artikel

De moraal verjaart niet

Horeca

Normen en waarden. Wie die woorden in de mond neemt, loopt het gevaar als hopeloos ouderwets en behoudend afgeschilderd te worden. Normen en waarden behandel je op zondagochtend in de kerk. Horecaondernemer Jac Wezenbeek ziet het anders. Voor hem horen normen en waarden bij de dagelijkse praktijk van het ondernemer- en gastheerschap. Een gesprek over ethiek aan tafel.

De moraal verjaart niet

Aanleiding voor onze ontmoeting is de ‘ethische code’ die Jac Wezenbeek hanteert voor zijn Proeverij Caruso in het Westbrabantse Roosendaal. Een bedrijf dat het beste valt te omschrijven als een beter eetcafé met veel aandacht voor het drankenassortiment. Dat laatste wekt weinig verbazing want Wezenbeek is SVH Meesterschenker en Caruso is een Erkend Jenevercafé.
In acht punten zet hij de filosofie van ethisch ondernemerschap uiteen. Over eerlijk zakendoen, gelijke behandeling van gasten, voorkomen van alcoholmisbruik, respect voor medewerkers en gasten, het tegengaan van drugsgebruik en –handel. Klinkt allemaal heel serieus en dat is het ook. Maar zie Wezenbeek niet als een puritein die de hele dag met gladgestreken gezicht toezicht houdt op de normen en waarden in zijn omgeving. Hij is gewoon een goedlachse Brabander, die bezeten met zijn vak bezig is.

Jac Wezenbeek schreeuwt zijn visie niet voortdurend van de daken. Gasten moeten zoeken naar de code: in de vitrine bij de entree of op de website van Proeverij Caruso. Zelf opent hij zelden het gesprek over de code, maar als gasten dat doen, praat hij er graag over. Daarom aanvaardt hij ook de uitnodiging voor het interview, want: ‘De discussie mag best weer eens aangezwengeld worden.’

Als PS lezen we onder de code: de moraal verjaart niet. Spreekt hier de dorpspastoor?
Wezenbeek, lachend: ‘Nou, ik ben geboren in een katholiek Brabants dorp, Kruisland. Het café van mijn ouders stond naast de kerk en jarenlang zwaaide ik als misdienaar met het wierookvat. In je opvoeding krijg je dan best veel mee over normen en waarden. Maar om te zeggen dat ik me nu dorpspastoor voel? Nee, absoluut niet.’

Toch houden ethiek en moraal je blijkbaar ontzettend bezig‘
Al zolang ik in de horeca rondloop. En dat is al bijna 35 jaar. Het vak houdt meer in dat alleen omzet genereren en winst maken. Ik probeer door op een eerlijke manier te werken het prettig en lekker te houden voor iedereen: voor de gasten, het personeel, voor mezelf. Ik ben allergisch voor oneerlijkheid. Trek onmiddellijk mijn mond open als iets me niet bevalt en dat verwacht ik ook van anderen. Ik weet dat ik daarin soms fel kan zijn, maar het verschaft me uiteindelijk wel innerlijke rust. Als je wilt, kun je iedereen belazeren. Maar daar pas ik voor.’

Hoe vertaal je dat naar het gastheerschap in Caruso? ‘
In de eerste plaats door een sfeer te creëren, waarin je gasten met respect en gelijkwaardig behandelt. Maar waarin je ook duidelijk je grenzen aangeeft. Vaak zit het in details. Als een gast vraagt of ik een nepnota wil uitschrijven, zodat hij die bij zijn baas of de fiscus als kosten kan opvoeren, weiger ik pertinent. Ik weiger bijvoorbeeld ook plastic bierbekers te gebruiken tijdens carnaval of andere feesten. Moet ik er bij voorbaat vanuit gaan dat gasten glazen kapot laten vallen of naar elkaars hoofd gooien? Dat vertik ik echt. Ik verwacht dat gasten zich gewoon gedragen.’

En als iemand lekker doordrinkt?‘
Dan proberen we zo snel mogelijk te achterhalen of ie nog met de auto naar huis moet. Soms brengen we iemand naar huis of regelen een taxi. Ik vind het belangrijk mensen binnen de lijnen te houden, want het blijft je je leven lang bij als iemand beschonken je zaak verlaat en even later tegen een boom belandt.’

