artikel

Brouwen over Gods schouder

Horeca

Binnen de muren van de abdij van Westmalle worden twee beroemde bieren gebrouwen. De dubbel en de tripel. Het commerciële succes van de bieren staat haaks op de ingetogen levenswijze van de bewoners van de abdij. Schreeuwende reclamecampagnes om het bier aan te prijzen zijn taboe. Authenticiteit en kwaliteit zijn de factoren waarop het succes gestoeld is. En onbedoeld doen de paters trappisten hiermee toch aan marketing.

Brouwen over Gods schouder

Een paar minuten voor half zes daalt een deken van stilte over de abdij van Westmalle. De klokken hebben net geluid ten teken dat de vespers zich aandienen. Het laatste gebed van een dag die voor de bewoners al om vier uur in de ochtend is begonnen. Een handjevol gelovigen uit de omgeving van de abdij neemt plaats op de houten banken, achter in de kerk. In afwachting van wat komen gaat. De strakke muren en de rij moderne lampen aan het plafond creëren een sobere stemming.In Westmalle worden de regels van de heilige Benedictus in ere gehouden. Hierbij geldt dat er wordt geleefd in dienst van god. ‘Zij bidden, studeren en werken in broederlijke samenleving en ingetogen rust’, staat in het foldertje te lezen.

Als uit het niets komen de in het wit geklede trappisten uit diverse zijdeuren de uit 1936 stammende kerk binnen. Een buiging richting het zwartstenen altaar volgt. De broeder achter het kleine orgel begint te spelen. Gezang klinkt op.Robert van Hooydonck had het al gezegd. ‘Ik zal jullie meenemen naar de vespers. Dan begrijp je meer over de levenshouding van de trappisten en de filosofie achter ons bier.’ Hoewel zelf geen kloosterling, is Van Hooydonck al decennia in en rond de abdij werkzaam. Als contactpersoon tussen de brouwerij en de ‘verdelers’ in Nederland, drankenhandel Wauters in Hulst en de regionale Heineken-vestiging in Etten-Leur. Een functie die hij overnam van zijn vader. Als goede kennis van vader abt was deze eigenaar van een exportbedrijf kort na de tweede wereldoorlog best bereid om af en toe een paar ‘bakken’ bier mee te nemen. Het aantal liefhebbers voor het trappistenbier steeg gestaag en zorgde ervoor dat de huisbrouwerij van weleer kon uitgroeien tot een moderne brouwerij met een jaarproductie van 120.000 hectoliter. En daarmee is, als het aan de trappisten ligt, de productiegrens bereikt.

Geen discussie
Het bijwonen van de vespers is bijna net zo uniek als het brouwerijbezoek dat aan de dienst voorafging. Rondleidingen in de Westmalle-brouwerij zijn zeldzaam. Toch is er recentelijk veel veranderd binnen de muren van de abdij, en dat maakt een bezoek de moeite waard. De nagelnieuwe bottellijn bijvoorbeeld. Vorig jaar maart in gebruik genomen, met een capaciteit van 45.000 flessen per uur. Commercieel verantwoordelijke Guido Bastiaensen wijst op de ‘waffels’ aan het plafond. Ze voorkomen het terugkaatsen van geluid. ‘Beneden is het stiller dan hier’, zegt hij vanaf de omloop, zo’n drie meter boven de machines. Hij vervolgt: ‘Het was een enorme investering. Maar het komt de arbeidsomstandigheden ten goede. Het was voor vader abt dan ook geen enkel punt van discussie toen het werd voorgesteld.’

Dit najaar moet de tweede fase van de grootscheepse modernisering van de brouwerij zijn gerealiseerd. Dan zullen de gebottelde bieren hun tweede rijping kunnen ondergaan in een nieuwe lagerkelder. Via een lift bereikbaar vanuit de bottelzaal. Nu nog gaapt er een enorm gat in de weilanden naast de abdij. ‘Maar als de kelder in september klaar is, zal er niets meer van te zien zijn’, legt Robert van Hooydonck uit.Het ondergronds bouwen blijkt noodzakelijk. ‘Het gebied rondom de abdij is eigendom van het klooster. Zo’n 250 hectare. Een paar jaar geleden is het opengesteld voor het publiek. Wie dat wil mag er wandelen en fietsen. Toen de uitbreiding van de brouwerij werd voorgesteld, bleek dat juist door de openstelling er niet meer mocht worden gebouwd buiten de muren van de abdij. We moesten dus wel ondergronds.’ De hoge kosten hebben echter ook een voordeel, legt Guido Bastiaensen uit. ‘In de nieuwe lagerkelder kan het bier rijpen onder constante condities. Waar het nu staat is het bier ’s zomers warmer dan in de winter.’

Goedkeuring
Voor de investeringen gepleegd konden worden had het niet veel gescheeld of de Westmalle-bieren hadden niet eens meer bestaan. Guido Bastiaensen: ‘Het gaat natuurlijk om veel geld waar geen hogere verkopen tegenover staan. We hebben al in 1992 voorstellen gedaan voor de bottellijn. Bij investeringen van deze omvang weet je dat er heel wat jaren overheen gaan voordat de trappisten er hun goedkeuring aan geven. Om u een idee te geven, er is serieus overwogen om de productie van bier dan maar te stoppen. Het geeft maar aan dat het op de markt brengen van bier voor de abdij geen doel op zich is. Dat ze uiteindelijk met de investering akkoord zijn gegaan, heeft ook een sociale achtergrond. Nogal wat mensen uit het dorp werken in de brouwerij. Investeren naar binnen wordt het genoemd. Natuurlijk genereert het bier ook inkomsten voor de abdij. Maar het grootste gedeelte wordt weggeschonken aan goede doelen.’Bier en monniken. Het is een geliefde combinatie voor reclamemakers.

