artikel

De macht van de buurvrouw

Horeca

Remco Klaassen uit Heerhugowaard gebruikte al een tijd een bedrijfsruimte aan het Dorpsplein als restaurant. Iets dat door de gemeente werd gedoogd. Een boze buurvrouw gooide uiteindelijk echter roet in het eten.

De macht van de buurvrouw

In tegenstelling tot sommige collega’s had Klaassen een goede relatie met de gemeente. Als hij iets wilde, werd meestal medewerking verleend. Zo ook ten aanzien van de bestemming van het pand. Hoewel het (oude) bestemmingsplan bepaalde dat slechts detailhandel en dus geen horeca was toegestaan, was de gemeente toch akkoord met zijn activiteiten. De gemeente vond namelijk dat het restaurant prima paste binnen de centrumfunctie van het Dorpsplein. Tot grote vreugde van Klaassen wilde de gemeente bovendien een nieuw bestemmingsplan opstellen waarin het restaurant zou worden opgenomen. Ambtelijk werd het nieuwe bestemmingsplan al voorbereid.
Ook de meeste buren vonden het allemaal wel best. Buurvrouw De Boer viel echter in een andere categorie. Regelmatig klaagde zij al over het terras. Ze schakelde hier zelfs een advocaat voor in. Die ontdekte dat de horeca-activiteiten in strijd met het bestemmingsplan waren. Op grond hiervan diende hij een schriftelijk verzoek in bij de gemeente om hiertegen handhavend op te treden. De gemeente wees het verzoek van de buurvrouw echter af, aangezien de activiteiten toegestaan werden, er zelfs een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding was en er geen sprake was van overlast.

Bijzondere omstandigheden
Buurvrouw De Boer legde zich hierbij niet neer en stapte naar de rechter. De rechtbank gaf aan dat vanwege het verzoek van de buurvrouw om tegen de illegale situatie op te treden de gemeente hieraan gehoor moest geven, tenzij er sprake was van bijzondere omstandigheden. Zo’n bijzonder geval zou zich kunnen voordoen indien concreet zicht bestond op legalisering van de illegale situatie. Volgens de rechtbank bood het nieuwe bestemmingsplan voldoende uitzicht om tot legalisatie te komen. De gemeente was immers van plan om horeca in het nieuwe bestemmingsplan toe te staan.
De buurvrouw verloor dus de procedure en werd veroordeeld in de proceskosten. Ze liet het er echter niet bij zitten en ging in hoger beroep. Klaassen, die de buurvrouw inmiddels graag iets zag overkomen, zag de procedure met vertrouwen tegemoet. Zowel de gemeente als de rechtbank stonden immers aan zijn kant.

Prille fase
De Raad van State dacht echter anders over de zaak. In tegenstelling tot de rechtbank was de Raad van State namelijk van mening dat het nieuwe bestemmingsplan zich in een prille fase bevond en het nog niet zo zeker was dat het nieuwe bestemmingsplan de eindstreep zou halen. Er was dus geen concreet zicht op legalisering van het horecagebruik.
De Raad van State nam in haar overwegingen mee dat het vigerende bestemmingsplan geen mogelijkheid tot legalisatie bood en de gemeente ook geen zogenaamd voorbereidingsbesluit had genomen, waarin werd vooruitgelopen op een nieuw bestemmingsplan. In het nieuwe bestemmingsplan werd vervolgens alleen maar aangegeven dat er voor dit pand vrijstelling van de bestemming kon worden gegeven.

Groot misverstand
Alsnog werd de buurvrouw dus in het gelijk gesteld. De gemeente, maar ook Klaassen, dacht dat ze procedureel sterk stond. Een groot misverstand. Deze uitspraak was namelijk voorspelbaar. Indien een buurman de gemeente verzoekt om tegen een overtreding handhavend op te treden, moet de gemeente dit in principe ook doen, tenzij sprake is van een bijzondere situatie. Dit is echter niet snel het geval.
Wat had Klaassen kunnen doen? Ten eerste had hij de gemeente kunnen verzoeken om een zogenaamd voorbereidingsbesluit te nemen en vrijstelling te verlenen op het bestemmingsplan. Nu het bestemmingsplan daartoe zelf geen mogelijkheid bood, kon vrijstelling worden verzocht via de bekende ‘artikel 19-procedure’.
Gelet op de grote hoeveelheid overtredingen op het gebied van het bestemmingsplan, verbaast het mij hoe weinig buren een formeel verzoek tot handhaving doen. Hierbij speelt zeker een rol dat de buren vaak niet eens weten hoe sterk zij in een dergelijke procedure kunnen staan. Een gelukje voor menig horecaondernemer.

Mr. Raoul Meester van het Amsterdamse advocatenkantoor Kranendonk & Meester is gespecialiseerd in horecarecht. In deze rubriek baseert hij zich onder meer op zaken die hij tegenkomt in zijn eigen praktijk. De naam en plaats in dit verhaal zijn gefingeerd.