artikel

Brouwers zonder brouwerij

Horeca

Brouwerijhuurders worden ze wel genoemd. Bierbrouwers die niet beschikken over een eigen brouwerij, maar voor het brouwen van hun bieren de capaciteit inhuren van een collega. Toch brengen de ‘brouwers zonder brouwerij’ een interessant en smakelijk scala aan bieren op de markt. Zo weet het Rondje Bier nu uit eigen ervaring.

Brouwers zonder brouwerij

Het starten van een professionele brouwerij is een kostbare aangelegenheid. Geen wonder dus dat niet iedereen met plannen voor een eigen brouwerij dit ideaal kan verwezenlijken. Maar er is ook een tussenweg. Bier naar eigen recept laten brouwen bij een collega die wel over een brouwerij beschikt.
Een bekend voorbeeld is het Jopen-bier. Authentieke recepten uit het Haarlemse stadsarchief staan aan de basis van een assortiment originele en veel gedronken bieren die niet in Haarlem maar bij De Schaapskooi in Berkel-Enschot worden gebrouwen.
In totaal zes van deze bieren verschijnen er op tafel in café De Twee Wezen in Sassenheim. Of zijn het er vijf? Want waartoe moet het Wielrijdersbier van Brouwerij Noorderland gerekend worden, op de markt gebracht door AB & C Global Beer Promotions? Verkoopleider Jos Doosjen moet het antwoord schuldig blijven op de vraag of we hier met een authentiek bier of met een zogeheten etiketbier te maken hebben. SNAB’s Derek Walsh denkt het laatste en noemt de Belgische brouwer van het bier ‘een berucht etikettenplakker’. In een schriftelijke toelichting van Noorderland wordt dit ontkend. ‘Het bier is gebrouwen in nauw overleg tussen Brouwerij Noorderland en Brasserie Du Bocq. Uit deze samenwerking/samenspraak is het unieke recept naar voren gekomen.’
De smaak is zeker niet slecht. Michel Ordeman van Jopen: ‘Het is wel wat zuurder dan witbier en neigt hierdoor naar een Saison-type. Het heeft een pittige geur. Je herkent duidelijk de giststam van Du Bocq.

Proefbrouwerij
Even terug naar het eerste bier waar de proevers van konden nippen. Het blond van De Stichtse Heeren. Meegenomen door Harry Kremer, die met compagnon Geert de Jong het bier laat brouwen bij De Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi.
Kremer vertelt zo’n drie jaar bezig te zijn met De Stichtse Heeren. ‘Thuis worden de recepten ontwikkeld. Zijn we tevreden, dan bestellen we in België een of meerdere brouwsels.’ Hierbij laten ze weinig aan het toeval over. ‘In Utrecht hebben we heel mooi oud en zacht water. Om hetzelfde resultaat te bereiken, zijn we met de gegevens van het waterbedrijf naar Lochristi gegaan. We hebben de brouwer gevraagd of hij dit na kon maken. Dat konGastheer Max van der Aart kan het bier wel waarderen. ‘Een heel mooie, volle smaak. Je proeft een zwaar bier, maar kijk je naar het alcoholpercentage dan vind je dat niet terug.’ Tot zijn eigen verbazing schenkt Rondje Bier-voorzitter Dick Wildeman ook de tweede helft van het flesje in zijn glas. ‘De smaak blijft lekker hangen’, geeft hij als verklaring. Herman Assendelft, aanwezig namens Huisbrouwerij Klein Duimpje, zegt: ‘Voor een blond bier springt het er echt uit.’

Kruising
Het is niet veel later diezelfde Assendelft die iets over zijn ‘eigen bier‘ mag vertellen. Het door hem meegebrachte Hillegoms Tarwe Bier is ontwikkeld door Erik Bouman, maar deze heeft vanwege verplichtingen elders ‘linkerhand’ Assendelft gevraagd de proefhonneurs waar te nemen. ‘Het is een kruising tussen Korenwolf (witbier van Gulpener) en een Duits weissenbier. Door het gebruik van curaçaoschil en haver is het pittig van karakter’, zo karakteriseert hij het bier. Als ervan geproefd is, zegt Michel Ordeman: ‘Dit is een prettig drinkbaar bier. Ten opzichte van de commerciële witbieren vind ik het een fijne bitterheid hebben.’ Ook Jos Doosjen is positief. ‘Makkelijk doordrinkbaar. Maar ik zou wel iets aan het etiket doen. Te druk. Absoluut niet commercieel.’
Een bier waarbij alles lijkt te kloppen, is het Jopen Hoppenbier. Niet alleen positieve bewoordingen voor de inhoud, ook uitstraling en etiket worden geprezen. Het Hoppenbier wordt gebrouwen naar een oud recept en één van de ingrediënten is haver. ‘Onrendabel’, volgens Ordeman. ‘Haver geeft weinig suikers af.’ (Suikers worden in de vergisting omgezet in alcohol – red.) Het bier combineert een droge afdronk met een kruidige hoofdsmaak. ‘Heel verraderlijk’, geeft Michel Ordeman toe. ‘Een bijzondere geur en prettig drinkbaar’, merkt Harry Kremer op. Ook Derek Walsh laat het bier nog eens door de mondholte gaan. ‘Bij de afdronk komen alle smaken bij elkaar. Hoppig en kruidig.’

