet is aan de lage kant. En dat je jouw begroting voor volgend jaar nog niet hebt aangepast, betekent strafwerk!’ Horeca-adviseur Ton Lenting is verdeeld positief over de cijfers van Hilde van der Stoel.

Stel een vraag of geef een tip
‘Boemel scoort goede winst, maar te lage omzet

De omzet van café De Boemel is aan de lage kant. Tussen 1 augustus 2000 – toen Hilde haar café aan de Oude Markt in Enschede opende – en 31 december heeft ze 182.336 gulden omgezet. Dat komt omgerekend op 437.606 gulden per jaar. De begrote omzet is 598.000 gulden voor het eerste jaar, een gat van 160.394 gulden.

De achtergebleven omzet in de eerste vijf maanden heeft alles te maken met de onwaarschijnlijke startproblemen waarmee De Boemel te maken kreeg. Daar hebben we in deel twee van De Balans uitgebreid over bericht. Door de explosie van SE Fireworks beleefde de binnenstad van Enschede de rustigste horecazomer uit haar geschiedenis. De omzetten in de stad lagen 30 procent lager dan normaal. Van der Stoel ontving veel minder gasten dan ze had verwacht en scoorde minimale weekomzetten van een paar duizend piek. Ze was zelfs bang failliet te gaan. Horeca-adviseur Ton Lenting relativeert: ‘De omzet is aan de lage kant.’

Huur te hoog
Het accountantsrapport met de conceptcijfers over 2000 is vers van de pers. Het is van Van der Werff en Krabbe accountancy en belastingadvies en ziet er, in tegenstelling tot veel andere rapporten van horecabedrijven, professioneel uit. ‘Een fatsoenlijk rapport’, oordeelt Lenting. Wat Lenting bij het doorbladeren van het rapport meteen opvalt, is dat Van der Stoel veel aflost.

Lenting: ‘Meestal zie je dat een startende ondernemer het eerste jaar om uitstel van aflossing vraagt bij z’n bank.’ Van der Stoel loste in januari zelfs ƒ20.000 extra af. Omdat ze het geld naar eigen zeggen ‘toch over had’. Een ander opmerkelijk cijfer zijn volgens Lenting de afschrijvingskosten. Met ƒ24.437 oftewel 13,4 procent over de omzet van de eerste 5 maanden vindt hij de afschrijving aan de hoge kant. Hij constateert dat De Boemel over die periode een positieve cashflow heeft (resultaat plus afschrijving).

De brutowinst van 69 procent is volgens Lenting goed: ‘Zeker voor een startend bedrijf.’ De werkelijke inkoopwaarde is ongeveer gelijk aan de begrote inkoopwaarde. De inkoop in de eerste vijf maanden bedroeg ƒ56.469. Maar dan komt de kritiek. De totale kosten zijn in relatie tot de omzet volgens Lenting te hoog. Volgens hem komt dat vooral door de hoge huisvestings-kosten. Van der Stoel huurt de Boemel voor ƒ80.000 per jaar van brouwer Grolsch. Lenting: ‘Voor een bedrijf met een jaaromzet van nog geen 500.000 is de huur te hoog.’ Hij adviseert Van der Stoel om met Grolsch over de huurprijs te praten.

Soberheid troef
Het resultaat van De Boemel wordt opgekrikt door Van der Stoel’s sobere leefstijl en harde werken. De privé-opnamen lagen in de eerste vijf maanden op ƒ11.858, oftewel 2.400 per maand, inclusief alle verzekeringen. Om haar uitgaven in het eerste jaar zoveel mogelijk te beperken, heeft ze geen auto en woont ze boven de zaak.

De sobere levensstijl combineert Van der Stoel met forse werkweken van 70 à 80 uur. In de eerste vijf maanden lagen de personeelskosten daardoor op slechts 17,3 procent. Zelfs een pijnlijke ontsteking aan haar been weerhield haar niet te werken. ‘In het ziekenhuis kon ik kiezen: of meteen opereren zonder verdoving, of een dag later terugkomen en onder verdoving geopereerd worden. Ik riep ‘snijen maar’, want de tweede optie zou me een dag extra kosten.’
De volgende dag kon ze nauwelijks op haar been staan. ‘Ik ben toen de muziekcomputer gaan bedienen, terwijl Jacko, mijn fulltime medewerker, de hele bediening overnam.’

Keerzijde
De levensstijl van Van der Stoel is volgens Lenting typerend voor veel startende horecaondernemers. Volgens hem is het noodzakelijk om een bedrijf tot een succes te maken, maar hij ziet ook de keerzijde. ‘Een onderneemster met een man en drie kinderen redt het niet op deze manier.’ Hij waarschuwt voor het gevaar van overbelasting. ‘Dit hou je geen jaren vol.’
Het doet hem dan ook deugd dat Van der Stoel sinds maart een fulltimemedewerker heeft aangenomen, Jacko Spit (23). Spit heeft twee jaar in De Kater gewerkt, zo’n beetje het bekendste café van Enschede. Hij wil verder in de horeca. Naast Spit heeft Van der Stoel drie werkstudenten in dienst, voor de uren van 21.00 tot 03.00. Haar totale loonkosten komen op ƒ75.000.

Rouwmantel
Inmiddels is de omzet een stuk gezonder. Enschede legt de rouwmantel langzaam af en dat merkt ook de binnenstad. Van der Stoel: ‘Ik zette toen in een week om wat ik nu in een dag omzet.’ Op Koninginnedag draaide ze een goede omzet. Hoe gezond de cijfers zijn, zal over twee maanden moeten blijken, als we de balans van het eerste hele jaar opmaken. Horeca-adviseur Ton Lenting verwacht dat in 2001 de geprognosticeerde omzet van het eerste jaar – ƒ598.000 – gehaald zal worden.