artikel

Een beter imago begint bij je eigen cafetaria!

Horeca

Maandag 23 juni a.s.

Locatie:Willem II stadion, Tilburg

Presentatie: Eric Klop, Hoofdredacteur Snackkoerier

Nabeschouwing
Topdrukte tijdens forum over cafetaria-imago
Verhalen in de media over vetzucht veroorzaakt door fastfood. De Consumentenbond die roept dat cafetaria’s ‘fout’ vet gebruiken. Kortom, reden voor een Fano Food Forum waarin het imago van de cafetaria centraal stond. Dat het onderwerp leeft in de branche blijkt uit het feit dat maar liefst een kleine 120 belangstellenden op 23 juni het Willem II-stadion in Tilburg gehouden Forum bezochten.

Vloeibaar vet moet!
Om van het imago van de ‘vette ongezonde hap’ af te komen zouden alle cafetariahouders gezond en verantwoord moeten frituren. Dat was de kern van het betoog van Claudia Oomen van het Voorlichtingsbureau Margarine Vetten en Oliën (MVO).
‘Fout vet verpest frites’, herhaalde Oomen de kop zoals die boven een artikel in het mei-nummer van de Consumentengids stond. ‘Terwijl de Consumentenbond in hetzelfde artikel zegt dat frites helemaal geen slechte snack hoeft te zijn.’ Pas als de cafetariabranche massaal op het gebruik van vloeibaar frituurvet overstapt, is die negatieve spiraal in de berichtgeving te doorbreken. ‘Hard vet bevat relatief veel verzadigde vetzuren en transvetzuren. Die zorgen voor een verhoogd cholesterolgehalte en veroorzaken daardoor dichtslibbende bloedvaten en vergroot de kans op hart- en vaatziekten’, verklaart Oomen na vragen uit de zaal waarom hard vet ongezond is. ‘Een bij kamertemperatuur vloeibaar vet bevat juist veel onverzadigde gezonde vetten.’Veel van de aanwezige cafetariahouders zweren bij gehard vet. Zij zijn tevreden met de kwaliteit en smaak van het eindproduct en de levensduur van het vet. Bovendien wordt de geur en smaak van vloeibaar vet als negatief ervaren. Oomen: ‘U moet de klant duidelijk maken dat u gezond frituurt. Uiteindelijk levert dat een beter imago op en daardoor meer omzet en marge.’
En nee, het is geen truc van de vetfabrikanten om meer te verdienen. ‘Een vloeibaar vet kost meer omdat de gebruikte grondstoffen zoals arachide olie duurder zijn.’ Tot slot verwees Oomen naar de website van het MVO: www.verantwoordfrituren.info . ‘Daar zijn veel tips en informatie te vinden.’

Imagoaspect opgeblazen
Heeft de cafetaria een slecht imago? Dat was de vraag waarop Joop van Boxtel van Febo, Marianne Westbroek van Fast Food Concepts en Ruud de Veen namens de Alliantie van Fastdiningbedrijven zich over bogen tijdens een paneldiscussie onder leiding van Snackkoerier’s Erik Klop.
Cafetariaondernemer Ruud de Veen vindt het imagoaspect maar opgeblazen. ‘We hebben als branche helemaal niet zo’n slecht imago. Dat wordt ons opgespeld door grapjassen van de pers.’ Daar sluit formulemanager Van Boxtel zich bij aan. ‘De invloed van de media is groot. Dat komt vooral door de aard van de berichtgeving, de insteek is meestal negatief.’Marianne Westbroek denkt wel dat de consument de branche in verband brengt met ongezond. ‘Wat verkopen wij aan gezonde producten? Daar moeten we op inspelen met innoverende gezonde producten. We moeten meer met vers, zoals salades, doen.’ Vanuit de zaal haakt Paula Arends van Fano in door te zeggen dat McDonald’s tegenwoordig ook allerlei gezonde producten verkoopt. Van Boxtel vraagt zich af of de consument daar op zit te wachten. De Veen gaat daar gedeeltelijk in mee. ‘Ik verkoop wel salades en een broodje gezond. Maar onze corebusiness zijn toch de frites, frikandel en kroket.’
Westbroek vindt de uitstraling en presentatie van een cafetaria belangrijk. Daar sluit De Veen zich bij aan. ‘Als je zaak een verhaal vertelt, is dat goed voor je imago.’Febo is volgens Van Boxtel eigenlijk onvergelijkbaar met andere cafetaria’s. ‘Wij verkopen eigen producten uit loketautomaten en zitten alleen op A1-locaties. Dat is zien, trekken en eten.’

