artikel

Die onmisbaarheid is niet reëel

Horeca

Naam: Dick Masselink
Leeftijd: 54 jaar
Functie: chef-kok hotel De Zon, Ommen
Bijzonderheden: vierde kortgeleden zijn 25-jarig jubileum. Zit 40 jaar in het vak.

Die onmisbaarheid is niet reëel

‘Ik kom uit Hoogeveen, uit een conservatief protestants gezin. Toen ik zei dat ik kok wilde worden, fronsten mijn ouders de wenkbrauwen. Op m’n vijftiende heeft mijn moeder mij afgezet bij ’t Losse Hoes in Holten. Vanaf toen maakte ik kennis met alles wat god verboden heeft. Mijn ouders leven nog. Tijdens mijn jubileum in De Zon heb ik de bruidssuite voor ze afgehuurd.

Het was een prachtig feest. Ik werd overladen met cadeaus: een reis naar Portugal, een dvd-speler, 60 flessen wijnen, cadeaubonnnen, prachtig, maar het mooiste cadeau waren die 200 gasten die op mijn feest kwamen.Mijn baas, Ron Nijhof, heeft mooi gesproken: dat ik de kosten altijd goed in de hand heb weten te houden. Ja, dat is belangrijk.

Volgend jaar stop ik, dan heb ik er 41 jaar opzitten. Het is fysiek steeds moeilijker op te brengen. Als ik ’s avonds in m’n stoel val, kom ik niet meer overeind.Ik heb een mooie carrière gehad, waarvan 25 jaar bij De Zon. Ik heb het gevoel dat ik alles uit mezelf heb gehaald. Ik ben geen sterrenkok. Dat niveau heb ik niet, maar ik denk wel dat ik puur kook én ook eigenwijs. Iedereen krijgt wat-ie wil. Een tongetje met Picassogarnituur of gebakken aardappelen. Het liefst verkoop ik een mooi stukje vlees uit de hand. Ik zie mezelf nog altijd als kok achter het fornuis en niet achter de computer. Dat laat ik aan de souschef over.

We zijn hier begonnen met twee koks en ik geef nu leiding aan negen koks. Er is een kloof tussen jong en oud. Kwestie van mentaliteit. Jonge koks hebben niet zo’n behoefte in zichzelf te investeren. Ik bedoel: cursussen doen, vakkennis uitbreiden, overwerken.Na het werk zeg ik: jongens, niet meer dan twee pilsjes aan de bar.

Ik heb m’n lesje vroeg geleerd. Bij Royal in Arnhem. Toen gingen we tussen de middag wel eens schaatsen kijken, en die kelners gooiden mij vol met jonge jenever. De chef liet me vervolgens tot 12 uur ’s nachts aanmodderen. Ik heb sindsdien geen druppel jonge meer gedronken. Ik ben heel matig met drank en eet gezond.’s Middags eet ik altijd thuis met mijn vrouw. Meestal kook ik zelf. Ik ben nog altijd bij dezelfde vrouw. Een unicum in de horeca. Nooit gezeik gehad. Nooit heeft ze me gebeld met de vraag of ik nog een keer naar huis kwam.

Jarenlang heb ik zes dagen per week gewerkt en nóg. Ron zegt: je bent hártstikke gek. Maar het zit er zó in, hè. Ik neem niet vrij als het druk is. Je praat jezelf een onmisbaarheid aan die niet reëel is. Maar als ik wegga, draait de boel gewoon door.Als ik volgend jaar stop heb ik tijd voor m’n kinderen en kleinkinderen. Ik denk wel dat mijn kinderen tekort zijn gekomen. Als vader heb ik niet het maximale gegeven. Ik belde ze vroeger wel vaak op. Om mijn afwezigheid te vergoelijken.’