artikel

Expansiedrift Robin Bravenboer alleen maar groter

Horeca

Oorlog? Wat nou oorlog! Ik ga nu alleen liever even niet vliegen, maar de oorlog duurt geen drie maanden.’ Robin Bravenboer spreekt. Terwijl een wereldbrand dreigt, gaat de Rotterdamse zakenman met zijn succesvolle horecaconcepten Beach Club Baja en Crazy Piano’s juist de wereld in. En ver, tot in Peking aan toe.

Expansiedrift Robin Bravenboer alleen maar groter

Robin Bravenboer (35) is een zoon van de wereldstad Rotterdam. Een man van de wereld ook. Per vliegtuig strijkt hij in iedere wereldstad neer om geschikte locaties te vinden voor zijn concepten Crazy Piano’s (continu livemuziek en entertainment met twee knalrode vleugels) en Beach Club Baja (indoor beachparty met vermakelijke, gestroomlijnde barmannen en –vrouwen). De wereldse Bravenboer fotografisch dan maar vastleggen op het torenhoge dak van zijn kantoor aan de Weena? ‘Nee, ik heb hoogtevrees.’ Een andere ‘angst’ houdt de Rotterdammer op dit moment ook even bezig. ‘Vanwege de oorlog vlieg ik liever even niet.’

Bravenboer is doorgaans over de hele wereld op zoek naar locaties. ‘Ik heb ook twee mensen die constant aan het zoeken zijn, maar het vinden van locaties is moeilijk. Het moet een ruimte in het centrum van een stad zijn en altijd 1200 m2 op één vloer.’ Zelfs Amsterdam is voor de ras-Rotterdammer niet veilig.

‘In Amsterdam is zo’n ruimte er ook niet. Ja, achteraf in een loods, maar we willen alleen een A1-locatie. Ik wil graag in Amsterdam zitten, al is dat voor mij als Rotterdammer geen prestigekwestie. Ik denk niet aan prestige, ik wil geld verdienen. Dat klinkt wel heel commercieel hè? Je kunt wel mooie dingen willen doen, maar je moet realistisch zijn. Er moet ook geld verdiend worden.’

Het interview heeft zich inmiddels verplaatst naar zijn luxe Mercedes. Bravenboer betaalt met zijn mobieltje de kosten van het parkeren bij zijn kantoor. Hij is op weg naar het iets verder gelegen Crazy Piano’s en ondertussen wordt op het tv-schermpje in het dashboard dag 1 van de aanval op Irak gecoverd. ‘Vervelend die oorlog.’

Dreigende wereldbrand of niet, voor Bravenboer is de business nu daadwerkelijk een ‘spel zonder grenzen’ geworden. ‘Dit jaar nog komt er een Crazy Piano’s in Londen en met Baja gaan we naar Peking of Sjanghai. Ook open ik in Barcelona met Patrick Kluivert een loungeclub in Marakesh-stijl. En met twee bekende culinaire mensen in Rotterdam, waarvan ik de namen nu niet wil noemen, ga ik een eetconcept op niveau beginnen in het buitenland.’ Bovendien staan nog steeds Baja’s in Duitsland en Zweden op stapel.

De concernnaam Baja International wordt in ieder geval eer aan gedaan. Bravenboer zelf is ook internationaal bezig. Op kantoor voert hij die middag zakelijke gesprekken in het Engels en via zijn mobieltje (mét salsa-ringtone) ook in het Spaans. Un poco. ‘Een paar jaar geleden geleerd in een nonnenklooster in Vught. Dat was de zwaarste tijd van m’n leven. Ik droomde zelfs in het Spaans. De tweede cursusweek wilde ik niet afmaken.’

Kopieerbaarheid
Bravenboer wil een soort nieuwe Slag om Engeland. De Britten kunnen een reeks Crazy Piano’s verwachten. ‘Eerst in Londen op Leicester Square, dé locatie. Het concept leent zich goed voor de Engelse markt, omdat er in Londen én genoeg mensen zijn én er eigenlijk niet zo heel veel spectaculairs te doen is. De tweede vestiging komt in Brighton, aan de kust. Het doel is om er ieder half jaar één te openen.’

En Baja in Peking? ‘Ja, of Sjanghai. De Chinese markt is in voor Amerikaanse dingen en vernieuwingen. Het Hardrockcafé loopt er heel erg goed. Als wij daar zowel Amerikanen als Europeanen neerzetten, is dat een groot contrast. Lijkt me wel leuk.’

