artikel

De gasten van Park Hotel Rooding

Horeca

Wie naar Park Hotel Rooding in toeristendorp Valkenburg komt, komt voor rust en ruimte. Ook zonder sauna en thermaal bad is Rooding een Kuhrort; de vriendelijkheid van het personeel een weldadige douche. ‘Nee, we zijn niet in Valkenburg, we verblijven in het Parkhotel.

De gasten van Park Hotel Rooding

Onder de laatste zonnestralen rijden we het Limburgse heuvelland in. De airco loeit, want het is een van de warmste dagen van de zomer 2001. Na twee regenachtige afleveringen krijgt de Misset Horeca Zomerreportage eindelijk het weer dat zij verdient. ‘De weersverwachting voor morgen: tropisch warm met temperaturen boven de dertig graden.’ Op radio 1 klinkt de verongelijkte stem van Johannes van Dam: ‘Vroeger was één op de tien restaurants redelijk, tegenwoordig één op de twintig.’ De zomerse sfeer van eten en drinken hangt letterlijk in de lucht. Ik glimlach. ‘Bij ganzenlever hoort geen zoet, maar zuur!’
Park Hotel Rooding ligt volgens de brochure ‘In het bronsgroen eikenhout tegen de heuvels van het Geuldal aan de rand van Valkenburg’. Maar het schemert als we de parkeerplaats oprijden, dus het uitzicht moet wachten tot de volgende ochtend.
Aan de receptie zit Jacques Rooding, een van drie ‘meewerkende aandeelhouders’ van het familiebedrijf en een en al vriendelijkheid. Hij overhandigt ons de kamersleutel met loodzware messing hanger en wenst ons een aangenaam verblijf. We duiken meteen het terras op, bestellen een groot glas bier waar Limburg zo trots op is en inventariseren de gasten.‘Bij ons kunt u nog genieten van een weldadige rust en ruimte’, schrijft de brochure. Het klinkt wat traditioneel dus daar zullen wel veel oudere mensen op afkomen.
Dat blijkt een misvatting. We tellen twee jonge stellen van rond de dertig, een gezin, twee groepen vijftigplussers en een oudere heer.
We schuiven aan bij een van de jonge stellen, het echtpaar Marjolein (28) en Rinke Nijdam (29) uit Sneek, die om half elf ’s avonds nog een flinke punt Limburgse vlaai naar binnen werken. Ze zijn op doorreis naar hun vakantiehuisje in Luxemburg. Ze hebben er bewust voor gekozen om al vóór de grens een tussenstop te maken. Marjolein: ‘We doen het rustig aan. Bovendien houden we allebei van oudheid. Hier in de buurt zijn heel veel mooie kastelen.’
De Nijdams willen een beetje luxe onderweg en hebben bewust voor een viersterrenhotel gekozen. Maar de kamer die ze kregen viel een beetje tegen. ‘Te klein en te rumoerig’, aldus Marjolein, want gelegen aan de straatkant. Het omruilen naar een andere kamer verliep zonder problemen. ‘Ze stonden bijna te springen om ons een andere kamer te geven’, aldus Marjolein.Het Park Hotel was een personeelsaanbieding van Marjoleins werkgever, de Rabobank in Dronten, zodoende. Ze blijven maar één nacht. Marjolein: ‘Ik zou niet een hele week in een hotel willen zitten. In een huisje kun je meer je eigen gang gaan.’ Rinke had voor vier sterren eigenlijk wel een kamer met balkon verwacht. ‘Op Rhodos hadden we ook een viersterrenhotel. Dat was zeker niet minder.’

Campingsmoking
Wie aan het Zuid-Limburgse dorp Valkenburg denkt, denkt aan een lint van terrassen en hotels. Aan het casino, Thermae 2000 en aan een ruig verleden, toen dronken campinggasten gekleed in bijbehorende campingsmoking het Valkenburgse centrum onveilig maakten. Maar zeg niet dat het toeristenplaatsje vergane glorie is. Nog altijd is Valkenburg aan de Geul de belangrijkste binnenlandse vakantiebestemming voor Nederlanders. Hordes toeristen komen af op de combinatie van bruisend uitgaansleven en schitterende omgeving. In de eerste heft van dit jaar telde Valkenburg 350.000 hotelovernachtingen.
Op het terras van Park Hotel Rooding is ons bezoek ondertussen niet onopgemerkt gebleven. De oudere heer begeeft zich naar onze tafel en stelt zich voor als Gerardus de Boed, 72 jaar. Als we iets willen weten over het hotel wil hij het ons met alle plezier vertellen, want hij is al 20 jaar vaste gast bij Rooding. Wat er veranderd is in die jaren? De gasten zijn volgens De Boed jonger en de sfeer is wat informeler geworden. ‘Twintig jaar geleden was het Park Hotel een sjiek hotel waar de obers in driedelig kostuum liepen en de heren zonder jasje het restaurant niet in kwamen’, herinnert de ex-juwelier zich.
Ooit figureerde hij samen met zijn vrouw An in een promotiefilm over Valkenburg, in de tijd dat de Zuid-Limburgse stad nog aan STER-reclame deed. Plotseling stond Ralph Inbar (maakt niet alleen Banana Split, maar ook reclamefilms, RB) met een batterij camera’s voor de neus van De Boed. ‘Of we voor ‘een mooi shot’ even in een grote auto de oprit wilden komen oprijden. Nee, niet die van mezelf. Die was niet groot genoeg.’ De Boed was er niet zo van geporteerd, maar een knappe ‘script girl’ haalde hem over. Een paar weken later waren ze in het STER-blok te zien.