De tijd is dus rijp om massaal de barricaden op te gaan om te pleiten voor meer normen en waarden in de horeca?‘
Ik weet niet of dat zinvol is. Een paar jaar geleden volgde ik onder de vlag van de Stichting Katholiek Onderwijs een cursus over de ethiek van gastvrijheid. Aan de hand van een boek van Henk Vijver, docent bedrijfsethiek aan onder meer de hotelschool in Leeuwarden. Ik herinner me nog een heftige discussie met vakbondsman Piet Dreyer die de cursus verplicht wilde stellen.
Denk je nou echt, zei ik tegen hem, dat je 40.000 horecaondernemers zo ver krijgt. Vergeet het maar. Die zijn met andere zaken bezig.’

Ik vrees dat je pijnlijk gelijk hebt gekregen. De cursus is doodgebloed. Of is de opleiding ‘sociale hygiëne’ – het blijft een bizarre term – een goede opvolger?‘
Als het niet uit de ondernemer zelf komt, werkt het niet. Ik heb zelf cursussen ‘sociale hygiëne’ gegeven. Veel collega’s melden zich aan omdat het moet, want zonder certificaat kun je geen bedrijf starten. De ambtenaar van de gemeente stuurt ze, met de mededeling ‘doe ’t nou maar, dan is alles zo geregeld’. Weer zo’n voorbeeld hoe politiek Den Haag denkt: je stelt een certificaatje verplicht en het probleem is uit de wereld. Dank je de koekoek.’

In Den Haag moeten toch je vrienden zitten. De politiek wijst immers graag op de verantwoordelijkheden van de horeca?
Fel: ‘De dames en heren op het Binnenhof geven de horeca graag de schuld van alles en nog wat. Onvoldoende veiligheid, criminaliteit, alcoholmisbruik, noem maar op. Ik vind dat zo vreselijk onterecht. Jammer dat minister Els Borst hier niet aan tafel zit. Met haar uitspraken over alcoholmisbruik in de horeca berokkent ze schade aan de bedrijfstak, aan dat mooie vak waar zoveel collega’s zich op een positieve manier voor inzetten. Ik zou haar graag eens vertellen over de grote invloed van de paracommercie op het drankprobleem. Daar is veel ellende begonnen, maar dat werd allemaal oogluikend toegestaan.’

Is het niet gemakkelijk om de schuld elders neer te leggen. Beetje boter op het hoofd?‘
Ik ben de eerste om toe te geven dat in de horeca ook veel fout gaat. Er liggen altijd rotte appels in de mand. Maar dat is geen reden iedereen over een kam te scheren. Ik merk bijvoorbeeld dat veel collega’s als goed gastheer met drankgebruik omgaan. In België kennen ze het fenomeen ‘de Bob’. Dat is degene in een gezelschap die fris drinkt omdat hij of zij rijdt. Hier in de grensstreek hoor je die benaming ook steeds vaker. Als gastheer kun je zelfs ‘de Bob’ regelmatig gratis een frisdrankje aanbieden. Dan beloon je het goede voorbeeld.’

Mooie gesproken, maar is Jac Wezenbeek niet roomser dan de paus?‘
Als ik roomser dan de paus was, zou ik alleen maar met een belerend vingertje naar anderen wijzen. Maar ik probeer de ethiek van het gastheerschap eerst en vooral op mijn eigen horecavloer in de praktijk te brengen. Niet vanaf de kansel, maar werkend tussen de gasten en mijn medewerkers. Ik hoop ook altijd dat ik zoveel mogelijk klachten te horen krijg. Want daar kan ik alleen maar van leren. Ook als het over de normen en waarden in mijn bedrijf gaat.’

Profiel

Naam Jac. Wezenbeek bedrijf Proeverij Caruso Nispensestraat 21, 4701 CS Roosendaal, telefoon (0165) 58 34 58, www.horecagids.nl/caruso/ opleiding SVH, slijtersvak loopbaan medewerker: bar Cleijne Cat en bar ’t Wit Roosken (beiden Roosendaal) ondernemer: ’t Wit Roosken, café Wezenbeek in Kruisland, café Ergens Anders, horeca Schouwburg De Kring, Caruso (allen Roosendaal) bijzonderheden Meesterschenker, mede-initiatiefnemer en –organisator Kastelein van de Toekomst