artikel

Een zaak van organiseren en vertrouwen

Horeca

Robère Lepoutre is samen met zijn zwager Roeland Pansier eigenaar van Cafetariabedrijven Lepoutre BV. De cafetariaketen telt een viertal zaken in Wijchen en een in Oss. ‘De eindverantwoordelijkheid voor vijf cafetaria’s is voor ons tweeën te behappen’, zegt Lepoutre, wiens ouders Wim en Ria ruim veertig geleden aan de bakermat van het bedrijf stonden. ‘Maar je moet de werkzaamheden wel goed organiseren.

Een zaak van organiseren en vertrouwen

De snackbarondernemer zou het zich met één zaak stukken makkelijker kunnen maken. ‘Maar daarin zie ik geen uitdaging’, zegt hij. ‘Ik sluit niet uit dat we stapje voor stapje doorgroeien. We oriënteren ons een beetje op eventuele overname van papa-/mamabedrijven, zonder dagelijks makelaars af te bellen. Als er wat op onze weg komt, valt er altijd te praten. Overhaaste beslissingen zijn echter taboe. We maken dan liever even pas op de plaats. Je moet niet groeien om de groei. Bovendien houdt de arbeidsmarkt momenteel niet over. Het is moeilijk om aan goed personeel te komen. Dat geeft aan een verdere groei van onze organisatie geen solide basis. Daarnaast hebben Roeland en ik beide gezinnen met opgroeiende kinderen die ook aandacht nodig hebben. Een goed functionerend privéleven gaat boven alles.’

Als eigenaars van vijf cafetaria’s moeten Lepoutre en Pansier kunnen rekenen op hun medewerkers. Het is nu eenmaal niet mogelijk in alle zaken tegelijk te zijn. ‘We hebben 58 mensen in dienst’, weet Lepoutre uit zijn hoofd. ‘Daarin heb je blijvers en passanten. Een aantal medewerkers werkt al twintig, dertig jaar voor ons bedrijf. In iedere vestiging staat er doorgaans minimaal één. Juist hen moet je vertrouwen schenken, bepaalde verantwoordelijkheden durven geven. Als er bijvoorbeeld in een zaak een dienst geruild moet worden, dan regelen zij dat zelf.

Ook voor het geld- en assortimentsbeheer zijn zij in principe verantwoordelijk. Wel hanteren wij controlepunten. Soms moet je als eigenaar de grenzen weer eens duidelijk stellen. ’s Ochtends ten tijde van de opening en ’s avonds voor sluiting rijden mijn compagnon of ik alle cafetaria’s af. Er zijn dagen dat een telefoontje voldoende kan zijn om te checken of alles in orde is. Het hangt ervan af wie er dan in de zaak staat. De ene week heeft Roeland vroege dienst en ik late. De andere week is het andersom. Op dat moment is een van ons het aanspreekpunt. Als het moet nemen we tussendoor zelf plaats achter de bakwand. Staan we tussen de mensen in. Als er dan wat is, hoor je het meteen.’

Twee kapiteins op een schip ziet Lepoutre niet als een probleem. ‘Hoe dan ook is het een voordeel dat je elkaar kunt afwisselen of waarnemen tijdens vakanties. Verder is het een kwestie van goede afspraken maken. We hebben iedere maandagavond vast werkoverleg. Zorgen dat we in de bedrijfsvoering één lijn trekken. Dat is wel eens moeilijk, want Roeland en ik zijn toch verschillende mensen. Er is daarom een soort beleidskader ontwikkeld waarbinnen we werken. Nee, niet op papier. Het zit meer tussen de oren en dat werkt wel. Het is vaak een zaak van geven en nemen. Als er toch een verschil van mening is waar we echt niet uitkomen, dan heeft een van ons het laatste woord. Ik zeg niet wie, maar hij zit tegenover je’, lacht Lepoutre.

Vijf zaken geeft de 38–jarige Wijchenaar de uitdaging waar hij als ondernemer zeer aan hecht. Een persoonlijk voordeel zogezegd, hoewel er dagen zijn dat z’n hoofd hem omloopt. Bij onverwachte drukte, door ziekte van medewerkers of als er een bakoven uitvalt.‘Dan ren je van hot naar her.’ Zakelijke voordelen nuanceert hij: ‘Het grote volume levert inkoopvoordelen op. Maar de hogere personeelskosten doen dit weer teniet. Een ervaren medewerker schraapt bijvoorbeeld de mayonaise-emmer beter uit dan een onervaren kracht. Hoewel niet dramatisch, kun je daarop weer wat verliezen.’

Cafetaria’s in franchise geven ziet Lepoutre niet zitten. ‘We hebben er wel eens over nagedacht. Maar medewerkers die dat zouden willen, moeten dan wel een zak met geld meebrengen. Hoewel ons bedrijf zeker niet mag klagen, weegt het rendement in onze branche daar momenteel onvoldoende tegenop.

De cafetariasector is geen vetpot meer zoals enkele jaren geleden. Wij willen onze mensen niet in de problemen brengen. Onze keten is prima georganiseerd. Iedereen is tevreden. Wat willen we dan nog meer?