artikel

De moord was niet te voorkomen

Horeca

Begin november 2002, aan de vooravond van een zeer succesvol éénjarig bestaan, werd de Nijmeegse disco The Matrixx opgeschrikt door de moord op één van de portiers, Eddie van den Akker. (Mede)eigenaar Twan Krebbers (39) werd plots een publiek figuur.

De moord was niet te voorkomen

‘Wij (David Brons is de andere eigenaar, red.) zijn eigenlijk heel erg tevreden, behalve over het vreselijke incident natuurlijk. We hebben ons plan gehaald. Binnen drie maanden één van de belangrijkste discotheken in Nederland neerzetten. Denk je alle succes te hebben, en dan gebeurt er zoiets verschrikkelijks op een zaterdagnacht.

Ik heb ervoor nog gedacht dat we zouden moeten oppassen voor iets negatiefs. Dat er bij ons zoiets ergs zou gebeuren, geloofde eigenlijk niemand. Want we hebben gewoon een veilige zaak. Een grote ontvangsthal, drie mensen van de EHBO, een kogelwerende pui.Maar zélfs als Eddie een kogelwerend vest had gedragen, dan had-ie het nog niet overleefd, zeiden professionals. Hij is namelijk aan de kant geraakt waar het vest de minste bescherming biedt.

Ik heb ook niet het idee dat we de moord hadden kunnen voorkomen. Wel speelde even door m’n hoofd: was ik deze zaak maar nooit begonnen. En wat zou er gebeurd zijn als ik zelf bij de entreehal was geweest? Wat als? Dat spookt de hele tijd door je hoofd.

Nadat het gebeurd was keek al het personeel mij aan. Ik moet iets zeggen, dacht ik. Ineens kwam in me op: ‘Dinsdagavond met z’n allen bij elkaar komen’. Daarna dacht ik: moet ik maandag maar alles regelen. Via KHN heb ik een traumateam voor het personeel kunnen inschakelen.

Het team is die dinsdagavond geweest, en daarna nog een paar keer. En heeft ook individuele gesprekken met de medewerkers gevoerd. Het idee was: we moeten er met z’n allen zo min mogelijk aan overhouden.

Nadat het gebeurd was, heb ik David opgebeld. We zijn een twee-eenheid. Het was een grote schok voor hem. Maar we hebben niet overwogen om ermee te kappen. We steken onze kop niet in het zand. Omdat het personeel dezelfde mening was toegedaan, en de reacties van de mensen ons veel vertrouwen gaven, zijn we doorgegaan.

Het was heel erg belangrijk dat we heel open zijn geweest naar het personeel. Ze konden hier van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat terecht om te praten en uit te huilen. Zelf heb ik veel in de spotlights gestaan. Ik heb de woordvoering ook naar me toe getrokken, eenvoudigweg omdat ik erbij was die avond. Ik hoef er zelf na alle drukte niet even tussenuit. Als ik ’s morgens op de bank zit, word ik al gek.

Voor mezelf is het meest gevoelige punt geweest dat er al bossen bloemen voor de deur werden gelegd, terwijl ik nog niet wist of Eddie al overleden was. Ik dacht nog, die bloemen moeten we straks weghalen, anders wordt het een bedevaartsoord. Dat is het uiteindelijk toch geworden.

Er komt ter ere van Eddie nog een steen van de stichting Zinloos Geweld en een dance-event dat de stichting weer ondersteunt. Jeroen, zijn collega die ook was geraakt, heeft inmiddels alweer gewerkt hier. Ik heb wel nagedacht over de straf voor de dader. De gedachte is, hoe kunnen we andere mensen afschrikken die ook zoiets willen doen.’