artikel

Firefighters vullen lege kamers

Horeca

Nederlander Jan Rozenveld is general-manager van The Paramount Hotel, onderdeel van de Ian Schrager Groep. The Paramount ligt met 3 kilometer op veilige afstand van de rampplek in Manhattan. Van de explosies zelf was in het hotel nauwelijks iets te merken, van de gevolgen wel.

Net als George Bush, Yasser Arafat en duizenden New Yorkers heeft Jan Rozenveld bloed gegeven voor de slachtoffers. ‘Je voelt je gefrustreerd, je wilt iets doen om te helpen.’T-shirts, overhemden en andere werkkleding van The Paramount vinden hun weg naar de hulpverleners. Rozenveld stelde aanvankelijk grote hoeveelheden voedsel en drank ter beschikking, maar daaraan bleek geen gebrek. In het hotel zijn twintig kamers gratis beschikbaar gesteld voor het Fire Department New York City. Brandweerlieden en andere hulpverleners lopen af en aan. En telkens weer krijgen ze een warm onthaal van het personeel en de andere gasten.

The Paramount (zeshonderd kamers) is net als de andere vijf hotels van de Ian Schrager groep in de stad volledig in de ban van de aanslagen. Onder gasten en personeel heerst ongeloof, boosheid en hulpeloosheid. ‘Maar je voelt ook heel duidelijk de spirit van doorvechten. Er wordt onderling veel gepraat en je merkt dat de medewerkers veel steun aan elkaar hebben.’ Een aantal suites wordt vrijgehouden om personeel in de gelegenheid te stellen even op adem te komen, tv te kijken of een broodje te eten. Als CNN melding maakt van de zoveelste valse bommelding in de stad, slaat ineens de angst toe.

Bezetting omlaag
Het is verschrikkelijk wat er is gebeurd, maar de business moet door, benadrukt Rozenveld. Het zal vanaf nu anders zijn, minder vooral. Het aantal reserveringen is sinds de knal van vorige week dinsdag dramatisch teruggelopen. Dat geldt trouwens voor een groot deel van de hotels in New York. ‘We zien al langer een terugval. Vorig jaar was met tachtig procent een topjaar. Dat zouden we dit jaar nooit halen, de bezetting zat vóór de aanslagen al twaalf procent onder het niveau van 2000. Ik ben bang dat we deze maand niet boven de 45 procent uitkomen, en ook daarna als gevolg van de terreur door een diep dal moeten. Collega’s in de stad krijgen dezelfde klap te verwerken.’

Huilbuien en veel roken

Vier maanden geleden kwam Marcel de Hont naar New York. In restaurant NL in hartje Manhattan kon hij aan de slag als bedrijfsleider. Een wereldbaan in een wereldstad. Ook na 11 september. Al is het van de ene dag op de andere wel anders geworden.

De telefoonlijnen naar New York raken deze dagen overbelast, maar na een paar pogingen lukt het toch contact te krijgen. Sirenes loeien op de achtergrond als Marcel de Hont z’n verhaal doet. Hij was op weg naar een cursus toen de ramp zich min of meer voor z’n ogen voltrok. ‘Ik kan het nog steeds niet bevatten. Het is zo maf. Ik heb dat tweede vliegtuig in de toren zien vliegen. Daarna die enorme rookwolken en mensen die op de vlucht sloegen.’

Bijna een week na de aanslagen is restaurant NL nog steeds gesloten. Het bedrijf ligt in het deel van Manhattan dat is afgesloten. Eigenaar Inez Bon, die buiten het afgezette gebied woont, zit thuis en is voorlopig niet aanspreekbaar. ‘Open gaan heeft deze eerste dagen geen zin. Er komt geen mens en ook de inkoop van spullen verloopt chaotisch. Leveranciers kunnen het gebied niet binnen en in de supermarkets zijn de schappen leeg. Het kan nog wel een paar dagen duren voor we weer op volle kracht draaien.’

Slapen lukt De Hont nog net, verder vult hij z’n dagen met roken en huilen. ‘Er heerst zo’n bizarre sfeer. Hier staat alles stil en even verderop heeft de stad het leven van alledag weer opgepakt. Dat gaan wij straks ook doen, althans we proberen het.’ Op korte termijn terug naar Nederland? ‘Geen denken aan. Ik heb het hier naar mijn zin. Als bedrijf staat ons misschien een moeilijke tijd te wachten, maar ik denk dat we die klap wel te boven komen.’