artikel

Carnaval: Brabant of Limburg een zotte wereld van verschil

Horeca

Niet alleen voor gasten maar ook voor caféhouders is carnaval één groot feest. Het is voor cafés beneden de grote rivieren dé omzetmaker van het jaar. Vooral Brabant en Limburg zijn dagenlang in de ban van het feest. De provincies verschillen behoorlijk qua carnavalstraditie. Een uitgebreid artikel met onder meer een overzicht van de verschillen.
Naar het bericht…

Carnaval: Brabant of Limburg een zotte wereld van verschil

‘Noordelingen begrijpen niks van carnaval. Ze hebben het virus niet’, is een veel gehoorde mening in het Nederland onder de grote rivieren. Boven ‘de slòòt’, zoals de rivieren bekend staan, zijn velen het erover eens: ‘Het zuiden grijpt carnaval aan om zich verkleed in een apenpak vol te gieten met bier.’

Dat carnaval door veel Brabanders en Limburgers in beschonken toestand wordt beleefd, klopt. Zo brouwt de relatief kleine Limburgse bierbouwer Gulpener ongeveer 20.000 fusten bier om aan de vraag te kunnen voldoen; het dubbele van de gemiddelde omzet. Ook andere bierbrouwers hebben het druk rond de zotte dagen in het Zuiden.

Toch is carnaval meer dan alleen zuipen tot je erbij neervalt. Het is een feest dat al sinds de middeleeuwen wordt gevierd. Toen droeg iedereen nog maskers om anoniem kritiek te spuien op de autoriteiten. Nu verdwijnen die maskers in rap tempo. ‘Veel mensen schminken hun gezicht’, aldus Sittardenaar J. Meijntz, schrijver van talloze boeken over carnaval. Dat het masker verdwijnt, heeft een simpele oorzaak: ‘Je zweet je kapot achter zo’n masker en bovendien drinkt dat moeilijk.’

Het zijn echter vooral de Limburgers die zich volledig uitdossen tijdens de zotte dagen. In Brabant wordt veel meer het ‘boertig’ carnaval gevierd, waarbij massaal de boerenkiel uit de mottenballen wordt gehaald.

De verschillen tussen het Limburgse en Brabantse carnaval zijn te verklaren aan de hand van de oorsprong van het feest, aldus Meijntz. ‘Het Limburgse carnaval is geënt op het Rijnlandse feest met als centrum Keulen. Het carnaval in Brabant is van oorsprong Bourgondisch. Daar is het centrale thema: de omgekeerde wereld.’

De Brabantse stad Den Bosch wordt Oeteldonk en Breda gaat door het leven als Kielegat. De naam die aan een plaats wordt gegeven heeft vaak te maken met een belangrijke bedrijvigheid. Zo is de naam Lampegat (Eindhoven) te herleiden tot de verlichtingsindustrie. Tilburg, waar de textielindustrie erg belangrijk was, heet Kruikenstad, de inwoners noemen zich kruikenzeikers. De naam zou herinneren aan het gebruik van urine bij enkele bewerkingen van wol.

Toch zijn er ook veel overeenkomsten te vinden tussen het Brabantse carnaval en het Limburgse. Zo maken beide gebruik van praalwagens tijdens de optocht en zijn er prinsen Carnaval. ‘Heeft in Brabant iedere stad één Prins, in Limburg heeft elke carnavalsvereniging een prins, in Limburg kunnen er per stad dus talloze prinsen rondzwalken’, duidt Meijntz de onderlinge verschillen aan.

‘Oorspronkelijk was dat anders. Ooit had elke stad slechts één vereniging, en dus een prins. Maar door onenigheid vonden er afsplitsingen plaats, kwamen er tegenprinsen en die zwaaiden de scepter over een nieuwe vereniging.’

Daarnaast kennen beide provincies het Buutterednen, een grappige en vaak vlijmscherpe conference die vanuit een ton wordt uitgesproken. Maar het woord Buutterednen wordt in Brabant nauwelijks gebruikt. De Brabander heeft het over tonproaten, kletsen of sauwelen. Er worden zelfs kampioenschappen in gehouden.

Ook de carnavalskraker krijgt volop aandacht. Zo hebben veel verenigingen hun eigen lied en worden er jaarlijks kampioenschappen gehouden om de knotskraker voor carnaval te kiezen.

Hoewel er rond carnaval de nodige strijd is tussen de verschillende carnavalsverenigingen, prinsen en Buutteredners, over een ding is iedereen het in het zuiden eens. Tijdens carnaval gaat het vooral om de lol. Of zoals de Brabanders zeggen: ‘Agge moar leut et!’