Alle drie zien wel iets in een landelijke promotiecampagne voor de cafetaria. Vanuit de zaal vertelt Henk de Lugt van KHN dat op een televisiezender bekende Nederlanders in een serie programma’s gaan vertellen waar ze het liefst eten. Daar moet ook een cafetaria bijkomen. ‘Dan moet zo’n bekende Nederlander niet een week later een hartinfarct krijgen. Dat is antireclame’, merkt Van Boxtel droogjes op. ‘Dat overkwam Nico Haak ook. Die maakte reclame voor een gezondheidsarmband. Een jaar later was hij dood’.

Verandering noodzaak
‘Als de cafetaria blijft zoals hij is krijgen we een sanering en blijft zestig procent van de bedrijven over.’ Die uitspraak deed Erik Driessen van onderzoeksbureau Foodstep gaandeweg de middag-discussie met cafetariahouders.
Bovenstaande uitspraak ontlokte een cafetariahouder de uitspraak dat een sanering kansen biedt, net zoals de instroom van allochtone ondernemers, die niet in staat zijn een praatje met de klanten te maken. Volgens Driessen onzin: ‘Je gebruikt hun zwakte, dat maakt je lui. Dan verander je zelf nooit wat.’ Cafetariahouders kijken te weinig om zich heen en staat niet open voor marktontwikkelingen, vindt Driessen. ‘Loop de supermarkt, slager of een andere concurrent binnen. Overal kun je ideeën oppikken.’
De cafetaria staat nu voor ‘vlug, vet en veel’, poneerde Driessen als stelling. In plaats van ‘vers, verwennen en verrassen’. ‘Momenteel kleeft aan de branche een beeld dat snacken ongezond is. Op langere termijn moet de cafetaria het imago krijgen dat ze een bijdrage leveren aan goede voeding. Dat gezondheidsgevoel wordt bij de consument alleen maar sterker. Dat kan onder andere door gezond te frituren, of met menu’s. Doe leuke dingen met basisproducten. Combineer, dat voegt waarde toe, daar zit winst.’ Verrassen kan al met eenvoudige ingrepen. ‘Richt de vitrine eens anders in zodat de klant weer moet zoeken naar zijn favoriete snack. Of, verander het bord met prijsaanduidingen.’Om een imago te bouwen zijn volgens Driessen sterke merken nodig. ‘De consument gebruikt en herkent merknamen. Lift daar op mee.’ Dat fabrikanten te weinig voor de cafetaria zouden doen vindt hij onzin. ‘Je kunt passief afwachten tot een vertegenwoordiger langskomt maar ook zélf hun verkoopafdeling bellen.’ Hij pareert de kritiek dat snacks van merkfabrikanten ook in de supermarkt liggen. ‘U zeurt ook niet over de frites die daar wordt verkocht.’

Nieuwe producten krijgen vaak geen kans van de cafetariahouder. ‘Maak een selectie uit het aanbod en probeer dat een langere periode te verkopen. De consument heeft tijd nodig om te wennen.’ Vanuit de zaal klinkt dat een product zichzelf door eigen kwaliteit moet verkopen. Dat vindt Driessen onzin. ‘Zelfs slechte producten zijn te verkopen, een goed product maakt dat alleen makkelijker.’ Het creëren van een beter imago voor de branche in zijn geheel is een taak voor alle belanghebbenden zoals fabrikanten, ketens, grossiers, KHN en cafetariaondernemers. ‘Uitsluitend collectief optreden leidt tot resultaat. De markt zit op slot. Dus we moeten met z’n allen een ander beeld willen neerzetten. Daar moet eventueel ook een financiële bijdrage voor worden geleverd.’

