artikel

Branie achter de bar

Horeca

Het liefst zou hij weer op wereldreis gaan. Maar tot die tijd heeft Geert Bosman het druk met de exploitatie van zijn bedrijven: drie cafés en een discotheek. ‘Ik werk om mijn vrijheid te creëren.’ Voor Bosman betekent dat er opuit met de zeilboot zodra de wind gunstig staat. De Fries zette de afgelopen jaren zes Swetser-feestcafés op. Het feestbeest werd manager. Al is de branie gebleven.

Het miezert buiten. En maandag is toch al geen ideale dag om een goede indruk te krijgen van De Swetser-cafés. Pas tegen het einde van de week gaan de deuren van de drukbezochte feestcafés open. De twee zaken die deze dag worden aangedaan, die in Joure en Heerenveen, verschillen qua karakter niet veel van elkaar. Bruine en donkerrode tinten overheersen het interieur. Aan het eind van de bar is plaats voor de dj. ‘Iedere zaak heeft ook een dansvloertje’, zegt Geert Bosman (36).
Op de planken tegen de wand veel oude radio’s en een groot scala aan prullaria waaronder boeken, muziekinstrumenten en oude koffers. Aan het plafond van de Heerenveense Swetser is goed te zien dat dit bedrijf al een paar jaar open is. De oude T-shirts, ansichtkaarten en het nodige damesondergoed dat er tegenaan is gespijkerd, zorgen voor een doorleefde indruk. Iets wat nog ontbreekt in Joure. Deze Swetser opende eind april de deuren.Gezeten aan één van de bartafels in Heerenveen informeert Geert Bosman belangstellend bij compagnon Johan Brözelman naar de kwaliteiten van een net aangenomen bardame. Deze blijken uitstekend. En niet alleen achter de toog. ‘Je bent ook zo’n beest’, grinnikt Geert. ‘Moet je horen wie het zegt’, antwoordt Brözelman.

Gigantisch
Een sweater uit de eigen kledinglijn om de schouders, korte broek en stevige bergschoenen. Bosman oogt als een kwajongen. Met een glimlach om de mond vertelt hij hoe acht jaar geleden het eerste Swetser-café werd opgezet. ‘Ik ben gewoon een beetje rond gaan rijden. Ik kwam in Gorredijk en daar was maar één café. En dat liep niet echt. Een dorp met 7000 inwoners, zonder een echt café! Via via kwam ik aan een oud woninkje, met de bedsteden er nog in. We hebben het hele interieur eruit gehaald en er een feestcafé van gemaakt. En vanaf de eerste dag liep het als een trein. Echt gigantisch. De eerste drie jaar zaten we zes dagen in de week helemaal vol. Met jong en oud.’
Het succes in Gorredijk smaakte naar meer. In de jaren erna opende Bosman Swetsers in Drachten, Wolvega, Steenwijk, Heerenveen en recentelijk dus Joure. ‘Het klinkt eigenwijs, maar als ik een zaak overneem heb ik altijd het gevoel dat ik het beter kan.’ En vrijwel altijd gaat hij op dezelfde wijze te werk. Het interieur wordt gestript en grotendeels eigenhandig omgebouwd tot een Swetser.
Net zo makkelijk als hij ze startte, deed hij een aantal cafés ook weer van de hand. Hij verkocht de zaken in Steenwijk, Wolvega en Gorredijk aan de bedrijfsleiders. ‘Gorredijk had ik eigenlijk wel willen houden. Het is toch je eerste zaak. Maar aan het einde van het jaar merk je toch dat je met een kleine zaak net zoveel bedrijfslasten hebt, maar een lager resultaat. Bovendien ben je er qua concept afhankelijker van je personeel dan in een grotere zaak.’Naast zakelijke afwegingen is er nog een reden dat Bosman zijn bedrijven na een aantal jaren van de hand doet. ‘Het is in deze branche moeilijk om mensen gemotiveerd te houden. Mijn bedrijfsleiders weten dat ze na een aantal jaren de gelegenheid hebben om het café te kopen. Zo werken ze echt voor een concreet doel.’

Pijpenla
Met de opening van De Swetser in Joure net achter de rug, heeft Bosman ook plannen om de vestiging in Heerenveen op te frissen. De muur achter de bar gaat weg. Zo ontstaat ruimte om de bar naar achteren te verplaatsen. Het zou de doorloop bevorderen in de pijpenla, zoals hij de zaak zelf omschrijft. Via een schuifdeur is de aanpalende discotheek Heaven te bereiken. Hij startte het bedrijf gelijktijdig met De Swetser. ‘Een discotheek is toch iets heel anders dan een feestcafé. Ik heb de start echt onderschat. Ik dacht dat het vanzelf zou lopen, en richtte al mijn aandacht op de kroeg. Een vergissing. Gelukkig kon ik met Johan een Vof vormen. Binnen een half jaar had hij het rechtgetrokken. Hij is nu verantwoordelijk voor Heaven en heeft dat goed in de vingers.’
De twee portvaten die in Joure zo in het oog springen, moeten ook in Heerenveen boven de bar komen. Met de tapkraan aan het vat wordt de illusie gewerkt dat het bier uit de ton stroomt. De vaten waren een ideetje van de lokale Grolsch-vertegenwoordiger. De brouwerij waarmee Bosman uitstekend zegt te kunnen samenwerken. ‘Een goede meedenkende brouwerij. Ook voor startende ondernemers.’

