artikel

De laatste afrekening van Hilde van der Stoel

Horeca

Je begint geen café, maar een complete levensstijl. Met een eigen zaak sta je op en ga je naar bed.’ Een beetje plechtig besluit Hilde van der Stoel de laatste aflevering van De Balans. Ze is blij dat ze aan de serie heeft meegedaan. Ook al bleef altijd de angst aanwezig dat ze ‘voor het oog van heel horeca-Nederland af zou branden.

De laatste afrekening van Hilde van der Stoel

De publieke afgang is Hilde van der Stoel bespaard gebleven. Ook tijdens de laatste aflevering, de traditionele ‘Ronde Tafel’, blijft de uitbaatster van De Boemel fier overeind. Haar accountant, Benno van der Werff, heeft zelfs nog een leuke verrassing. Vers van de pers brengt hij het jaarrapport 2001 van de Boemel mee. Het financiële resultaat overtreft de verwachtingen.

Nee, zo kritisch als de vorige afrekening is deze Ronde Tafel niet. Anderhalf jaar geleden werd Max Massen, de vorige hoofdrolspeler in dit zakenfeuilleton, in de laatste aflevering nog hard aangepakt door figuren als columnist Michael Wieler (‘het concept is niet af’), hoofdredacteur Misset Horeca Hans Steenbergen (‘je bent te braaf’) en restauranteigenaar Jan Willem Mans (‘die vreselijke gokkast eruit!). Of het nou komt doordat Wieler en Steenbergen er dit keer niet bij zijn, of omdat Hilde van der Stoel de zaakjes gewoon uitstekend voor elkaar heeft; feit is dat de sfeer de hele avond gemoedelijk is. ‘Wat een gezellig café’, roepen Max Massen en Jan Willem Mans in koor.

Massen en Mans zijn de hoofdrolspelers uit de twee eerdere series van De Balans. Massen in 2000 met zijn John Mullins Irish Pub in Maastricht, Mans een jaar eerder met restaurant Bon Ton in Amsterdam. Beiden weten als geen ander hoe het is om publiekelijk doorgezaagd te worden over de bedrijfsvoering.

Beiden zeggen er achteraf geen spijt van te hebben. Integendeel. Vooral Massen ziet het nut van deelname. ‘Als ik nu een ander bedrijf zou beginnen, zou ik meteen weer meedoen. De Balans heeft me gered.’ Dat hij dan ook kritiek zal ontvangen van branchegenoten, deert hem niet. ‘De domme ondernemers vinden het dom, de goede ondernemers waarderen het.’ Hilde van der Stoel onderstreept de opmerkingen van Massen. ‘‘Moet jij mij in de Misset Horeca vertellen hoe ik het moet doen?’ vroeg een ondernemer mij. Die snapt het dus niet.’

Het grootste voordeel van De Balans zit ’m volgens Massen in de scherpe, onafhankelijke en deskundige adviezen van horeca-consultant Ton Lenting. ‘Als je die in moet huren ben je €100,- per uur kwijt.’ Andere zakelijke contacten zoals toeleveranciers en accountants ‘lullen’ volgens Massen in hun eigen straatje. Dit keer is Lenting overigens opvallend stil. Hij heeft zijn zegje de afgelopen negen afleveringen dan ook duidelijk genoeg gedaan, en heeft zich de rol aangemeten van aandachtig luisterend gespreksleider. Massen plaatst wel een kanttekening bij al die media-aandacht: ‘Denk niet dat het drukker wordt in de zaak. Je verkoopt er geen glas bier meer van.’

Vette Winst
Dan komen de cijfers van De Boemel op tafel. Over 2001 – het eerste volledige jaar van De Boemel – scoort Hilde een resultaat van €59.614,- bij een omzet van €281.677,-. Ter vergelijking: Max Massen zat in zijn eerste volledige jaar 1999 op een resultaat van €27.200,- bij een omzet van €0,8 miljoen. Jan Willem Mans van restaurant Bon Ton kon pas vorig jaar, drie jaar na de start, een eerste bescheiden winst noteren van een halve ton.

Accountant Benno van der Werff is meer dan tevreden. ‘Dit soort cijfers zie je zelden in het tweede jaar van een onderneming.’ Voor hem komt het niet als een verrassing. ‘Toen Hilde haar administratie inleverde, zei ik dat ze minimaal moest rekenen op een half tonnetje.’ De vele uren die Hilde zelf maakt, zijn volgens de accountant de belangrijkste reden voor het goede resultaat. ‘Volgend jaar moet ze voor zichzelf meer vrije tijd kopen’, meent hij. Volgens hem kunnen de personeelskosten zonder problemen omhoog van de huidige 13,1 procent naar een procentje of 25. De Boemel-baas zelf hoort het lijdzaam aan. ‘Ik heb genoeg vrije tijd. Op zondag en woensdagavond ben ik vrij.’

De lage personeelskosten vallen ook Mans en Massen op. Massen zit zelf ‘tussen de 30 en 35 procent, inclusief mijzelf’. Mans zit nog hoger, op ‘33 en nog wat procent’, en dat is exclusief ondernemersinkomen. ‘Dat is nu eenmaal het gevolg van onze filosofie’, meldt de Amsterdammer desgevraagd. ‘Wij kiezen ervoor om altijd open te zijn en de lunch altijd met twee man bediening te draaien. Dan heb je wel eens wat inproductieve uren.’

Dansen
Als de avond vordert, komen er wat kleine puntjes van kritiek over tafel. ‘Als de zaken dan toch zo goed gaan, zou ik een andere woning zoeken’, adviseert Max Massen. Hilde van der Stoel woont boven de zaak, en volgens de Maastrichtse horecaondernemer is het dan onmogelijk gezonde afstand van de zaak te nemen. Maar de Boemel-eigenaar wil van geen verhuizing weten. ‘De komende jaren blijf ik hier.’ En dat is best begrijpelijk want, zegt ze, ‘ik hoef ’s nachts niet alleen over straat.’ Natuurlijk zijn er ook nadelen. Op haar vrije woensdag zijn er in het bovenzaaltje van De Boemel salsalessen. ‘Dans ik m’n woning uit.’

Boemel-bedrijfsleider Jacko Spit zou meer willen organiseren. ‘Niet vanwege de omzet, maar vanwege de binding.’ Hij denkt aan thema-avonden met een hapje een drankje. Hilde is het met hem eens en heeft om die reden een extra parttimer aangenomen voor de woensdagavond. ‘Kan Jacko meer tijd besteden aan het organiseren.’

Max Massen verwacht dat Hilde in de zomer nog wel een dipje zal krijgen, vanwege het kleine en schaduwrijke terras van De Boemel. ‘Jij maakt het sfeertje binnen. Maar als straks de zon schijnt, gaat iedereen toch lekker aan de overkant in het zonnetje zitten.’ Zelf heeft hij dat vorig jaar ervaren. Een fantastische zomer qua weer, maar waardeloos voor het terrasloze John Mullins.Deze avond logenstraft de bewering van Massen, want terwijl bij de naburige horeca de terrasjes leeg zijn, is het bij Hilde gezellig druk. Niet in de laatste plaats door de deelnemers van de Ronde Tafel. Met de nodige Amsterdammertjes – Mans: ‘In Amsterdam noemen we dat een vaasje’ – wordt de derde serie van zakenfeuilleton de Balans besloten.