Nabeschouwing
Topdrukte tijdens forum over cafetaria-imago
Verhalen in de media over vetzucht veroorzaakt door fastfood. De Consumentenbond die roept dat cafetaria’s ‘fout’ vet gebruiken. Kortom, reden voor een Fano Food Forum waarin het imago van de cafetaria centraal stond. Dat het onderwerp leeft in de branche blijkt uit het feit dat maar liefst een kleine 120 belangstellenden op 23 juni het Willem II-stadion in Tilburg gehouden Forum bezochten.

Vloeibaar vet moet!
Om van het imago van de ‘vette ongezonde hap’ af te komen zouden alle cafetariahouders gezond en verantwoord moeten frituren. Dat was de kern van het betoog van Claudia Oomen van het Voorlichtingsbureau Margarine Vetten en Oliën (MVO).
‘Fout vet verpest frites’, herhaalde Oomen de kop zoals die boven een artikel in het mei-nummer van de Consumentengids stond. ‘Terwijl de Consumentenbond in hetzelfde artikel zegt dat frites helemaal geen slechte snack hoeft te zijn.’ Pas als de cafetariabranche massaal op het gebruik van vloeibaar frituurvet overstapt, is die negatieve spiraal in de berichtgeving te doorbreken. ‘Hard vet bevat relatief veel verzadigde vetzuren en transvetzuren. Die zorgen voor een verhoogd cholesterolgehalte en veroorzaken daardoor dichtslibbende bloedvaten en vergroot de kans op hart- en vaatziekten’, verklaart Oomen na vragen uit de zaal waarom hard vet ongezond is. ‘Een bij kamertemperatuur vloeibaar vet bevat juist veel onverzadigde gezonde vetten.’Veel van de aanwezige cafetariahouders zweren bij gehard vet. Zij zijn tevreden met de kwaliteit en smaak van het eindproduct en de levensduur van het vet. Bovendien wordt de geur en smaak van vloeibaar vet als negatief ervaren. Oomen: ‘U moet de klant duidelijk maken dat u gezond frituurt. Uiteindelijk levert dat een beter imago op en daardoor meer omzet en marge.’
En nee, het is geen truc van de vetfabrikanten om meer te verdienen. ‘Een vloeibaar vet kost meer omdat de gebruikte grondstoffen zoals arachide olie duurder zijn.’ Tot slot verwees Oomen naar de website van het MVO: www.verantwoordfrituren.info . ‘Daar zijn veel tips en informatie te vinden.’

Imagoaspect opgeblazen
Heeft de cafetaria een slecht imago? Dat was de vraag waarop Joop van Boxtel van Febo, Marianne Westbroek van Fast Food Concepts en Ruud de Veen namens de Alliantie van Fastdiningbedrijven zich over bogen tijdens een paneldiscussie onder leiding van Snackkoerier’s Erik Klop.
Cafetariaondernemer Ruud de Veen vindt het imagoaspect maar opgeblazen. ‘We hebben als branche helemaal niet zo’n slecht imago. Dat wordt ons opgespeld door grapjassen van de pers.’ Daar sluit formulemanager Van Boxtel zich bij aan. ‘De invloed van de media is groot. Dat komt vooral door de aard van de berichtgeving, de insteek is meestal negatief.’Marianne Westbroek denkt wel dat de consument de branche in verband brengt met ongezond. ‘Wat verkopen wij aan gezonde producten? Daar moeten we op inspelen met innoverende gezonde producten. We moeten meer met vers, zoals salades, doen.’ Vanuit de zaal haakt Paula Arends van Fano in door te zeggen dat McDonald’s tegenwoordig ook allerlei gezonde producten verkoopt. Van Boxtel vraagt zich af of de consument daar op zit te wachten. De Veen gaat daar gedeeltelijk in mee. ‘Ik verkoop wel salades en een broodje gezond. Maar onze corebusiness zijn toch de frites, frikandel en kroket.’
Westbroek vindt de uitstraling en presentatie van een cafetaria belangrijk. Daar sluit De Veen zich bij aan. ‘Als je zaak een verhaal vertelt, is dat goed voor je imago.’Febo is volgens Van Boxtel eigenlijk onvergelijkbaar met andere cafetaria’s. ‘Wij verkopen eigen producten uit loketautomaten en zitten alleen op A1-locaties. Dat is zien, trekken en eten.’