Naast de trappistenbieren die alleen zo mogen heten als het bier ook daadwerkelijk binnen de muren van het klooster wordt gebrouwen is het segment abdijbieren de afgelopen jaren flink gegroeid. Leffe, Grimbergen en Affligem zijn bekende exponenten van een gamma bieren waarbij de reclame gebruikmaakt van de geestelijke mystiek en het bijbehorende kwaliteitsimago. In een aantal gevallen gaat een deel van de winst naar de nog bestaande abdij (deze bieren zijn te herkennen aan een speciaal ‘erkend abdijbier’ logo), maar vaker is er slechts sprake van een bedachte naam en is verdeling van de revenuen niet aan de orde.

Taboe
In de reclame-uitingen voor Westmalle is het leggen van een combinatie tussen de bewoners van het klooster en het bier dat ze brouwen taboe. Een voorwaarde die ook geldt voor de collega-abdijen die bier brouwen. Slechts bij zeven kloosters bevindt zich een brouwerij binnen de poorten. Naast Westmalle zijn dat Chimay, Westvleteren, Rochefort, Orval en de Achelse Kluis. Nederland heeft één trappistenbier, La Trappe, afkomstig van Brouwerij De Koningshoeven. Deze brouwerij bevindt zich op het terrein van de abdij van Koningshoeven in Berkel-Enschot. Maar sinds de overname van deze brouwerij door Bavaria zijn met name de Belgische trappistenbrouwers van mening dat La Trappe niet langer het predikaat ‘trappistenbier’ verdient.Hoewel de hoge leeftijd van de kloosterlingen vaak verhindert dat ze nog actief meewerken in de brouwerij, geldt voor de trappistenbieren dat er nog wel wordt gebrouwen onder supervisie van het klooster. In Westmalle is het management verantwoording schuldig aan de raad van bestuur. Die bestaat uit drie leken en vier abdijbewoners, waaronder het hoofd van de abdij, vader abt.

De geestelijke supervisie heeft zo zijn voordelen. ‘De enige leidraad vanuit de abdij naar de directie is kwaliteit. Knabbelen hieraan is onmogelijk. Als dit betekent dat het bier duurder wordt, dan moet dat maar; maar ieder jaar een nog hogere winstgroei wordt van ons niet verlangd. Wat dat betreft hebben we echt zalige aandeelhouders’, vertelt Bastiaensen. Hij vervolgt: ‘Vorig jaar dreigde een grote supermarktketen ons bier van de schappen te weren als we niet zouden overgaan naar de 30 cl eurofles. Toen is hier gezegd, dan stoppen we met leveren. Hierop zijn ze teruggekrabbeld. Het zou ons veel omzet hebben gekost, maar het illustreert wel de houding van de abdij.’

Verse hop
Bij het brouwen van de bieren voert kwaliteit de boventoon, zo blijkt al in de brouwzaal. Naast de koperen brouwketels ligt een aantal zakken met gedroogde hop. De typerende geur van het voor bier onmisbare gewas prikkelt de neusgaten. Dat nog met verse hop wordt gewerkt en niet met tot siroop of korrels verwerkt product, is ook terug te voeren op de traditie. Guido Bastiaensen: ‘Van origine gebeurt het zo. Daarom houden ze er aan vast. Dat ligt heel gevoelig in de abdij. Ondanks de hogere prijs die je ervoor betaalt. Wil je zeker zijn dat er voldoende verse hop voorhanden is, dan moet je vooraf opties nemen op de oogst. Daar zijn veel centjes voor nodig.’

Vanuit de controlekamer laat de commercieel verantwoordelijke de computers zien die het brouwproces in de gaten houden. ‘Tot 1994 gebeurde alles nog met de hand. Zoals de dosering van de hop en de suiker. En het inschatten van de kooktijd. Ieder brouwsel verschilde hierdoor wel iets. Nu is het tot op de kilo en seconde regelbaar, al wordt de hop nog steeds ‘manueel’ toegevoegd.’ Toch blijft bier een natuurproduct. Na rijping worden daarom verschillende brouwsels met elkaar vermengd om tot een constante kwaliteit te komen.Aan het eind van de middag wordt plaatsgenomen in het kleine proeflokaaltje van de brouwerij. De bokalen komen op tafel. Gevolgd door de bieren. Tripels uit zowel grote als kleine fles, de dubbel, en natuurlijk het bier voor eigen gebruik, de extra. Dat smaakt, na een middag vol uitleg. Maar even na vijf uur moeten de glazen worden geleegd. Robert van Hooydonck leidt zijn gezelschap met zachte dwang richting abdij. De vespers dienen zich aan. En te laat komen is absoluut taboe.

De drank van de streek

De Abdij Trappisten Westmalle bestaat sinds 1794. Het grootste deel van de huidige gebouwen dateert uit 1936. De bewoners van het klooster behoren tot de orde der cisterciënzers. Een van origine Franse kloosterorde waarvan enkele monniken vanaf eind 1700 noordwaarts trokken en op verschillende plaatsen in België en Nederland nieuwe ordes stichtten. Het is de bewoners van de abdij van oudsher toegestaan ‘de drank van de streek’ te nuttigen. En in België is dat bier. Hoewel de nog bestaande trappistenbieren vandaag de dag in moderne brouwinstallaties worden gebrouwen, wijken ze vaak af van de meeste abdijbieren. In de meeste gevallen zijn ze eigenzinniger, met een meer uitgesproken, complexere smaak.