Het concept Baja heeft na negen jaar bewezen geen eendagsvlieg te zijn en daarom kijkt Bravenboer nu serieus over de grenzen. Vooral in de kopieerbaarheid van het concept heeft hij zich wel eens vergist. ‘Ik sla mezelf soms voor m’n kop, omdat we met dit mooie concept eigenlijk te weinig hebben gedaan. We hebben te lang gewacht met naar het buitenland gaan. Soms ben je gewoon te bang, wil je de controle blijven behouden. Maar we zoeken nu partners in andere landen, waar dan ook. We concentreren ons op de concepten Baja en Crazy Piano’s.’

Ondanks zijn huidige expansiedrift is het buitenland volgens de Rotterdammer niet zaligmakend. Hij ziet de ‘overzeese gebiedsdelen’ als nieuwe uitdagingen. Maar landen veroveren zoals popsterren dat plachten te doen, nee. ‘Het gaat niet om veroveren. Als je iets goed in handen hebt, is het zonde er niet optimaal van te profiteren. Natuurlijk loop je in het buitenland tegen problemen aan, maar om geld te verdienen moet je die hobbels nemen. Een grote zak geld is niet het belangrijkste. Geloof in het concept, dat is het. Dat er daar voor zoveel mensen werk komt en het een toegevoegde waarde aan die stad geeft.’

Veiligheid is een hot item. Zeker als je in een stad als Barcelona mogelijke aanslagen van bijvoorbeeld de ETA kan verwachten. ‘Met dreiging van de ETA hebben we nooit iets van doen gehad. Inderdaad: we zijn een buitenlandse club en dus een mogelijk doelwit. Maar je moet ten eerste niet overal spoken zien. Ten tweede moet je goede mensen om je heen hebben die problemen kunnen omzeilen. Dat zijn geen mensen die de ETA kennen, zo ver hoef ik niet te gaan. Een goede portiersploeg om je heen bouwen, is voldoende. Maar dat geldt ook voor Nederland.’

Verkering
De gang naar het buitenland is goed voor de groei van zijn concern met een kleine 400 medewerkers, beseft Bravenboer. ‘Ik kan wat ‘zwaargewichten’ aannemen, want die kan ik internationaal neerzetten.’ Maar ook voor puur praktische en aardse zaken. ‘Soms zit iemand wel eens vast in z’n werk, is het uit met een vriendinnetje of zo. Dan zetten we die persoon twee maanden in Barcelona neer. Hetzelfde werk, maar wel in een heel andere omgeving. Dat werkt echt.’

In het buitenland weten de overheden en/of collega-zakenlieden meestal niet eens dat Crazy Piano’s en Baja uit Nederland komen. Laat staan dat ze weten wie Bravenboer is. Niet erg, meent de Rotterdammer. Het zíjn ook Amerikaanse concepten en hij doet er alles aan om dat te communiceren. ‘Belangrijk vanwege de bekende Amerikaanse service en het entertainende karakter.’

Amerika lijkt bepalend. Terwijl de wereld – en zeker Nederland – wordt geregeerd door mediaberichten over het dieptepunt van het consumentenvertrouwen, recessie en natuurlijk oorlog, gaat Bravenboer er dwars tegenin. ‘Mensen maken zichzelf helemaal gek. Ze moeten er maar eens mee ophouden negatief te praten. De oorlog kan zelfs een voordeel voor ons zijn, omdat mensen wat eerder naar entertainment en vertier gaan zoeken. Ik geloof niet dat mensen binnen blijven zitten. En de aantallen gasten waar wij over praten, 10.000 mensen per vestiging per week, die zijn er nog wel in de steden hoor.’

Volgens Bravenboer zal het personeel wel wat harder moeten werken om de gemiddelde besteding van de gast op peil te houden. Dat zal wat meer van de creativiteit van de medewerkers vergen. ‘Misschien moeten we ook eens eerlijk zijn: we hebben zo lang goed geprofiteerd dat we ons niet echt vreselijk druk hoefden te maken.’ Het Rotterdamse horecaconcern pluste vorig jaar 3 procent op de omzet, maar de gestegen prijzen in ogenschouw nemend had dat volgens de directeur/eigenaar 8 of 9 procent moeten zijn. ‘We hebben dus eigenlijk verlies gedraaid. Nou ja, het zij zo.’

Crisis
In weerwil van de geluiden die andere horecaondernemers en masse laten horen, gelooft Bravenboer niet dat 2003 een moeilijk jaar gaat worden. Hij meent ook dat de oorlog geen invloed zal hebben op de horeca. ‘Er komen hooguit wat minder toeristen. Juist als de mensen het wat minder of iets moeilijker hebben, is er voor ons ruimte om beter te scoren. Wij staan nu dus op scherp.’