Als een tierelier
22 Jaar is Geert Bosman als hij vertrekt voor een wereldreis die vier jaar gaat duren. Om de kost te verdienen werkt hij in de horeca, plukt druiven, is portier in Zuid-Afrika en geeft Engelse les. Ook beklimt hij de Mount Everest tot het eerste basiskamp. Gevraagd naar de reden van deze reislust zegt hij: ‘Tijdens mijn dienstplicht zat ik bij de marine. Er werden daar allerlei beloftes gedaan die nooit zijn nagekomen. Zo zouden we naar de Antillen toe, maar daar kwam niks van. Toen ik uit dienst kwam, was ik vastbesloten om dan maar zelf op reis te gaan. Liftend kwam ik in Israël in de Kibboets terecht en zo ging ik verder.’
Eenmaal terug in Nederland koopt hij samen met een zakenpartner café De Barrage in Heerenveen. Met een borgstelling weten ze ƒ12.500 de man los te peuteren bij de bank. ‘Binnen drie maanden losten we het geld weer af. Het liep als een tierelier. Door ons enthousiasme werd het een groot succes.’ Na anderhalf jaar was het over. Met de zakenpartner viel niet meer te werken, en het initiatief om van de zaak een eetcafé te maken liep op niets uit. ‘Ik dacht, ik verkoop de zooi en ga naar Mexico. Als je toch geld wilt verdienen kun je dat beter onder de palmbomen doen. Maar dat ging niet echt. Ik heb er wel giga gefeest, maar na een paar maanden stond ik weer op Schiphol. Toen werd ik gewezen op het pand in Gorredijk.’ Dat het niet bij één café zou blijven, stond op dat moment eigenlijk al wel vast. ‘Je hebt toch een uitdaging nodig. Anders is er toch niets dat je hier houdt?’

Vinger aan pols
Achter de bijna nonchalante manier waarop Bosman over zijn bedrijven praat, staat naar eigen zeggen een controlesysteem dat de vinger aan de pols houdt. ‘Ieder weekend maak ik sowieso zelf een rondje langs alle zaken. Soms sta ik ook nog achter de bar.’ Als baas omschrijft Bosman zichzelf als volgt: ‘ik ga heel amicaal met iedereen om. Dat is misschien wel eens fout. Een goede manager houdt toch een zekere afstand. Maar dat persoonlijke vind ik ook wel weer mooi. Anders ben je alleen maar geld aan het verdienen.’
Eén dag per week is bestemd voor de administratie. ‘Financieel gezond zijn is erg belangrijk. Alle zaken zijn geautomatiseerd. Wekelijks maak ik een uitdraai en controleer alle gegevens. Al is dat in de horeca nooit honderd procent waterdicht. Er gaat tenslotte veel cash geld in om. Ik ben in drie van mijn zaken op munten overgegaan, dan ben je van veel gesodemieter af.’Sinds februari heeft Bosman de administratie van de circa 60 personeelsleden uit handen gegeven aan een detacheringsbureau. ‘Je weet gelijk waar je financieel aan toe bent. Voor ongeveer een gulden per personeelslid per uur regelt dat bureau alles. Het voorkomt ook rechtszaken. In het verleden heb ik twee keer mensen moeten ontslaan. Eén keer wegens diefstal, de andere keer wegens drugsgebruik. In beide gevallen is de bewijslast nauwelijks aan te dragen. In deze maatschappij zijn zulke mensen verplicht om het ontslag aan te vechten. En dan is ƒ 15.000,- per zaak echt niets.’

Wereldreis
Na de recente opening van de zaak in Joure maakt Geert Bosman nu even pas op de plaats. ‘Natuurlijk krijg je regelmatig wat aangeboden. Maar alleen als de locatie mooi genoeg is dan ga ik ervoor. Sowieso wil ik alleen A1-locaties. Een zaak in een mooie toeristenplaats, en dat hoeft niet in Friesland te zijn, lijkt me wel wat.’ Ook de advieskant trekt. ‘Ik heb inmiddels genoeg meegemaakt met brouwerijen, drankenleveranciers en gokkastexploitanten dat ik jongere en startende collega’s wel wegwijs kan maken.’
Toch zijn ook deze activiteiten te kwalificeren als werk. ‘Je houdt het in de horeca alleen maar vol als het je leven is. Je moet er voor willen gaan. En ik doe het ook nog steeds met heel veel plezier. Maar ben ik het zat, dan stap ik eruit. Je leeft maar één keer. Met één zaak kun je een leuke boterham verdienen. Maar je zal er nooit de vrijheid mee creëren die ik wens te hebben. Nu ben ik bezig om dat te realiseren. Ik werk hard, en daar mag best wat tegenover staan. Met een zeilboot de wereld over. Dat is mijn streven.’