Watjes
De ‘sfeer van exclusiviteit’ zoals De Boed het noemt, is voorbij. Dat stoort hem overigens allerminst. ‘Wat gebleven is, is de rust en de vriendelijkheid.’
Daarom komen zijn vrouw en hij nog ieder jaar naar het hotel. Nu blijven ze er een week. In september gaan ze nog naar Normandië.
Overigens, waar is zijn vrouw eigenlijk? Slaapt ze al? ‘Ben je mal, mijn vrouw slaapt nooit voor half twee.’ Even later komt ze het terras opgelopen, gekleed in een elegant zwart ensemble met rode jas. Natuurlijk sliep ze nog niet. Want mevrouw De Boed heeft een extreem goed gehoor en hoort elk geluidje. ‘Als de postbode drie huizen verder iets in de bus gooit, hoor ik dat.’ Demonstratief haalt ze twee wattenbolletjes uit haar oren. ‘Die heb ik de hele dag in.’ Vroeger verbleven ze altijd in kamer 326, een speciale kamer aan de rustigste kant van het hotel. ‘Persoonlijk uitgezocht door de heer Rooding.’ Nu overnachten zij en haar man in kamer 237, omdat die moderner is. Dat ze wat langer wakker ligt, vindt ze niet erg. Ze is dol op het hotel en wil alle geluiden horen.
Toen ze nog een drukke eigen zaak hadden, verheugde ze zich op de weekendjes in het Park Hotel. Na wéér een overval – in de jaren van hun juweliersbestaan zijn ze vijftien keer overvallen – gaf een weekend Park Hotel troost. Op haar 46e werd ze tijdens een overval verschrikkelijk in elkaar geschopt. ‘Ik dacht: als ik maar naar het Park Hotel kan.’ Ze kijkt ons aan met vriendelijke ogen. ‘U denkt dat ik me aanstel he? Maar zo is het niet.’
De zwoele zomernacht daalt als een warme deken over het Park Hotel. Alle tafeltjes op het terras zijn inmiddels leeg. In de duisternis klinken de voetstappen van de ober die het trapje naar het terras af komt gelopen. Nee, we hoeven nog niet weg. Hij is er nog wel even. We bestellen twee bier. Even later staan er twee koele glazen Brand voor onze neus. ‘Dat u ervan mag genieten!’, zegt hij vriendelijk, bijna vroom. Welkom in Zuid-Limburg.

Quebec, Goa, Valkenburg
De volgende ochtend ontmoeten we Mia Brotherton en Janet Schorer, twee Canadese meiden van middelbare leeftijd. Ze zijn de vorige nacht wezen stappen en nog een beetje trillerig. Twee flinke zonnebrillen moeten de gevoelige ogen beschermen tegen het felle licht, ook al zitten ze in de schaduw.
Mia spoelt haar ontbijt – een paar revitaliserende pillen – weg met twee glazen witte wijn. ‘Die pillen redden m’n lever, dat is zeker.’
De twee vrijgevochten vriendinnen – ‘het is toch niet voor een pornoblaadje he? – wilden er met z’n tweeën even tussenuit. Janet werkt in Amsterdam als sales executive bij een firma die handelt in klassieke films. Mia, behangen met oosterse sieraden, heeft een sieradenwinkel en is getrouwd met een cameraman. Ze pendelt op en neer tussen Amsterdam en Quebec. Ze overwintert in Goa, het voormalige hippiebolwerk in India.
En nu dan Valkenburg. Ze vermaken zich best, ook al hebben ze de vorige nacht 300 gulden verloren in het casino. Mia: ‘De laatste keer in een kroeg in Amsterdam was ik veel meer kwijt, en de volgende ochtend voelde ik me een stuk rotter.’ Janet wilde per se naar een thermaal bad. ‘Ik geloof er heilig in. Het werkt revitaliserend.’ Op internet zocht ze naar hotelarrangementen met kuurmogelijkheid. Zo kwam ze bij het Park Hotel terecht. Voor ƒ310 per persoon krijgen ze een verblijf in Thermea 2000, twee hotelovernachtingen, twee keer ontbijt en twee keer diner. Een keurige prijs, vinden ook zij. ‘We hebben ook nog aan het Kurhaus in Scheveningen gedacht, maar dat was een stuk duurder.’ Voor Mia is de gemengde sauna, ondanks haar hippie-achtergrond, toch een beetje shockerend. ‘Ik zag alleen verschrompelde oude mannen met monstrueuze geslachtsdelen. Ik wilde wegrennen.’
Over Rooding zijn ze goed te spreken, al lopen er wel veel oudere gasten rond. Janet: ‘Op internet kreeg ik de indruk dat het een familiehotel is, maar ik zie vooral bejaarden. Overigens vinden we dat niet zo erg. We zijn toch niet zoveel in het hotel.’