Aan Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, die verwacht dat ons land door een drie maanden durende oorlog echt in een crisis belandt, heeft de horecaondernemer geen boodschap ‘De oorlog duurt geen drie maanden’, klinkt het stoer. Bijna Amerikaans.

Robin Bravenboer (35) is een zoon van de wereldstad Rotterdam. Een man van de wereld ook. Per vliegtuig strijkt hij in iedere wereldstad neer om geschikte locaties te vinden voor zijn concepten Crazy Piano’s (continu livemuziek en entertainment met twee knalrode vleugels) en Beach Club Baja (indoor beachparty met vermakelijke, gestroomlijnde barmannen en –vrouwen). De wereldse Bravenboer fotografisch dan maar vastleggen op het torenhoge dak van zijn kantoor aan de Weena? ‘Nee, ik heb hoogtevrees.’ Een andere ‘angst’ houdt de Rotterdammer op dit moment ook even bezig. ‘Vanwege de oorlog vlieg ik liever even niet.’

Bravenboer is doorgaans over de hele wereld op zoek naar locaties. ‘Ik heb ook twee mensen die constant aan het zoeken zijn, maar het vinden van locaties is moeilijk. Het moet een ruimte in het centrum van een stad zijn en altijd 1200 m2 op één vloer.’ Zelfs Amsterdam is voor de ras-Rotterdammer niet veilig.

‘In Amsterdam is zo’n ruimte er ook niet. Ja, achteraf in een loods, maar we willen alleen een A1-locatie. Ik wil graag in Amsterdam zitten, al is dat voor mij als Rotterdammer geen prestigekwestie. Ik denk niet aan prestige, ik wil geld verdienen. Dat klinkt wel heel commercieel hè? Je kunt wel mooie dingen willen doen, maar je moet realistisch zijn. Er moet ook geld verdiend worden.’

Het interview heeft zich inmiddels verplaatst naar zijn luxe Mercedes. Bravenboer betaalt met zijn mobieltje de kosten van het parkeren bij zijn kantoor. Hij is op weg naar het iets verder gelegen Crazy Piano’s en ondertussen wordt op het tv-schermpje in het dashboard dag 1 van de aanval op Irak gecoverd. ‘Vervelend die oorlog.’

Dreigende wereldbrand of niet, voor Bravenboer is de business nu daadwerkelijk een ‘spel zonder grenzen’ geworden. ‘Dit jaar nog komt er een Crazy Piano’s in Londen en met Baja gaan we naar Peking of Sjanghai. Ook open ik in Barcelona met Patrick Kluivert een loungeclub in Marakesh-stijl. En met twee bekende culinaire mensen in Rotterdam, waarvan ik de namen nu niet wil noemen, ga ik een eetconcept op niveau beginnen in het buitenland.’ Bovendien staan nog steeds Baja’s in Duitsland en Zweden op stapel.

De concernnaam Baja International wordt in ieder geval eer aan gedaan. Bravenboer zelf is ook internationaal bezig. Op kantoor voert hij die middag zakelijke gesprekken in het Engels en via zijn mobieltje (mét salsa-ringtone) ook in het Spaans. Un poco. ‘Een paar jaar geleden geleerd in een nonnenklooster in Vught. Dat was de zwaarste tijd van m’n leven. Ik droomde zelfs in het Spaans. De tweede cursusweek wilde ik niet afmaken.’

Kopieerbaarheid
Bravenboer wil een soort nieuwe Slag om Engeland. De Britten kunnen een reeks Crazy Piano’s verwachten. ‘Eerst in Londen op Leicester Square, dé locatie. Het concept leent zich goed voor de Engelse markt, omdat er in Londen én genoeg mensen zijn én er eigenlijk niet zo heel veel spectaculairs te doen is. De tweede vestiging komt in Brighton, aan de kust. Het doel is om er ieder half jaar één te openen.’

En Baja in Peking? ‘Ja, of Sjanghai. De Chinese markt is in voor Amerikaanse dingen en vernieuwingen. Het Hardrockcafé loopt er heel erg goed. Als wij daar zowel Amerikanen als Europeanen neerzetten, is dat een groot contrast. Lijkt me wel leuk.’

Het concept Baja heeft na negen jaar bewezen geen eendagsvlieg te zijn en daarom kijkt Bravenboer nu serieus over de grenzen. Vooral in de kopieerbaarheid van het concept heeft hij zich wel eens vergist. ‘Ik sla mezelf soms voor m’n kop, omdat we met dit mooie concept eigenlijk te weinig hebben gedaan. We hebben te lang gewacht met naar het buitenland gaan. Soms ben je gewoon te bang, wil je de controle blijven behouden. Maar we zoeken nu partners in andere landen, waar dan ook. We concentreren ons op de concepten Baja en Crazy Piano’s.’

