artikel

CAO mogelijk in strijd met wet

Horeca

De CAO voor de Contractcatering heeft een hiaat volgens advocaat Mark Ceelen van advocatenkantoor Van den Bos, Ceelen, Bosveld. Ceelen verwacht ‘ooit’ een proces over de afgesproken toegestane urenvermindering bij een contractoverdracht. “Dat het volgens de CAO mag, wil nog niet zeggen dat de jurisprudentie het ook goed vindt”, zei hij tijdens de branchebrede discussiedag contractcatering in een van de gebouwen van de universiteit van Utrecht.

In de huidige collectieve arbeidsovereenkomst voor de contractcatering is in artikel tien opgenomen, dat het aantal contracturen van een medewerker bij overdracht aan een andere cateraar met maximaal twintig procent mag verminderen. Het Burgerlijk Wetboek staat dit in artikel 662 ‘Overdracht van onderneming’ echter niet toe.

Of de voorwaarden van ‘overdracht van onderneming’ ook opgaan als een opdrachtgever wisselt van cateraar, is nog onderwerp van discussie. Artikel 662 is bij het maken van de afspraken in ieder geval buiten beschouwing gelaten. Vandaar ook dat Ceelen pleit voor een heldere CAO. “Handhaving van de huidige tekst gaat problemen opleveren. Er komt een moment dat de kwestie urenvermindering voor de rechter gaat worden besproken.”

De uitspraak van de advocaat was de ‘verrassende’ opening van de Branchebrede discussiedag contractcatering in het Matthias van Geunsgebouw op het universiteitsterrein in Utrecht, georganiseerd door de FNV Horecabond.

Zeventig deelnemers discussieerden ’s ochtends over het ontstaan van contracten en de mogelijkheden om deze te wijzigen en ’s middags over de kansen en oplossingen met bijbehorende (on)mogelijkheden en de vraag welke partijen hierbij betrokken moeten zijn. Een verslag, waarbij onderstaande vragen aan bod kwamen:

Waarom gaat verandering van cateraar zo vaak gepaard met vermindering van het aantal uren?
De opdrachtgever is de grootste boosdoener. Bij hem is het probleem van de urenvermindering ontstaan, omdat hij een ander eisenpakket stelt dat (bovendien) moet worden uitgevoerd met minder personeel. Hierdoor neemt de werkdruk toe. Chantagemodulen worden ze genoemd: de cateringmedewerker gaat toch services bieden die niet zijn afgesproken, omdat de cateraar anders het risico loopt het contract te verliezen of omdat de betreffende medewerker het zo gewend is vanuit het verleden. Uiteindelijk krijgt de opdrachtgever met het nieuwe contract ‘gewoon’ dezelfde diensten, maar is hij daarvoor minder geld kwijt.Contracten worden soberder, maar in de praktijk gaan de diensten van de cateraar veel verder. Als er na twee jaar een herbesteding komt, kan een andere cateraar goedkoper inschrijven omdat hij die extra diensten niet kent.

De afgelopen jaren heeft de adviseur een belangrijke rol gekregen bij aan- en herbestedingen. Hij zoekt voor de opdrachtgever naar de beste cateraar. “Maar die adviseurs knijpen de cateraar uit”, aldus Marco van Duijn, manager HR Advies bij Albron.

Hoe ver moet een cateraar meegaan met kosten- en urenvermindering?
Een cateraar heeft een bepaalde professie en moet zich daarom te allen tijde professioneel opstellen. Wijs de opdrachtgever op het afgesloten contract als hij vraagt om diensten, die buiten het contract vallen.Geef een medewerker dus ook geen slachtofferrol. Hij of zij moet nee durven zeggen, dat hoort bij het hebben van eigen verantwoordelijkheid.

De eerstvolgende stap van de cateraar moet gericht zijn op afhankelijkheidsvermindering. De opdrachtgever wil nu wel invloed hebben op het pakket, maar geen last hebben van de daarbij behorende kosten.

Welke oplossingen zijn er?
Goede afspraken maken met de opdrachtgever is natuurlijk de basisvoorwaarde. Wellicht kan ook het een en ander worden kortgesloten met collega-cateraars, al kan dat door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) als kartelvorming worden beschouwd.

Een van die afspraken kan zijn om personeel bij gevolg van wijziging van cateraar onvoorwaardelijk over te nemen. Dat kan als de lonen worden bevroren. Wil een cateraar zijn medewerker desondanks toch meer betalen, dan moet dat in de vorm van een persoonlijke toeslag. En die hoeft de nieuwe cateraar niet over te nemen. Lagere salarisschalen en minder uren zijn (wellicht) middelen met succes op de korte termijn, maar die zijn niet oneindig en bieden dus zeker geen oplossingen voor de lange termijn.

De aanbevelingen:

  • Ontwikkelen van standaarden wat betreft serviceniveau, die gelden voor alle cateraars. Maar zoals reeds is vermeld, loert hierbij het gevaar dat de NMA ingrijpt.
  • Ontwikkelen en opstellen van een heldere CAO.
  • Artikel 662 van het Burgerlijk Wetboek hanteren als basis bij wisseling van contracten.