artikel

Bozig

Horeca

Ik wilde een column schrijven over de nieuwe drank- en horecawet. Die is er nog niet, maar komt eraan. Ik wilde schrijven dat de ChristenUnie wil dat tieners onder 16 jaar na tien uur ’s avonds cafés niet meer binnenkomen. Betutteling, zou ik het noemen.

Bozig

Ook wilde ik schrijven dat een gemeente volgens de nieuwe wet kan bepalen dat de jeugd onder de 18 jaar na één uur ’s nachts de disco niet meer in komt. Volgens mij is de vraag veeleer hoe je ze er weer op een ‘christelijk’ tijdstip uitkrijgt? Dat kwam zeker ook in mijn betoog, had ik me voorgenomen. Een leuke vondst die mijn column beter zou maken.

Ik wilde me verder oprecht gaan afvragen welke naïeve geest zo’n wet bedenkt? Jongeren komen immers altijd aan drank, zo zou ik betogen. Is het niet met behulp van een ouder broertje dan wel middels een toegeeflijke vader (!). Dat uitroepteken tussen haakjes zou ik zeker ook neerzetten. Die drank zouden ze vervolgens soldaat maken in schuurtjes en zuipketen en op biercampings.

En zou de nieuwe wet ouders niet laks maken? Het is immers aan hen en niet aan de overheid om voor jongeren grenzen aan te geven, zo zou ik beweren. Dat geldt evenzeer voor leraren, familieleden en oom agenten. Ik zou het hard en venijnig opschrijven. De directe omgeving maakt een samenleving tot een beschaafde samenleving, niet de overheid. Maar ja, ouders hebben nu eenmaal zwakke knieën. Ik ging het hen niet echt aanrekenen, omdat aan hen ook nooit grenzen zijn gesteld door hun ouders, de jaren zeventig vrijheid blijheidgeneratie. Ook dat zou ik me realiseren.

Ik zou me verder afvragen waarom uitgerekend de horeca nu ineens politieagent moet gaan spelen? Eerst waren het al de caissières van Albert Heijn die hun leeftijdsgenoten moeten controleren op drank. Dat systeem is zo lek als een mandje. En nu dan de kastelein, zou ik constateren. Ik zou opkomen voor die kastelein. Potverdorie, het overgrote deel van het personeel in de horeca kent en neemt zijn verantwoordelijkheid. De overheid hoeft er zijn poten niet eens naar uit te steken. Waarom doet ze dat dan? Dat zou ik dan weer bozig opschrijven.

En wat is het nut van zo’n maatregel als pal over de gemeentegrens iemand besluit om de maatregel niet in te voeren? Ook zo’n vraag die ik te berde zou brengen.

Echt waar, dit alles zou ik allemaal willen aanvoeren en boetseren tot een dijk van een column.

Ik doe het niet.

Wat ik wil zeggen, ligt allemaal veel te veel voor de hand. Daar moest ik maar geen column aan verspillen. Ik hoop oprecht dat de Tweede Kamer de tijd er ook niet aan verspilt. Domme maatregel, verwerpen, niet verder over lullen en over tot de orde van de dag.

Peter Garstenveld

Eerder verschenen: