artikel

China Beach

Horeca

Gerard is een boomlange Nederlander die naar Danang is uitgezonden namens Vitens en Evides, twee Nederlandse waterbedrijven. Met hem lopen we over het waterleidingsbedrijf in Danang. We zitten nog steeds in Vietnam, en Gerard vertelt.

China Beach

Modderbruin water loopt vanuit de rivier het bedrijf in en schoon water stroomt het waterleidingsnet in. Gerard spreekt over duizenden deeltjes vuil, die hij met de Vietnamezen uit het water haalt. In Nederland zouden dat er hoogstens tientallen zijn, zo niet veel minder. Hij spreekt ook over de lekkage in het waterleidingsnet. In een bepaalde wijk zelfs 70 procent, gemiddeld boven de 30 procent en hoe hij dat heeft weten terug te dringen tot acceptabele waarden.

Gerard doet zinvol werk en dat is ook hard nodig. Danang komt dit jaar uit op een economische groei van 11 procent. Ook deze Aziatische tijger ontwaakt en slurpt water, duizenden liters.

Even daarvoor rijden we met een taxi van Hoi An naar Danang, de stad waar Gerard werkt. Dat is pakweg 30 kilometer. 30 kilometer strand wel te verstaan, China Beach. Begin jaren ’60 landden hier 3500 Amerikaanse mariniers. Het begin van een troepenmacht van uiteindelijk een half miljoen Amerikanen in Vietnam.

Ik weet niet veel van oorlog. Ik begrijp ondertussen wel dat oorlog een wereld op zichzelf is die een land bruut binnendringt. Dat gaat verder dan alleen maar vechten. Jonge gasten schieten hun geweren leeg, mogen ook even uitrusten en trekken dan weer de jungle in. Om uiteindelijk te verliezen.

Dat uitrusten, daar draait het om. De Amerikanen maakten van China Beach een ‘R&R retreat’ , ‘rest and recovery’. Strand, surf, fun en dan weer vechten. China Beach met zijn strand en mogelijkheden tot surfen, was daar perfect voor. Een paradijs midden in de oorlog. Niets zo goed als een oorlog om de perfecte locatie voor een hotel te vinden. En dat gebeurde en gebeurt dan ook.

Wie vandaag van Hoi An naar Danang rijdt, ziet rechts het ene hotelcomplex na het andere uit de grond schieten. Dan heb ik het over grote complexen die met Arabisch en Amerikaans geld zijn gefinancierd en met duizenden kamers. Op schuttingen staan prachtige computerbeelden van mensen wandelend tussen groene grasvelden, palmbomen en zwembaden. Daarachter de betonnen staketsels van wat ooit tophotels moeten worden. Pal aan het strand.

Links ziet de voorbijganger nog steeds grauwgrijze hangars waar ooit de Huey Helicopters stonden. De Vietnam-oorlog was de eerste helikopteroorlog. Gevochten moest er ook nog vanuit China Beach.

Die hotels gaan water slurpen, duizenden liters. Gerard krabt zich achter het oor tussen de bassins van nu toch ook een beetje zijn waterbedrijf Danang. Ik durf hem niet te wijzen op het Green Key-label waar hotels zich in Nederland proberen aan te prijzen als energiezuinig. Daarvoor gebeurt hier iets te groots.

Peter Garstenveld