artikel

Burgemeester Volendam liet na rampenplan in werking te stellen

Horeca

Toenmalig burgemeester F. IJsselmuiden van Edam-Volendam heeft tijdens de cafébrand in Volendam niet de conclusie getrokken dat er sprake was van een ramp. Hij heeft ook nagelaten het rampenplan in werking te stellen. Dit plan voldeed niet aan de wettelijke eisen.

Dat staat in het eindrapport van de commissie-Alders. Die constateert verder dat het afvoeren van de slachtoffers van de Dijk naar de ziekenhuizen te lang duurde. Alders sluit niet uit dat hierdoor verwondingen erger zijn geworden.
Volgens de commissie was er geen effectieve coördinatie van de af- en aanvoerroutes van ambulances. De brand brak even na half een uit, pas om vijf uur werd het laatste slachtoffer naar een ziekenhuis vervoerd. In de beginfase zijn drie gewonden met een politieauto weggebracht. ‘Hoe begrijpelijk ook, het moet worden bekritiseerd’, aldus de commissie.

De hulp kwam aanvankelijk neer op de schouders van brandweer- en politiemensen en andere aanwezigen. Alders: ‘Met beperkte middelen werd maximaal hulp geboden, het is misschien wel een bovenmenselijke prestatie.’
De vele omstanders bemoeilijkten de hulpverlening. De politie begon pas na een half uur met het afzetten van het terrein. Agenten hebben ervoor gekozen eerst gewonden te begeleiden. De regelingen van het korps Zaanstreek-Waterland voor het optreden tijdens calamiteiten zijn achterhaald of niet geheel duidelijk. Verder was in de nieuwjaarsnacht slechts een inspecteur van dienst ingeroosterd en was er geen piketregeling voor de operationele leiding. Hierdoor is de operationele leiding ruim 1,5 uur niet op een adequaat niveau geweest.

Regionaal geneeskundig functionaris (RGF) R. Vrenken in de regio-Amsterdam erkent dat de samenwerking tussen de verschillende hulpdiensten niet in orde was. ‘Het liet veel te wensen over.’
Vrenken wijst vooral op een ‘laag ambitieniveau’ in het openbaar bestuur van Volendam als het om rampenbestrijding ging. ‘De materie had daar geen prioriteit. In het verlengde daarvan liggen zaken als oefeningen en het in het leven roepen van overlegstructuren. Daar was nauwelijks aandacht voor.’

Vrenken benadrukt dat de oplossing niet alleen moet worden gezocht in meer oefenen. ‘De commissie-Alders roept dat, maar achter die zin gaat een hele wereld schuil. Want meer oefenen kost geld en de vraag is wie er gaat betalen.’
Behalve geld zijn er meer haken en ogen, zegt Vrenken. ‘Ziekenhuizen doen nu bijvoorbeeld vaak niet mee aan oefeningen omdat het ze in personele problemen brengt.’