Ondanks zijn huidige expansiedrift is het buitenland volgens de Rotterdammer niet zaligmakend. Hij ziet de ‘overzeese gebiedsdelen’ als nieuwe uitdagingen. Maar landen veroveren zoals popsterren dat plachten te doen, nee. ‘Het gaat niet om veroveren. Als je iets goed in handen hebt, is het zonde er niet optimaal van te profiteren. Natuurlijk loop je in het buitenland tegen problemen aan, maar om geld te verdienen moet je die hobbels nemen. Een grote zak geld is niet het belangrijkste. Geloof in het concept, dat is het. Dat er daar voor zoveel mensen werk komt en het een toegevoegde waarde aan die stad geeft.’

Veiligheid is een hot item. Zeker als je in een stad als Barcelona mogelijke aanslagen van bijvoorbeeld de ETA kan verwachten. ‘Met dreiging van de ETA hebben we nooit iets van doen gehad. Inderdaad: we zijn een buitenlandse club en dus een mogelijk doelwit. Maar je moet ten eerste niet overal spoken zien. Ten tweede moet je goede mensen om je heen hebben die problemen kunnen omzeilen. Dat zijn geen mensen die de ETA kennen, zo ver hoef ik niet te gaan. Een goede portiersploeg om je heen bouwen, is voldoende. Maar dat geldt ook voor Nederland.’

Verkering
De gang naar het buitenland is goed voor de groei van zijn concern met een kleine 400 medewerkers, beseft Bravenboer. ‘Ik kan wat ‘zwaargewichten’ aannemen, want die kan ik internationaal neerzetten.’ Maar ook voor puur praktische en aardse zaken. ‘Soms zit iemand wel eens vast in z’n werk, is het uit met een vriendinnetje of zo. Dan zetten we die persoon twee maanden in Barcelona neer. Hetzelfde werk, maar wel in een heel andere omgeving. Dat werkt echt.’

In het buitenland weten de overheden en/of collega-zakenlieden meestal niet eens dat Crazy Piano’s en Baja uit Nederland komen. Laat staan dat ze weten wie Bravenboer is. Niet erg, meent de Rotterdammer. Het zíjn ook Amerikaanse concepten en hij doet er alles aan om dat te communiceren. ‘Belangrijk vanwege de bekende Amerikaanse service en het entertainende karakter.’

Amerika lijkt bepalend. Terwijl de wereld – en zeker Nederland – wordt geregeerd door mediaberichten over het dieptepunt van het consumentenvertrouwen, recessie en natuurlijk oorlog, gaat Bravenboer er dwars tegenin. ‘Mensen maken zichzelf helemaal gek. Ze moeten er maar eens mee ophouden negatief te praten. De oorlog kan zelfs een voordeel voor ons zijn, omdat mensen wat eerder naar entertainment en vertier gaan zoeken. Ik geloof niet dat mensen binnen blijven zitten. En de aantallen gasten waar wij over praten, 10.000 mensen per vestiging per week, die zijn er nog wel in de steden hoor.’

Volgens Bravenboer zal het personeel wel wat harder moeten werken om de gemiddelde besteding van de gast op peil te houden. Dat zal wat meer van de creativiteit van de medewerkers vergen. ‘Misschien moeten we ook eens eerlijk zijn: we hebben zo lang goed geprofiteerd dat we ons niet echt vreselijk druk hoefden te maken.’ Het Rotterdamse horecaconcern pluste vorig jaar 3 procent op de omzet, maar de gestegen prijzen in ogenschouw nemend had dat volgens de directeur/eigenaar 8 of 9 procent moeten zijn. ‘We hebben dus eigenlijk verlies gedraaid. Nou ja, het zij zo.’

Crisis
In weerwil van de geluiden die andere horecaondernemers en masse laten horen, gelooft Bravenboer niet dat 2003 een moeilijk jaar gaat worden. Hij meent ook dat de oorlog geen invloed zal hebben op de horeca. ‘Er komen hooguit wat minder toeristen. Juist als de mensen het wat minder of iets moeilijker hebben, is er voor ons ruimte om beter te scoren. Wij staan nu dus op scherp.’

Aan Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, die verwacht dat ons land door een drie maanden durende oorlog echt in een crisis belandt, heeft de horecaondernemer geen boodschap ‘De oorlog duurt geen drie maanden’, klinkt het stoer. Bijna Amerikaans.