Sukadelapjes
Ook Mia en Janet prijzen de gastvrijheid. ‘They are good sports.’ Alleen het eten vinden ze saai. Janet: ‘Het is een eerlijke maaltijd, maar weinig avontuurlijk.’ Ze denkt dat de keuken zich nadrukkelijk richt op de oudere gast. ‘Bij het hoofdgerecht serveren ze pruimen. Dat is om oudere mensen beter te laten laxeren. En je krijgt hier sukadelapjes, want die hoef je niet te kauwen. In welk hotel krijg je tegenwoordig nog sukadelapjes?’
Jaap (57) en Ria Mol (50) komen al 18 jaar naar het Park Hotel. Vroeger met het gezin van vijf, nu met z’n tweetjes. Soms valt het hem op dat het publiek is veranderd. ‘Je ziet jongelui waarvan je je afvraagt, horen die hier wel? Maar het houdt ons niet tegen.’ Zelf zijn ze altijd keurig gekleed. ‘We zijn godsdienstig en een beetje degelijk.’ Volgens Jaap is er de afgelopen jaren weinig veranderd, op de ‘dress code’ na dan. En de vis op vrijdag. Vroeger was dat schol, nu zalm. Jammer voor Jaap, want hij is gek op schol. ‘Voor mij was het een traktatie.’ Ria: ‘We zorgden dat we vrijdags voor het diner in het hotel arriveerden en de week erop pas op zaterdagochtend weer vertrokken.’
Ze hebben een akkerbouwbedrijf van 55 hectare in Strijen, in de Hoekse Waard. Jaap: ‘Ik ben wel eens teruggereden om nog snel gerst te oogsten.’ Net als De Boed prijzen ze de rust en ruimte van het hotel. Jaap: ‘Ik telde hier 70 auto’s op de parkeerplaats. Je merkt er niets van dat het hotel vol zit.’ Jaap is blij met de ruime en kosteloze parkeergelegenheid van het hotel. ‘Ik heb een Mercedes en daar ben ik zuinig op.’ Een van hun favoriete bezigheden is het bezichtigen van kerken en orgels in de omgeving. Zelf is Jaap organist. Ooit vertelde de koster van het kerkje in Houthem aan Jaap waar hij de sleutel van het orgel kan vinden. Altijd als ze in het Park Hotel zijn, brengt hij een bezoekje aan Houthem om op het orgel te spelen. ‘De sleutel ligt nog altijd op dezelfde plek.’

Kurhaus in malariavrij Geuldal(kader geschiedenis!)
Het stijlvolle hotel werd in 1892 gebouwd. De architect was P. Cuypers uit Roermond, die ook het Centraal Station in Amsterdam tekende. De Valkenburgse notabelen zagen een toenemend aantal bezoekers in hun dorp die meer luxe wilden. Het ‘malariavrije Geuldal’ leek hen een uitstekende plek voor een kurhaus. Het gebouw werd opgetrokken uit gele mergelsteen en tegen een bosrijke heuvel gebouwd. In 1895 logeerden koningin-regentes Emma en de 14-jarige Wilhelmina er. Maar ‘Huis ter Geul’ bleek niet rendabel. Ook niet als hotel.
In 1911 veranderde het van bestemming. Franse paters kochten het pand. In 1939 kocht Johan Rooding het voor ƒ300.000 van de paters, die vanwege de oorlogsdreiging naar Frankrijk vluchtten. De geboren Doesburger bracht het zo veel mogelijk terug in de staat van een hotel. Op 10 mei 1940, de dag voordat de eerste gasten het nieuwe Park Hotel zouden bevolken, vielen de Duitsers ons land binnen. Vier jaar lang waren zij de enige gasten.
Nog altijd herinnert het gebouw aan de lange geschiedenis. Veel antiek, kroonluchters in alle soorten en maten, gewelfde plafonds, schilderijen in de gangen met landschappen, stillevens en portretten. Het hoort bij de stijl van het hotel. De kamers zijn klassiek, met veel hout en gedrapeerde gordijnen.