artikel

Dorine wil een bad met uitzicht

Horeca

Een vrouw met een missie. Dorine Scherpel (40) uit Amsterdam is auteur van de jaargids Bijzondere Hotels, waarvan binnenkort een herziene editie verschijnt. Ze vindt steeds weer nieuwe, karakteristieke, charmante en stijlvolle hotels waar ze het gevoel heeft thuis te komen. Dorine Scherpel: ‘Ik heb het niet over hotels, ik heb het over romantiek.

Dorine wil een bad met uitzicht

Dorine Scherpel maakt een vreugdesprongetje als gastheer Anton de Lange de badkamerdeur van de nieuwe orangeriesuite van Kasteel Landgoed Engelenburg in het Gelderse Brummen opent. Een badkamer met openslaande deuren naar het terras! Dit is wat Dorine altijd al wilde. Een badkamer met een ‘view’, om zo vanuit een lavendelbad, nippend van een drankje, te genieten van de ondergaande zon. Schitterend! Het kan niet op. En een paar minuten eerder was ze al zo gecharmeerd van een sierrand met zebra-afbeeldingen in de badkamer van een andere suite. ‘In bad met de zebra’s, heerlijk!’

Brits-koloniaal
Engelenburg is een van haar favorieten. Eigenaar De Lange zwierf jaren door voormalig Rhodesië (nu Zimbabwe) en dat is aan de inrichting van het 17e eeuwse kasteel te zien. Het interieur heeft een Brits-koloniale touch. Anglofiel Scherpel is er dol op, ze zakt met een glas warm water (‘Ik doe rustig aan, heb de laatste jaren zoveel gegeten en gedronken’) weg in een Chesterfield-fauteuil en bewondert het drankenkabinet met whisky’s. Als kind doorkruiste ze met haar ouders Engeland en verbleef in die typische manorhouses. Haar vader, kunsthandelaar, mocht bovendien graag omrijden om restaurants met een Michelinster te bezoeken. Het heeft haar nooit losgelaten, de klassieke interieurs, het fijnproeven, de belevenis. ‘Ik heb het niet over hotels’, zegt ze, ‘ik heb het over romantiek.’ In Engeland en Frankrijk reist ze – op zoek naar kleine charmante, karakteristieke en stijlvolle hotels – met de gidsen Johansens Recommended Hotels en Auberges et Hôtels de Charme en France. En omdat zo’n type gids voor het Nederlandse en Vlaamse cultuurgoed ontbrak, maakte ze er zelf een: Bijzondere Hotels. Met haar achtergrond als freelance publiciste en pr-vrouw niet zo’n gek idee.

Schooien
In 1995 stapte ze in haar auto. Maar haar enthousiasme werd getemperd door de gereserveerde houding van de hoteliers. Stond hier de zoveelste vlotgebekte acquisiteur te schooien om een advertentie? Scherpel (‘Mijn intenties zijn oprecht’) dacht van niet. Ze gooide het over een andere boeg en formeerde een comité van aanbeveling met gezichten als Fons van Groeningen van Kaatje bij de Sluis in Blokzijl en Johan Agricola, toen nog van Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag. Het hielp. Na talloze overnachtingen en maaltijden en bezoeken aan de Kwik-Fit, die de kilometervreetster bijna bankroet maakten, verscheen in 1996 de eerste editie van Bijzondere Hotels.
Nu, vier jaar later, zijn in de gids ook bijzondere hotels in Wallonië en Luxemburg opgenomen en is Scherpel een autoriteit op het door haar ontgonnen terrein. De gids, waarvan er bij elke druk 12.000 over de toonbank gaan, is een monument, z’n auteur een fenomeen dat bij de hoteliers in de smaak valt vanwege haar oprechte belangstelling en adviezen, waarvoor ze geen nota indient. Het hoort bij het samenstellen van de gids, vindt ze. ‘Hoteliers vragen me: Dorine, wat vind je hiervan? Dorine, hoe zou jij dat doen? Bij welk samenwerkingsverband moet ik me aansluiten?’

Geur
Mooie vriendschappen met de ondernemers, maar de uitgeefster is ook kritisch. Niet elk hotelletje komt in de gids. Er zijn uitspanningen die het écht niet hebben. ‘Bedrijven waar een geur hangt. Een geur van eten en stof. Dan vlucht ik meteen de auto in.’ Bedrijven ín de gids krijgen echter het volledige support van Scherpel. Ze heeft ze minimaal drie keer bezocht: een keer als gast, een keer om de zaak op te nemen in de gids en een keer om de foto te maken.
Ze schiet niet in de stress als gebruikers van de gids een klacht bij haar melden. ‘Dat heeft altijd met mensen te maken. Het eten was niet goed, de kamer niet in orde. Ik denk dan: die gast botst met de hotelier en daarom deugt het ineens niet meer.’

Dweil
Een zaak staat of valt met de mensen die ‘m uitbaten, vindt Scherpel. Ze is in het algemeen onder de indruk van de overgave waarmee de hoteliers van hun verbouwde boerderij, kasteel of buitenplaats iets moois maken en gasten in de watten leggen. ‘Daar heb ik wel inzicht in. Goed, de hotelier moet de problemen oplossen, maar hij moet niet als een dweil voor de gasten op de grond liggen.’ Respect dus, ook voor de uitbaters van Engelenburg waar Tara, haar hond, niet naar binnen mag. ‘O, ik begrijp dat heel goed. Ik weet wat het is om een hond te hebben. Andere hoteliers houden niet van kinderen. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik zie het al, die chocoladepasta op het behang.’

Schoenpoetsmachine
Scherpel ziet trends in de wereld van de kleine sfeerhotellerie. Er is een toename van het aantal designhotels, maar ook van bed & breakfastachtige bedrijven, die ze voor het gemak ‘minihotels’ noemt. Een hotelclassificatie interesseert haar niet. ‘Dat zegt me absoluut niets. Ik ken ondernemers die een schoenpoetsmachine aanschaften om een ster méér te krijgen, maar die ‘m nu in de kelder hebben staan.’ Een nieuwe editie van de gids betekent opnieuw een bezoek aan vrijwel alle (inmiddels zo’n honderdvijftig) bedrijven. Er komen zaken bij, er vallen er ook af. Al bladerend in Bijzondere Hotels valt op dat Château St. Gerlach in Houthem, het pronkjuweel van kasteelheer Camille Oostwegel, ontbreekt. Enkele andere bedrijven van hem staan er wél in. Is St. Gerlach niet bijzonder genoeg? Scherpel: ‘Dat zeg ik niet. Maar soms botst het hè. Jammer hoor, maar dan hoeft het voor mij ook niet meer.’