artikel

Discussiegroep Zuid bij Aviko

Horeca

Op uitnodiging van fritesfabrikant Aviko, kwam de Discusssiegroep Zuid onlangs naar Steenderen. Uitgangspunt was praten over frites en natuurlijk over de cafetaria. Christel Bollen van Snackkoerier maakte de dag mee en ontdekte dat de Discussiegroep niet voor niets zo heet.

Discussiegroep Zuid bij Aviko

Het zijn niet allemaal Aviko-bakkers, de leden van de Discussiegroep Zuid. Toch vindt iedereen het interessant om een dagje rond te kijken bij de fritesfabrikant. Walther Eenstroom van Aviko verwelkomde het gezelschap. Hij stelde: ‘Wij hebben hier de grootste productielocatie van frites ter wereld. Dus we zijn niet de grootste ter wereld, maar hebben wel de grootste fabriek op één plek, hier in Steenderen.’
Tijdens het middagprogramma, dat plaatsvond bij grand café De Waag in Doesburg, hield Erik Driessen van onderzoeksbureau Grande Cuisine Foodstep in Wageningen een presentatie. Dat wil zeggen, hij poneerde een stelling en probeerde daarmee een discussie uit te lokken. De stellingen baseerde hij op de resultaten van onderzoek onder cafetariahouders in Nederland. Dit leverde soms heftige discussies op tussen de leden van de discussiegroep onderling, maar ook met gespreksleider Erik Driessen. Hier volgen een aantal stellingen met de reacties die erop volgden.

Bestaat over tien jaar de cafetaria nog?
Erik Driessen knalde er gelijk de cruciale vraag maar in. Ivonne de Vries van Cafetaria Succes in Groningen merkte op, dat die vraag tien jaar geleden ook al werd gesteld. ‘En we zijn er toch nog met z’n allen? Dan zullen we er nu over tien jaar ook nog wel zijn.’ Wat hier en daar gegniffel opleverde, met het oog op de oudere cafetariahouders. Maar ook Driessen voorziet goede tijden voor de cafetaria. ‘De buitenshuismarkt groeit. De consument vindt vrije tijd en service steeds belangrijker. Geld telt niet meer zo. Dus gaat de consument op zoek naar gemaksvoeding. Zowel bij de horeca, als bij de supermarkt. Houd daarom in de gaten wat uw concurrent doet. Uw collega-cafetariahouder, het benzinestation, de supermarkt en het restaurant. Denken dat je geen concurrentie hebt is gevaarlijk voor je zaak’, aldus Driessen.

De consument wil sfeer en service.
Een interessante opmerking van Driessen is, dat de consument in feite op zoek is naar de service van twintig jaar geleden. ‘Mensen willen dat u de gekochte waar netjes voor ze inpakt, dat u de tijd voor ze neemt. Sfeer is ook heel belangrijk. Denk na over het concept in uw zaak. Is het bijvoorbeeld wel nodig om allemaal reclame in uw zaak op te hangen?’ Driessen haalt een voorbeeld aan van een Londense supermarkt, waar alle schreeuwende acties en aanbiedingen waren verwijderd. Het was gewoon een mooie sfeervolle ruimte, met daarin de producten. ‘Denk dus na over wat u in uw zaak hangt en waarom. Want natuurlijk kan het een bewuste keuze zijn om het wel te doen. Het gaat erom dat u een bepaalde sfeer creëert en die consequent doorvoert.

Onafhankelijke cafetaria’s moeten samenwerken achter de schermen.
Onlangs berichtte Snackkoerier dat een vijftal cafetariahouders in Noord-Nederland een discussiegroep Noord-Oost wil oprichten. Eén van hen, Tjeert Reitsema van cafetaria De Kroon in Diepenheim liep daarom een dagje mee. Hij is tevens de enige van de aanwezigen die deelneemt aan een inkoopverband van onafhankelijke cafetariahouders. ‘Samen kopen we goedkoper in, maar met behoud van eigen producten.’ Cafetariahouder Hans Plat ziet daar niks in. ‘Voordat je het met z’n allen eens bent… Je hebt toch allemaal totaal andere zaken. Bovendien, zo’n groepje van acht, daar dwing je toch geen grote kortingen mee af.’ Anderen waren weer van mening dat je beter bij een samenwerkingsverband kunt gaan, als je goedkoper wilt inkopen. Erik Driessen vindt dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om met een groep ondernemers, zoals bijvoorbeeld de Discussiegroep, sterk te staan tegenover een grossier. Hij gaf als voorbeeld dat een vertegenwoordiger ongeveer tweehonderd tot tweehonderdvijftig gulden per bezoek kost. ‘Als hij maar één bezoek hoeft af te leggen, met een groep of een woordvoerder daarvan, in plaats van tien afzonderlijke ondernemers, dan scheelt dat flink in de kosten.’ Om maar te zwijgen van wat het jezelf per uur kost, zo’n vertegenwoordiger, reageerde ondernemer Thijs Trienekes.

Internet kan veel betekenen voor de cafetaria
Erik Driessen: ‘De markt wordt doorzichtiger. Straks kun je online prijzen van grossiers vergelijken. Kun je kijken, wie is vandaag het goedkoopst?’ Dit idee viel echter niet bij alle discussiegroepleden in goede aarde. De kritiek varieerde van: ‘Daar heb je toch geen tijd voor’ tot ‘Waar is de relatie met je leverancier gebleven?’ en ‘Ik durf te wedden dat het in 2015 nog niet zover is.’ Een aantal ondernemers vindt het dus belangrijker om de persoonlijke relatie met de leverancier in stand te houden. ‘Als je vandaag bij die koopt, en morgen bij die, hoef je bij nummer 1 later niet meer aan te komen.’ Anderen stelden weer dat zulke relaties steeds minder belangrijk worden, ook voor de producent. Daarbij zijn er steeds minder groothandels en producenten door de voortdurende fusies en overnames. Erik Driessen noemde wel één belangrijk voordeel van het via internet vergelijken van prijzen: je onderhandelingspositie is gewoon sterker als je weet van prijzen.

Wijzig je assortiment
De één denkt dat klanten speciaal komen voor een bepaald product of een bepaald merk. De ander is daar heel nuchter over: ‘De klant is je zo vergeten.’ Of: ‘Ze proeven wel of je kwaliteit verkoopt, maar niet welk merk.’ Een en ander is natuurlijk ook afhankelijk van wáár je zit. Zit je in een winkelcentrum met veel voorbijgangers, dan zul je niet zoveel reacties krijgen als je overstapt op een ander merk of een product uit je assortiment haalt. Heb je daarentegen een buurtcafetaria met veel vaste klanten, dan kun je inderdaad opmerkingen krijgen. Blijft natuurlijk de vraag of je voor één of twee klanten een bepaald product, curry of een ambachtelijke kroket in je assortiment moet houden. Dat is de conclusie van Erik Driessen.

Acties houden is goed voor je bedrijf‘
De klant moet het gevoel hebben dat ‘ie iets voor niks krijgt. Dat is typisch Nederlands’, vindt een ondernemer. ‘Maar dan moet je wel je acties door je leverancier laten financieren’, vult een ander aan. Driessen beaamt dat. ‘Waarom zou je niet naar je leverancier gaan en zeggen: ‘Volgende week gaan we stunten met schnitzels. Welke prijs spreken we af?’Driessen vindt dat je wel moet nadenken wat je met een actie wilt bereiken. Naamsbekendheid, meer mensen in je zaak of meer omzet? Hij stelt dat ondernemers die veel acties houden, ook meer rendement behalen