Alle drie zien wel iets in een landelijke promotiecampagne voor de cafetaria. Vanuit de zaal vertelt Henk de Lugt van KHN dat op een televisiezender bekende Nederlanders in een serie programma’s gaan vertellen waar ze het liefst eten. Daar moet ook een cafetaria bijkomen. ‘Dan moet zo’n bekende Nederlander niet een week later een hartinfarct krijgen. Dat is antireclame’, merkt Van Boxtel droogjes op. ‘Dat overkwam Nico Haak ook. Die maakte reclame voor een gezondheidsarmband. Een jaar later was hij dood’.

Verandering noodzaak
‘Als de cafetaria blijft zoals hij is krijgen we een sanering en blijft zestig procent van de bedrijven over.’ Die uitspraak deed Erik Driessen van onderzoeksbureau Foodstep gaandeweg de middag-discussie met cafetariahouders.
Bovenstaande uitspraak ontlokte een cafetariahouder de uitspraak dat een sanering kansen biedt, net zoals de instroom van allochtone ondernemers, die niet in staat zijn een praatje met de klanten te maken. Volgens Driessen onzin: ‘Je gebruikt hun zwakte, dat maakt je lui. Dan verander je zelf nooit wat.’ Cafetariahouders kijken te weinig om zich heen en staat niet open voor marktontwikkelingen, vindt Driessen. ‘Loop de supermarkt, slager of een andere concurrent binnen. Overal kun je ideeën oppikken.’
De cafetaria staat nu voor ‘vlug, vet en veel’, poneerde Driessen als stelling. In plaats van ‘vers, verwennen en verrassen’. ‘Momenteel kleeft aan de branche een beeld dat snacken ongezond is. Op langere termijn moet de cafetaria het imago krijgen dat ze een bijdrage leveren aan goede voeding. Dat gezondheidsgevoel wordt bij de consument alleen maar sterker. Dat kan onder andere door gezond te frituren, of met menu’s. Doe leuke dingen met basisproducten. Combineer, dat voegt waarde toe, daar zit winst.’ Verrassen kan al met eenvoudige ingrepen. ‘Richt de vitrine eens anders in zodat de klant weer moet zoeken naar zijn favoriete snack. Of, verander het bord met prijsaanduidingen.’Om een imago te bouwen zijn volgens Driessen sterke merken nodig. ‘De consument gebruikt en herkent merknamen. Lift daar op mee.’ Dat fabrikanten te weinig voor de cafetaria zouden doen vindt hij onzin. ‘Je kunt passief afwachten tot een vertegenwoordiger langskomt maar ook zélf hun verkoopafdeling bellen.’ Hij pareert de kritiek dat snacks van merkfabrikanten ook in de supermarkt liggen. ‘U zeurt ook niet over de frites die daar wordt verkocht.’

Nieuwe producten krijgen vaak geen kans van de cafetariahouder. ‘Maak een selectie uit het aanbod en probeer dat een langere periode te verkopen. De consument heeft tijd nodig om te wennen.’ Vanuit de zaal klinkt dat een product zichzelf door eigen kwaliteit moet verkopen. Dat vindt Driessen onzin. ‘Zelfs slechte producten zijn te verkopen, een goed product maakt dat alleen makkelijker.’ Het creëren van een beter imago voor de branche in zijn geheel is een taak voor alle belanghebbenden zoals fabrikanten, ketens, grossiers, KHN en cafetariaondernemers. ‘Uitsluitend collectief optreden leidt tot resultaat. De markt zit op slot. Dus we moeten met z’n allen een ander beeld willen neerzetten. Daar moet eventueel ook een financiële bijdrage voor worden geleverd.’

Aanmelden

Aanmelden