Smaakopvoeding
Nog twee bieren resten het gezelschap. Voorzitter Dick Wildeman beleeft een naar eigen zeggen genoeglijke ochtend. De bieren bekoren hem zeer en dat voor iemand die – naar eigen zeggen – een exponent is van de brouwindustrie. Niet voor niets begon hij de dag met de waarschuwing dat veel kleinere brouwers te veel naar de eigen smaak brouwen en te weinig oog hebben voor de wensen van het grote publiek. Maar deze opmerking is door Derek Walsh al gepareerd. ‘De grote brouwers doen niets aan de smaakopvoeding van het publiek.’ Waarop Michel Ordeman toevoegde: ‘Als kleine brouwer kunnen we toch nooit concurreren met de grote merken. Waarom zou ik met een witbier komen als er in dat segment al zoveel bieren zijn? Ik moet dus iets anders bedenken. Zo hebben wij wel een type witbier, maar dat is opgehangen aan het thema ‘gruitbier’. Dan onderscheid je je van al die andere bieren. Voorwaarde is natuurlijk wel dat het product goed moet zijn.’

Schoppen
Een goed voorbeeld van een bier dat én afwijkt én goed smaakt, is de Koning Honing. Het wordt gebrouwen in opdracht van de Stichting Noordhollandse Alternatieve Bierbrouwers (SNAB) waarvan Derek Walsh de doelstelling als volgt formuleert: ‘Het schoppen tegen de biermarkt met biertypes die iets toevoegen.’
In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is de Koning Honing geen mierzoet biertje. Wel is de honing duidelijk herkenbaar. Derek Walsh: ‘Dit bier is onze hardloper. Maar door het gebruik van klaverhoning is het hartstikke duur om te maken. Voor veel mensen die geen blond bier willen en een tripel te zwaar vinden, is het een mooi alternatief.’ Harry Kremer is complimenteus. ‘Heel mooi en karaktervol. Een zachte, maar volle smaak.’ En Herman Assendelft zegt het bier meteen te willen aanschaffen, zo lekker vindt hij het.
Met enige spijt worden de glazen van tafel gehaald. Nog één bier te gaan. Niet toevallig de Ipso Facto van De Drie Kruizen. Het bier bevat meer dan 10 procent alcohol. Het zware bier is geen hardloper. De flesjes in het kratje dat Jos Doosjen die ochtend heeft meegebracht, zijn al minimaal een jaar oud, zo wordt geconcludeerd na een paar slokken. ‘Je proeft de oxidatie en al een behoorlijke porto ontwikkeling in de smaak’, zegt Michel Ordeman. ‘Maar ik vind het wel lekker. Ik hou van oude bieren.’ Harry Kremer is iets kritischer. ‘Het is op een bepaalde manier bitter. Rauw, wrang in de afdronk. De geur is wel aangenaam. Een heel gewaagd bier.’
De broodjes verschijnen op tafel. Dick Wildeman rondt af. ‘Ik vond het een levendig, analytisch rondje’, concludeert hij. En Michel Ordeman zegt: ‘Er wordt door sommige bierliefhebbers nogal eens denigrerend gedaan over ons, de brouwers zonder brouwerij. Maar als ik zie hoeveel passie er hier aan tafel zit, dan vind ik dat echt fantastisch.’

De Twee Wezen

De Twee Wezen in Sassenheim heeft een bkende naam op biergebied. Jarenlang was het een bekende naam op biergebied. Jarenland was het café lid van de Alliantie van Biertapperijen (ABT). Van meer recente datum is de jaarlijkse biermarkt, waar dit jaar ruim 4000 bezoekers nipten van de 50 verschillende bieren van de tap.